Video player inladen ...

Houtkachels zijn onze grootste maar tegelijk meest vervuilende bron van hernieuwbare energie

Niet zonnepanelen of windmolens leveren de meeste groene energie in Vlaanderen, maar wel de hout- en pelletkachels en open haarden bij u thuis. In 2016 kwam maar liefst 22,06 procent van de hernieuwbare energie uit onze houtverbranding. Nochtans zijn kachels en open haarden het meest vervuilend van allemaal. Een pelletkachel mag wettelijk tot drie keer meer fijn stof uitstoten dan een steenkoolcentrale. Een open haard zelfs 30 keer meer.

De cijfers van de Vlaamse overheid liegen niet: in 2016 waren onze hout- en pelletkachels en open haarden goed voor 22,06 procent van de groene energieproductie. Daarmee vormen ze de grootste bron van hernieuwbare energie in Vlaanderen en scoren ze veel hoger dan zonnepanelen (goed voor 12,54 procent) en windmolens (9,4 procent). Op de tweede plaats, met 18,92 procent, staan de grote afvalverbrandingsinstallaties. Zij zetten huishoudelijk en industrieel restafval -waaronder ook veel hout- om in warmte. 

Groene energie uit houtkachels, dat klinkt misschien tegenstrijdig. Toch beschouwt Europa de warmte uit onze hout- en pelletkachels wel degelijk als hernieuwbare energie. Onze overheden mogen de warmte uit het hout dat we thuis opstoken dus opnemen in hun groene energiedoelstellingen.  In de Vlaamse energiemix wordt dat ingevuld als "biomassa huishoudens".

In theorie is houtverbranding groen

Bomen zetten koolstofdioxide (CO2) om in zuurstof. Een omgehakte boom geeft tijdens verbranding in een kachel CO2 af. Die vrijgekomen CO2 wordt door andere bomen opnieuw omgezet in zuurstof. Voor elke boom die omgehakt en verbrand wordt, moet dus een nieuwe boom worden aangeplant, zodat er netto geen gram boeikasgas bij komt.

Dat is ook een strikte voorwaarde voor nieuwe biomassacentrales: die moeten hun hout, pellets of chips halen uit duurzaam beheerde bossen, met een verplichte vervanging van het weggehakte hout. Bij de minste twijfel mag de biomassacentrale haar deuren sluiten. Een biomassacentrale zal er ook voor moeten zorgen dat ze haar houtafval zo milieuvriendelijk mogelijk vervoert. De CO2 die vrijkomt bij het transport wordt meteen afgetrokken van de groenestroomsubsidies.

In praktijk is houtverbranding niet altijd zo groen

Europa en onze overheden gaan er blijkbaar van uit dat we ook thuis onze omgehakte bomen altijd vervangen door nieuwe. Dat we aangekocht hout op de meest ecologische wijze vervoeren en dat het hout van topkwaliteit is: perfect gedroogd, proper en uiterst geschikt om te verbranden. 

Maar in de praktijk is dat ideale model nogal eens een fictie: de overheid controleert helemaal niet waar het hout in onze kachels vandaan komt, noch wat de kwaliteit van dat hout is of hoe het in onze kachel belandt. Iemand kan bij wijze van spreken zijn hele tuin omhakken, zonder dat er ook maar één boompje in de plaats komt.

Ook de kwaliteit van de brandstof is heel moeilijk te controleren. Want de Vlaming gooit lang niet altijd perfect gedroogd brandhout in zijn kachel of open haard. Te nat hout, gevernist hout, spaanderhout vol synthetische lijmen, ingepekt of geïmpregneerd hout tegen verrotting, zelfs gewoon afval: het verdwijnt wel eens door de schoorsteen. 

