Copyright 2018 The Associated Press. All rights reserved.

"Ongelukken zijn niet uit te sluiten tussen Turkije en het Syrië van Assad, maar het hoeft niet in oorlog te eindigen"

In de kleine enclave Afrin in het noordwesten van Syrië staan nu zowel Syrisch-Koerdische, Turkse als Syrische milities die president Assad steunen, tegenover elkaar. Die complexe situatie baart kopzorgen, maar moet niet noodzakelijk in een Turks-Syrische oorlog eindigen.

Inzet van het nieuwe conflict is de enclave Afrin in het noordwesten. Die wordt nu gecontroleerd door de Syrisch-Koerdische militie YPG, maar staat los van het grotere Koerdische gebied in het noorden en oosten van Syrië, dat zichzelf autonoom heeft verklaard. Die beide Koerdische gebieden zijn gescheiden door Syrische rebellen die door Turkije betaald en bewapend worden.    

Een erg complexe situatie, zegt Erwin van Veen, Midden-Oosten-expert van Clingendael, het Nederlandse Instituut voor Internationale Betrekkingen. Die situatie is nu verscherpt nu het Turkse leger en diens bondgenoten een offensief zijn begonnen tegen de Koerden in Afrin. Die hebben op hun beurt de hulp ingeroepen -en gekregen- van Syrische milities die het regime van president Bashar al-Assad steunen.

Gaat het dan wel niet om het reguliere Syrische leger, dan dreigt er toch een conflict tussen het Turkije van Tayyip Erdogan en het Syrië van Bashar al-Assad. Toch hoeft dat niet noodzakelijk zo ver te komen, denkt van Veen. Enerzijds hebben beiden er belang bij dat er geen te machtig autonoom Syrisch-Koerdisch gebied komt. Anderzijds heeft Rusland in dat deel van Syrië veel invloed -door zijn vliegtuigen in Latakia. De huidige situatie is wel erg vervelend voor Moskou, want het wil zowel goede relaties met de oude bondgenoot Assad als met de nieuwe, de Turkse president Erdogan.

Spreidstanden voor de VS en voor Rusland

Tussen de Syrisch-Koerdische YPG en het regime van Bashar al-Assad is er een vreemde relatie. In de serie interne oorlogen in Syrië zijn die twee elkaar meestal uit de weg gegaan. Ze gingen meestal hun eigen gang, vochten beiden tegen de terreurgroep IS of andere jihadistische rebellen, maar Assad was erg boos toen de Koerden en hun Arabische bondgenoten van de Syrische Democratische Krachten (SDF) daar hun autonoom gebied uitriepen.

De Turken vielen de Syrische Koerden aan omdat die banden zouden hebben met de Turks-Koerdische afscheidingsbeweging PKK. De Koerden en  het Syrische regime hebben elkaar nu echter gevonden in een gemeenschappelijk doel: het weghouden van de Turken en hun bondgenoten onder de Syrische rebellen uit het noorden van het land. Als de Assad-milities inderdaad de Koerden versterken, dan zit Erdogan met een probleem. Of hij zet het offensief door en raakt slaags met Assad, of hij moet Afrin opgeven en lijdt dan gezichtsverlies. Het zal voor Rusland niet eenvoudig zijn om daar een compromis voor te vinden.

Vreemd is ook dat de Koerden -die eerder IS verslagen hebben- de steun hebben van de Verenigde Staten en Assad die van Rusland. De VS en Turkije -beide NAVO-lidstaten- staan nu recht tegenover elkaar in Syrië. Rusland had de voorbije jaren nauwe banden uitgebouwd met Turkije en staat door het huidige conflict in Syrië nu in een erg ongemakkelijke spreidstand. Het kan vreemd gaan in de Syrische oorlog.