Copyright 2018 The Associated Press. All rights reserved.

Hoe berichten media best over schietpartijen op scholen? "Geef daders geen eretekens"

In de VS houden ordediensten tot 10 dagen na een schietpartij de adem in, uit schrik voor copycats. En die angst is reëel, zegt professor massacommunicatie Jan Van den Bulck in "De ochtend", in de nasleep van de schietpartij in Florida. Hij woont en werkt in de VS. "Media moeten verslag uitbrengen over dit soort schietpartijen, maar bepaalde formuleringen of lijstjes van vorige schietpartijen voeden de eerzucht van mogelijke toekomstige daders op een gevaarlijke manier."

Van den Bulck bestudeert al jarenlang de effecten van media en mediagebruik op menselijk gedrag. "Daders van schietpartijen op scholen zijn een bijzonder geval. Het gaat om mensen die aangetrokken kunnen worden door de media-aandacht die ze voor hun daden krijgen. Daarom houden ordediensten na elke schietpartij zeker 10 dagen hun adem in, uit schrik voor gelijkaardige gebeurtenissen", vertelt hij.

"Uit studies van de FBI, die honderden school shootings bestudeerd hebben, blijkt dat daders niet zomaar iets doen. Ze googlen zich te pletter en bereiden zich tot in de puntjes voor voor op hun gewelddaad. Bovendien vinden ze via het internet gemakkelijk gelijkgestemden. Al is het online niet altijd duidelijk wie weirdo's zijn met extreme gedachten, en wie effectief van plan is om tot de actie over te gaan."

Media zijn verantwoordelijk voor school shootings zoals snelwegen voor bankovervallen: je hebt als dader uitvalswegen nodig om snel weg te geraken, maar de wegen zijn niet de oorzaak van het probleem.

In dat opzicht pikken potentiële toekomstige daders zeker op hoe media berichten over schietpartijen. "Als een gebeurtenis erg genoeg is, dan wordt het nieuws. Een schietpartij met verschillende doden, is dat sowieso, en kan je niet doodzwijgen. Maar in de verslaggeving daarover zie je vaak lijstjes met "de dodelijkste schietpartijen van de afgelopen tien jaar". Potentiële daders zien dat als een soort van erelijsten, waarin ze een plaats willen veroveren, liefst bovenaan", aldus Van den Bulck. "Je kan zeggen dat media-aandacht over schietpartijen sommigen helpt om ook in de richting van zo'n daad te gaan."

"Let op met omschrijvingen en lijstjes"

Kunnen media dan rechtstreeks verantwoordelijk gesteld worden voor copycatgedrag? Dat niet. "Media en schietpartijen verhouden zich op dezelfde manier als snelwegen en diefstallen: de uitvalswegen op zich zijn het probleem niet, maar daders hebben ze wel nodig om snel weg te geraken. Dus er is wel degelijk een verband."

Waarin zouden media dan het verschil kunnen maken? "Kinderen die gedood worden tijdens een schietpartij: daar kunnen media niet over zwijgen. Dat is de definitie van nieuws. Maar in de berichtgeving moeten media aandacht hebben voor de manier waarop de vreemde hersenkronkels van de dader aandacht krijgen", legt hij uit. "Een schietpartij omschrijven als "de ergste ooit", "de grootste ooit", of "ongezien leed": dat is geen goed idee. Zo geven we schutters net een ereteken voor hun daden."

"Ik check soms de nooduitgangen voor een les"

Van den Bulck woont en werkt in Michigan. De alomtegenwoordigheid van wapens in de Amerikaanse samenleving ontgaat hem niet. "Mijn kinderen krijgen in hun middelbare school niet enkel brandtraining, of tornadotraining maar ook school shootingtraining. En ik ben hier op de universiteit ook over geïnformeerd over wapenbezit. Het gebeurt zeker dat ik met studenten te maken krijg waardoor ik voor mijn lessen de nooduitgangen nog eens ga checken."

"Het fenomeen leeft hier: als je naar de statistieken kijkt, dan is de kans dat je zoiets meemaakt eerder klein, maar het is zeker geen ingebeelde kans. Ik hoor van collega's op andere universiteiten dat ze er rekening mee houden dat er op een groep van 100 studenten zeker één iemand bewapend zit."