Bovendien is de aanvoer van al dat hout naar ons thuis meestal minder proper dan de aanvoer naar biomassacentrales of andere grote energiecentrales. Uitbaters van centrales proberen dat zo efficiënt mogelijk te doen: vanop de boot via een transportband de oven in. Maar de meeste huizen liggen niet aan een waterloop. Laat staan dat ze over transportbanden beschikken. Voor het hout voor onze deur ligt, hebben we meestal nog wat extra vervuilend vervoer nodig:  van de boot op de vrachtwagen naar de groothandelaar, daarna op een andere vrachtwagen naar de kleinhandelaar. Waar we het uiteindelijk alweer met een vrachtwagen tot voor onze deur laten voeren. Of we het gewoon zelf gaan ophalen, met onze auto.

We proberen in dit filmpje ons hout zo groen mogelijk te verbranden.

Video player inladen ...

Moderne houtkachel stoot 4 keer meer fijn stof uit dan steenkoolcentrale

Een groter probleem: houtverbranding thuis is veel vervuilender dan industriële verbranding. Ook als je correct stookt en de wettelijke waarden respecteert.  Zelfs de modernste kachels die voldoen aan de strengste normen stoten nog ettelijke keren meer fijnstof uit dan grote industriële verbrandingsinstallaties. 

Zo mag een moderne houtkachel wettelijk maximaal 40 milligram fijn stof per kubieke meter uitstoten. Dat is 8 keer meer dan een grote biomassacentrale (5 mg/m³). Zelfs een steenkoolcentrale doet beter. Het laatste grote project voor een steenkoolcentrale in de Antwerpse haven dateert van 7 jaar geleden. Toen al mocht de centrale niet meer dan 10 mg per kubieke meter fijn stof uitstoten: 4 maal minder dan een moderne houtkachel, en zelfs nog drie keer minder dan een moderne pelletkachel. 

Voor open haarden is het verschil zelfs nog een pak groter. Officieel mogen die tot 300 milligram fijn stof per kubieke meter uitstoten, 60 keer meer dan de grootste biomassacentrales dus, en 30 keer meer dan een steenkoolcentrale.

Labotests geven vertekend beeld

Bovendien: die officiële normen voor de huiselijke houtverbrandingstoestellen worden gemeten in labo-omstandigheden. Met de beste stookmeesters, het beste hout, en vooral: met maar een deeltje van het verbrandingsproces. Het beste deeltje namelijk, wanneer de kachel op maximaal vermogen brandt. Het aansteken en het uitdoven van de haarden worden niet mee in rekening genomen. Precies de momenten waarop tijdens de verbranding het meeste roet en fijnstof vrij komt. 

De cijfers zijn dus artificieel: in de realiteit en als je slecht stookt, kan een open haard makkelijk vier tot vijf keer meer uitstoten dan volgens de officiële cijfers. Dan spreken we bij een open haard al gauw over 1.200 milligram per kubieke meter lucht. Terwijl een grote biomassacentrale dus niet boven de 5 milligram mag uitkomen. In het echt, niet in een labo-metingen dus. Wanneer ze haar uitstootnormen niet haalt, gaat de centrale onverbiddelijk dicht. Bij kachels op hout of pellets of bij open haarden is dat helemaal niet zo: niemand komt controleren wat er uit de schoorstenen komt.

Overheid heeft geen zicht op aantallen en soorten kachels

Als we onze open haarden en hout- of pelletkachels verder willen blijven inzetten als hernieuwbare energiebron, heeft onze overheid nog heel wat werk voor de boeg. Ze zal vooral beter moeten meten en controleren. Hoeveel kachels er precies staan bijvoorbeeld, hoe oud ze zijn en of ze aan de uitstootnormen voldoen. Zo kan je de uitstoot in kaart brengen en die proberen te verminderen. 

Maar dat is momenteel een probleem. De aankoop van hout- of pelletkachels of de installatie van een open haard wordt gewoon nergens geregistreerd. Niemand kent het precieze aantal gekochte of geïnstalleerde kachels en open haarden in Vlaanderen, laat staan om welke types het gaat of hoeveel uren per jaar die kachels ook effectief draaien. 

Ook met de herkomst van de brandstof is er een probleem. Je weet niet waar het hout dat je aankoopt vandaan komt, of het uit duurzaam beheerde bossen is gehaald of uit de kaalkap van ecologisch waardevolle gebieden. De overheid controleert dat gewoon niet.

