Copyright 2018 The Associated Press. All rights reserved.

Het kluwen van Kosovo 10 jaar na onafhankelijkheid nog niet ontward

Het was bar koud die 17e februari, tien jaar geleden. De ijzige wind maakte het helemaal ondraaglijk. Zeker daar op het afdak boven de lobby van het rijzige Hotel Grand in de Kosovaarse hoofdstad Pristina, waar een batterij camera’s opgesteld stond om tv-journalisten van over de hele wereld live te laten gaan. Er was veel internationale belangstelling. De onafhankelijkheid van Kosovo hing al jaren in de lucht. En op 17 februari 2008 was het zover. 

Het Kosovaarse parlement had de onafhankelijkheidsverklaring goedgekeurd. De laatste banden met Servië werden doorgeknipt. Ik moest het allemaal live uitleggen in "Het Journaal" en "Terzake", na afloop was ik veranderd in een menselijke ijspegel. De warmte bevond zich beneden op straat. Mensen die dansten en zongen, de vreugde over de onafhankelijkheid was groot. 

Tien jaar later sta ik opnieuw in Hotel Grand. Ik kan mijn ogen niet geloven. De lobby is donker en compleet verlaten, op de triest ogende man in een versleten zetel na. Het hotel is ‘out of order’, krijg ik te horen, in afwachting van een investeerder die alles moet opknappen. Grand was ooit het levende hart van Pristina, waar journalisten, plaatselijke politici, businesslui en maffiosi elkaar constant kruisten. En in het weekend werd er door de jeugd feest gevierd in de nachtclub op -1. Toen de Serviërs het nog voor het zeggen hadden in Kosovo – in de jaren negentig – werd het hotel ook gefrequenteerd door leden van de Servische speciale politie, die instonden voor de ‘orde’ in de provincie. Later, toen de meeste Serviërs verdwenen waren, werd het een ontmoetingsplaats voor de Albanees-Kosovaarse elite. 

Kosovo blijft een van de armste landen van Europa. Het land overleeft grotendeels dankzij geld afkomstig van de omvangrijke diaspora. 

En nu is Grand dus dood. Symptomatisch misschien voor de situatie in Kosovo? Of toch niet, want elders in het stadscentrum gingen nieuwe hotels open. Het ooit even afgeleefde Iliria Hotel werd gerenoveerd en heet nu Swiss Diamond Prishtina. 160 euro per nacht. In de buitenwijken van de hoofdstad, tegen de heuvels, worden tientallen nieuwe appartementsblokken gebouwd. De jeunesse dorée van Pristina heeft de nachtclub van Grand omgeruild voor een rist nieuwe cafés en bars. Misschien dan toch vooruitgang. Helaas, harde cijfers confronteren met de al even harde realiteit: 30% van de bevolking is werkloos, onder jongeren stijgt dat percentage zelfs tot boven de vijftig. Kosovo blijft een van de armste landen van Europa. Het land overleeft grotendeels dankzij geld afkomstig van de omvangrijke diaspora. 

Partijen liggen constant overhoop

De politieke situatie in Kosovo is niet veel vrolijker. Partijen zijn waarachtige clans, die constant met elkaar overhoop liggen. De aloude LDK (Democratische Liga van Kosovo, opgericht door de legendarische gematigde leider Ibrahim Rugova) lijkt op nationaal vlak een beetje uitgeteld, maar heeft wel nog een grote invloed in dorpen en gemeenten. De centrumrechtse PDK van president Hashim Thaçi (voortgekomen uit het Kosovaars Bevrijdingsleger, dat in de jaren negentig de wapens opnam tegen de Servische autoriteiten), zit met enkele andere partijen in een coalitieregering. Die lijkt zich vooral bezig te houden met het dwarsbomen van de zogenoemde Specialist Chambers, een nieuwe rechtbank voor Kosovo in Den Haag die oorlogsmisdaden moet berechten. Veel topfiguren van PDK voelen de grond heet worden onder hun voeten.

En dan is er de nationalistische Vetëvendosje. Die behaalde een spectaculaire overwinning bij de parlementsverkiezingen van vorig jaar, door met 27% van de stemmen de grootste partij te worden. Vetëvendosje verzet zich tegen de dialoog tussen Pristina en Belgrado, die enkele jaren geleden werd ingezet. De partij kwam spectaculair in het internationale nieuws door herhaalde traangasaanvallen in het parlement, uit protest tegen concessies aan de Servische minderheid in Kosovo. Ze is het idee genegen van eenmaking met Albanië. De Groot-Albanese gedachte dus, meteen een spookbeeld voor de internationale gemeenschap, die een verdere hertekening van grenzen in Europa wil voorkomen. Hoe dan ook, Vetëvendosje kwam vorig jaar niet in de Kosovaarse regering terecht, en wordt sindsdien verteerd door ernstige interne twisten.

