Video player inladen ...

Drie op de vier kinderen zitten niet correct vastgeklikt in de auto

De gordeldracht van kinderen kleiner dan 1,35 meter blijft te wensen overlaten in ons land. Slechts 23 procent van de Belgische kinderen zit volledig juist vastgeklikt in de auto: in het juiste zitje én met de gordel op de juiste manier aan. Een op de acht kinderen draagt helemaal geen gordel, in Vlaanderen is dat zelfs een op de zes. Dat blijkt uit een onderzoek van het verkeersveiligheidsinstituut Vias.

Vias ging bij meer dan 1.000 kinderen kleiner dan 1,35 meter) in België na of en hoe ze vastgemaakt werden in de auto. De resultaten waren niet bepaald goed:

  • Slechts 23 procent, iets minder dan een vierde dus, zat volledig correct vastgeklikt, dat wil zeggen: in het juiste zitje (aangepast aan hun lengte en gewicht) en met de gordel op de juiste manier aan
  • 50 procent van de kinderen zat wel in het juiste zitje, maar werd niet correct vastgemaakt.
  • 14 procent zit in een zitje dat niet aangepast is aan lengte of gewicht, de helft is bovendien niet correct vastgemaakt
  • 13 procent, of een op de acht, droeg helemaal geen gordel

Vlaanderen scoort in het onderzoek slechter dan Wallonië en Brussel. In Vlaanderen bleek slechts 21 procent helemaal juist vastgeklikt (Brussel 26 procent en Wallonië 24 procent). 17 procent van de Vlaamse kinderen - een op de zes - zat zonder gordel in de auto.

We dénken dat kind juist vastgeklikt zit, maar...

Opvallend is dat de bestuurders vaak niet beseffen dat de kinderen op de verkeerde manier vervoerd worden. 77 procent van alle ondervraagden was van mening dat het kind in het juiste zitje zat en correct vastgesnoerd was.

Als ze geconfronteerd worden met het verkeerde gebruik, geven bestuurders het vaakst onoplettenheid of tijdsgebrek (20 procent), het kind dat zichzelf vastmaakt of weerstand biedt (18 procent) en onwetendheid over een correcte installatie van het kinderzitje (14 procent) als reden.

Bij korte trajecten (minder dan 10 kilometer), bij zitjes in de rijrichting en het verhogingskussen met rugsteun en bij zitjes in het midden van de achterbank is de kans op fouten groter.

Verkeerd gebruik komt veel meer voor als het kind vervoerd door andere personen dan de ouders of de grootouders. En als de bestuurder zelf het goede voorbeeld geeft en zijn gordel draagt, is de kans om verkeerd vastgeklikt te zijn, kleiner.   

55 tot 70 procent minder kans op dodelijke verwondingen

De gevolgen bij verkeerd gebruik verschillen van situatie tot situatie. Bij bijvoorbeeld een verdraaide gordel is de impact op verkeersveiligheid kleiner dan wanneer het kind geen gordel draagt.

Vias illustreert: een botsing met een snelheid van 50 km/u is te vergelijken met een val van ongeveer 10 meter (ongeveer 3 verdiepingen). Als je je kind vervoert zonder dat het een gordel draagt, kunnen de gevolgen dus zeer zwaar zijn.

Als je kind wel vastgeklikt is, maar op een verkeerde manier, vermindert dat ook de effectiviteit ervan. "Bij een derde van de kinderen zou een botsing in dat geval leiden tot ernstige tot dodelijke verwondingen", zegt Vias.

Volgens Vias verminderen beveiligingssystemen de kans op dodelijke verwondingen bij een ongeval met 70 procent voor kinderen jonger dan 1 jaar en met 55 procent voor kinderen tussen 1 en 4 jaar.

Geen vergelijking

Sinds 2013 wordt het niet-correct vervoeren van kinderen strenger bestraft, als een overtreding van de derde graad. De boete daarvoor bedraagt 174 euro. Elk jaar worden ongeveer 5.000 bestuurders bestraft.

Vias voert om de drie jaar een soortgelijk onderzoek, maar maakt ditmaal geen vergelijkingen met vorige edities. "De methodologie is veranderd. We hebben op meer factoren gelet, waardoor we de facto strengere normen hanteerden", zegt woordvoerder Stef Willems.

Video player inladen ...