"Je stookt beter niet met hout"

De milieuadministratie, en met name de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM), staat hyperkritisch tegenover de kachels en open haarden. Zo weinig mogelijk gebruiken, oordelen ze daar. De VMM heeft al herhaaldelijk opgeroepen tot een tijdelijk stookverbod. Vooral op windstille, koude winterdagen met temperatuurinversie laat je je kachel beter uit, waarschuwt de VMM. Er hangt dan sowieso al veel smog in de lucht: de uitstoot van de kachels heb je er dan liefst niet bij. 

De VMM benadrukt ook dat niet alleen het fijn stof een probleem is. Uit de kachels komen ook behoorlijk wat dioxines en PAK's: kankerverwekkende stoffen. Niet goed voor de omwonenden, maar ook niet goed voor de eigenaars van de kachels. Uit metingen blijkt dat de stoffen ook binnenshuis zweven. Eigenlijk stook je beter niet met hout, adviseert de VMM.

De energieadministratie is dan weer opvallend stil. Ook daar beseffen ze dat kachels en open haarden niet de meest propere vorm van hernieuwbare energie zijn. Maar ze is wel broodnodig om de Europese doelstellingen te bereiken. Volgens de laatste prognoses zullen onze houtkachels in 2020 nog altijd ruim 15% van de hernieuwbare energie leveren.  Minder dan in 2016. Maar wel nog goed voor de tweede plaats: ze wisselen dan van kop met de grote hout- en afvalverbrandingsinstallaties. Pas daarna komen de windmolens en de zonnepanelen. Onze hout- of pelletkachels schrappen uit de groene energie-mix, lijkt dan ook geen optie. Ze minder vervuilend maken wel.  

Smog boven Brussel tijdens een koude winterdag BELGA/DOPPAGNE

Wat met de toekomst?

Het wordt sowieso moeilijk voor de Vlaamse regering: door het schrappen van twee grote biomassaprojecten had ze haar doelstellingen voor 2020 al fel gehypothekeerd. De biomassacentrales tijdig vervangen door zonne- of windenergie wordt een zeer moeilijke opdracht. September jongstleden moest Energieminister Bart Tommelein (Open VLD) dan ook toegeven dat hij 5 procent van de Vlaamse hernieuwbare energie nog niet ingevuld kreeg. 

De biomassacentrales gingen voor de bijl omdat ze te veel subsidies opslorpten. En dat bleek onverteerbaar voor de Vlaamse regering. Maar in de feiten blokkeerde ze daarmee wel een technologie die minstens 800 procent minder fijn stof uitstootte dan onze kachels thuis. Een minder vuile maar dure groene energietechnologie werd afgevoerd, maar ondertussen werd er weinig gedaan aan een meer vervuilende, maar goedkopere bron van hernieuwbare energie:  onze houtkachels. 

Ook voor de 20-20-20-doelstellingen doelstellingen zal Vlaanderen erg afhankelijk blijven van houtverbranding, zo blijkt uit de projecties die onze Vlaamse regering in het najaar bekendmaakte. In 2020 zal het aandeel van de houtverbranding bij ons thuis weliswaar flink terugvallen naar iets meer dan 15%.

Maar onze houtkachels en open haarden blijven wel de tweede belangrijkste bron van hernieuwbare energie. Alleen grote verbrandingsovens op afval en hout zullen nog meer energie leveren. Zonne-energie maakt een sprong vooruit, net als de windmolens, maar ze kunnen nog altijd de houtverbranding niet van de kop verdringen.

Want dat haarden en houtkachels afgeschaft zullen worden, lijkt erg onwaarschijnlijk: nogal wat Vlamingen houden nu eenmaal van hun gezellig knetterend haardvuur. De sector zorgt bovendien voor behoorlijk wat werkgelegenheid: altijd gevoelig om daarop in te grijpen. Anderzijds geeft diezelfde sector wel toe dat de vervuiling effectief een probleem is. Ze wil er samen met de overheid iets aan doen. Alleen geeft die overheid momenteel nog niet thuis.

Video player inladen ...