Koerden laten het Syrische leger de enclave Afrin binnentrekken om de Turken de pas af te snijden

De Syrisch-Koerdische militie YPG en het Syrische regime hebben een akkoord ondertekend om de Turkse inval in Afrin te dwarsbomen. Het Turkse leger wil de geïsoleerde enclave Afrin onder de voet lopen, maar dat stuit op heel wat verzet.

Het akkoord werd zondagavond bekendgemaakt door Badran Jia Kurd, een topman van de Koerdische administratie in het noorden van Syrië. Volgens hem zal het Syrische leger een aantal grensposten overnemen en binnen de twee dagen de enclave Afrin in het noordwesten van het land binnentrekken.

Dat is een belangrijke zet om de Turkse plannen in het noorden van Syrië te dwarsbomen. Midden januari lanceerde Turkije -gesteund door de pro-Turkse rebellengroep "Vrije Syrische Leger"- een offensief tegen de Koerdische enclave Afrin. Dat offensief verloopt niet erg vlot: de Turken en hun bondgenoten lijden verliezen en schieten weinig op.

De Syrische Koerden zijn er dankzij hun opmars tegen de terreurgroep IS in geslaagd om grote delen van het noorden en het noordoosten van Syrië te controleren samen met hun Arabische bondgenoten. Die hebben daar een autonoom gebied uitgeroepen, maar geen onafhankelijkheid.

Afrin is anders, dat gebied ligt afgesneden van het andere Koerdische gebied Rojave door gebied dat in handen is van pro-Turkse rebellen. Door het Syrische leger toe te laten in Afrin, snijden de Koerden de opmars van de Turken en hun bondgenoten de pas af. Voor het regime van Assad is de zet ook interessant, want zou kan hij zijn positie in Noord-Syrië versterken, vooral dan tegenover de jihadistische rebellen die in de naburige provincie Idlib terrein verliezen.