Wijdverspreide en diepgewortelde corruptie

Verder is er corruptie in Kosovo, wijdverspreide en diepgewortelde corruptie. En ook dat werkt verlammend op de sfeer in het land. Strijd tegen de corruptie loont nauwelijks. Opeenvolgende regeringen beloofden het probleem aan te pakken, maar zonder veel resultaat. Eind vorig jaar nam een Britse rechter ontslag uit zijn functie bij EULEX (een Europese organisatie in Kosovo die de rechtsstaat moet helpen uitbouwen), uit onvrede met de corruptiepraktijken. Die waren volgens hem zelfs doorgedrongen tot in EULEX. “Ik wil verder geen deel uitmaken van deze farce,” zo zei de rechter. 

Natuurlijke Berlijnse muur

Terug naar de koude februarimaand van 2008. Dit keer in het noorden van Kosovo. Daar wonen vooral Serviërs. Over heel Kosovo zijn ze met zowat 120.000, dat is een goeie vijf procent van de totale bevolking in het land, de helft van hun aandeel vóór de NAVO-bombardementen in 1999. De Serviërs waren niet te spreken over het uitroepen van de onafhankelijkheid door de Albanese Kosovaren, en zij kwamen massaal op straat in het noordelijk deel van Mitrovica. Een zee van Servische vlaggen. De stad is verdeeld in een Servische en een Albanese zone, gescheiden door de rivier de Ibar, die fungeert als een soort natuurlijke Berlijnse muur. De brug over de rivier wordt bewaakt door NAVO-soldaten, lange tijd vonden er regelmatig incidenten plaats, en contact tussen de twee bevolkingsgroepen was er nauwelijks. Toen ik met de Servische demonstranten in Mitrovica sprak, hoorde ik alleen verontwaardiging over de onafhankelijkheid en verwijten aan alle ‘vijanden van Servië’.

Een verbetering van de relatie tussen Serviërs en Albanese Kosovaren is cruciaal voor de toekomst van het land.

Vorige week was ik opnieuw in Mitrovica. Bij de brug zie ik mensen oversteken. Van noord naar zuid, van zuid naar noord, Serviërs en Albanese Kosovaren. De angst is weg, incidenten zijn er nauwelijks nog. Mensen gaan winkelen aan de overkant, oude vrienden bezoeken elkaar opnieuw, over de etnische grenzen heen. Hoopvolle tekenen? In het Servische deel van Mitrovica is daar alvast niet veel van te merken. De sfeer is er even grimmig als vroeger. Een maand geleden werd Oliver Ivanovic hier vermoord, een gematigde Servische politicus die pleitte voor dialoog tussen de verschillende gemeenschappen in Kosovo. Wellicht is hij precies daarom uitgeschakeld, de link met radicale Serviërs die het toenaderingsproces willen boycotten is niet denkbeeldig. De bevolking reageert geschokt, waar is de veiligheid als iemand op klaarlichte dag kan worden neergeknald, terwijl er overal in het stadscentrum politie rondloopt?

Ontelbare mensen met wie ik de voorbije week in Kosovo sprak willen op een of andere manier emigreren, bij gebrek aan toekomstperspectief.

Een verbetering van de relatie tussen Serviërs en Albanese Kosovaren is cruciaal voor de toekomst van het land. Maar de standpunten blijven diametraal tegenovergesteld. Van Servische kant moet geen erkenning van de Kosovaarse onafhankelijkheid worden verwacht. Servië is volop bezig met zijn toetredingsproces tot de Europese Unie, en krijgt het perspectief om tegen 2025 EU-lid te worden. Maar wat als het land daarna het lidmaatschap van Kosovo blokkeert? “We proberen daarvoor mechanismen uit te werken,” hoor ik van de EU-vertegenwoordigster in Pristina. Servië moet eerst Kosovo erkennen, en kan pas dan tot de Unie toetreden, zegt de Duitse minister van Buitenlandse Zaken. Het klinkt allemaal weinig overtuigend, de realiteit op het terrein blijft complex, het kluwen van Kosovo en eigenlijk van de hele Balkan is nog lang niet ontward. 

En intussen worden de frustraties onder de Kosovaarse bevolking alsmaar groter, zowel bij Albanezen als bij Serviërs. Ontelbare mensen met wie ik de voorbije week in Kosovo sprak willen op een of andere manier emigreren, bij gebrek aan toekomstperspectief. De Kosovaarse diaspora in de VS en Europa telt nu al ruim 700.000 zielen. Als Kosovo in het tweede decennium van zijn onafhankelijk bestaan geen andere weg kan inslaan, met meer dialoog en meer kansen voor al zijn inwoners, dan is een verdere leegloop van het land onvermijdelijk. 

Uit het archief: In juni 1999 ging onze reporter Stefan Blommaert de sfeer opsnuiven in Mitrovica, meteen na de NAVO-bombardementen. Bekijk hieronder zijn reportage van toen.

Video player inladen ...