Marie Bienaimé / BSIP

"Assistenten worden áltijd bijgestaan door een prof, en doen dus niet zomaar iets"

De medische zorg door arts-assistenten is niet minder kwaliteitsvol of tweederangs tegenover die van professoren of ervaren artsen. Dit wordt door de media fout voorgesteld, zegt Jens Goeteyn, van BAST (Belgian Association of Surgical Trainees) in "De ochtend". Goeteyn reageert hiermee op de zogenoemde "klassengeneeskunde" in het UZ Leuven.

Vorige week dook een brief op van het UZ Leuven waarin patiënten die kozen voor een duurdere eenpersoonskamer de garantie kregen dat eventuele ingrepen zouden worden uitgevoerd door een professor of een ervaren arts, en niet door een assistent in opleiding. Klassengeneeskunde, klonk het. De brief deed veel stof opwaaien. De arts-assistenten zijn teleurgesteld in de negatieve berichtgeving over hun werk.

"De algemene tendens in de media was dat zorg door assistenten tweederangs zou zijn, en minder kwaliteitsvol. Maar dat is een foute voorstelling", zegt Jens Goeteyn van BAST. "Je moet weten dat elke assistent een gediplomeerde arts is, die al zeven jaar geneeskunde heeft gestudeerd en zich daarna gaat specialiseren in een bepaald onderdeel. In een ziekenhuis bevinden arts-assistenten zich dus in een opleidingssituatie, waarin ze bepaalde onderdelen nog niet onder de knie hebben. Assistenten worden daarom altijd begeleid door een staflid of een supervisor die in bepaalde gevallen een deel van de ingreep of de zorg overneemt."

Het takenpakket van een assistent hangt af van verschillende factoren. "Laat het duidelijk zijn: we doen niet holderdebolder iets, zonder dat we een gecontroleerde situatie garanderen. Wat een assistent doet, hangt af van de situatie van de patiënt, zijn medische voorgeschiedenis en het niveau van de assistent in opleiding. Bij zo goed als elke stap, van de opstart van een dossier, over medicatie tot de operatie, staat je supervisor aan je zijde. Die persoon neemt beslissingen en draagt alle verantwoordelijkheid."

"Ziekenhuis draait op teamwork"

Goeteyn zegt dat de arts-assistenten niet zozeer bezig zijn met de discussie over de klassengeneeskunde en de kamerprijzen. "We weten dat de zorg in een ziekenhuis altijd gebeurt in teamverband, met de professor aan het hoofd daarvan. Als assistenten zijn wij ook maar een radartje in een groter netwerk. Wie er concreet bepaalde procedures uitvoert, beïnvloedt de kwaliteit van de zorg nauwelijks."

Toch maken patiënten zelf wél het onderscheid tussen een professor en een assistent. "Als patiënten een arts die nogal jong oogt op bezoek krijgen in hun kamer, dan kijken ze wel eens vreemd op. Assistenten krijgen dan de vraag "jij gaat de ingreep toch niet doen?" of "dat wordt toch besproken met de prof he?" Het is dan aan ons om duidelijk te maken dat de operaties áltijd gebeuren met de prof naast ons. We werken als duo, maar assistenten nemen nooit de beslissingen en dragen dus ook niet de eindverantwoordelijkheid."