AFP or licensors

Kan het straatprotest in Togo ophouden door gesprekken?

Het West-Afrikaanse land Togo is al zes maanden in de greep van straatprotest tegen president Faure Gnassingbe. Oppositie en burgerbewegingen willen dat hij zich houdt aan twee ambtstermijnen.  Vandaag beginnen gesprekken tussen regering en oppositie om tot een vergelijk te komen. De president van buurland Ghana bemiddelt en dat is geen dankbare taak. 

De dynastie Gnassingbé noemen ze hen, vader Etienne Eyadéma Gnassingbé en zoon Faure Gnassingbé Eyadéma die samen bijna een halve eeuw aan de macht zijn geweest in de Franse ex-kolonie. Vader Gnassingbé zat maar liefst 37 jaar op de troon, een woelige periode met staatsgrepen, corruptie en omstreden verkiezingen met veel geweld. Vader Gnassingbé schafte in 2002 de dubbele termijn van twee keer vijf jaar presidentschap af, waardoor hij nog eens kon aanblijven. Na zijn dood in 2005 bracht het leger zoon Faure aan de macht, in plaats van de parlementsvoorzitter. Ook die is al aan zijn derde ambtstermijn bezig. 

Straatprotest

De voorbije zes maanden zijn wekelijks tienduizenden Togolezen op straat gekomen om te eisen dat de grondwet uit 1992 wordt hersteld, waarin staat dat de presient maximaal twee ambtstermijnen mag aanblijven. Met andere woorden: president Faure zou moeten opstappen, en die roep wordt steeds luider, want eerdere dialogen hebben niets opgeleverd. Ook over deze nieuwe gesprekken zijn veel Togolezen sceptisch. De oppositie heeft het over de gesprekken van de laatste kans en heeft een aantal eisen klaar, zoals de vrijlating van politieke gevangenen. 

Togo staat aan het hoofd van de West-Afrikaanse Unie. De Europese Unie, en Frankrijk, Duitsland en de Verenigde Staten hebben de gesprekken al toegejuicht. Maar voor bemiddelaar Nana Akufo-Addo, de president van buurland Ghana, wordt de bemiddelingsopdracht niet eenvoudig.  Hij wil wel praten over de herinvoering van de oude grondwet. Maar president Faure heeft al laten weten dat hij niet aan opstappen denkt.  Over tien dagen weten we misschien meer. 

Katrien Vanderschoot