Een pelletkachel.

"Bommakachels weg, de toekomst is pelletverbranding in automatische, gestandaardiseerde toestellen"

Houtkachels zijn vandaag duidelijk de gebeten hond omdat ze veel fijn stof uitstoten, maar volgens Bram Claeys, de directeur van de Organisatie voor Duurzame Energie, moeten ze toch deel uitmaken van de mix van alternatieven voor fossiele brandstoffen. Het moeten dan wel automatische toestellen zijn met gestandaardiseerde brandstoffen, pelletkachels met andere woorden. Die zijn veel properder, en stoten zowat even veel fijn stof uit als een verwarmingsketel op stookolie. 

Claeys geeft toe dat de verbanding van hout een belangrijke bron is van fijn stof, en dat we die problematiek dringend moeten aanpakken. Als we al zouden beginnen met de oude "bommakachels" te vervangen door nieuwe, efficiënte houtkachels, zouden we al meteen de uitstoot van fijn stof door houtverbranding halveren, zei Claeys in "De wereld vandaag". Maar de toekomst zit volgens hem wel degelijk in pelletverbranding in automatische, gestandaardiseerde toestellen. 

Die zijn veel properder, en staan wat de uitstoot van fijn stof betreft op hetzelfde niveau als verwarming met stookolie, zei Claeys. Verwarming met aardgas geeft flink minder uitstoot, en een warmtepomp op elektriciteit zit daar nog een stuk onder, die geeft lokaal geen luchtvervuiling. 

Pellets zien er een beetje uit als konijnen- of caviavoeding, en ze zijn gemaakt uit samengedrukt zagemeel,  houtspaanders of ander hout. Ze zitten in een speciale bak en worden automatisch naar de verbrander gebracht naar gelang van de behoefte. BELGA/MAETERLINCK

"Zonder bio gaan we er niet geraken"

Momenteel gaat vijftig procent van onze energievraag naar verwarming - en een heel klein deeltje naar koeling -, en de vraag is hoe we heel die verwarmingsvraag kunnen overschakelen op hernieuwbare bronnen. Nu draait 85 procent immers nog op aardgas en stookolie, fossiele bronnen die bijdragen aan de opwarming van de aarde, zo zei Claeys.   

Voor hem is een mix van alternatieven het beste, en is er ook een duidelijke visie nodig van waar welke toepassing het meest geschikt is. Duidelijk is echter wel, zei Claeys, dat we zonder "bio" - hernieuwbaar hout voor verbranding - er niet gaan geraken, niet zullen slagen in een omschakeling naar hernieuwbare bronnen. 

In de stadscentra, in dicht bebouwde gebieden, moeten we vooral inzetten op warmtepompen en warmtenetten waar die kunnen aangelegd worden, in combinatie met zonneboilers. 

In de buitengebieden, waar die opties minder geschikt zijn, of waar de gebouwen mogelijk minder geschikt zijn voor die oplossingen, ziet Claeys nog wel een rol weggelegd voor houtverwarming. Een zeer belangrijke voorwaarde is dan wel dat het niet gaat om gewone houtkachels, maar om houtverwarming met "gestandaardiseerde brandstoffen in automatische toestellen".

Met andere woorden om pelletboilers die automatisch worden gevoed, en die aangesloten zijn op een thermostaat. Op de pellets zit geen variatie, en men kan er niet verkeerd mee stoken, en daardoor zijn dergelijke kachels veel properder dan een houtkachel, zei Claeys. Een ander voordeel van die pelletboilers is dat ze makkelijk bijvoorbeeld een stookolieketel kunnen vervangen, zonder aanpassingen aan het huis.

Claeys merkt tenslotte nog op dat ook de overheid een rol te spelen heeft. Het zou goed zijn, zei hij, als de Vlaamse overheid een campagne zou opzetten om de mensen aan te sporen om te kiezen voor de juiste verwarming voor hun woning, en dat men daarin dan ook de rol van bioverwarming juist zou kaderen.