Video player inladen ...

Jeugdverenigingen moeten beter samenwerken om ook echt alle kinderen aan te spreken

Kinderen met een beperking, die het thuis niet breed hebben of met een andere culturele achtergrond kunnen nu niet altijd terecht in een jeugdvereniging. Een masterplan dat vandaag wordt voorgesteld, maar VRT NWS al kon inkijken, moet daar verandering in brengen. Concreet moeten jeugdverenigingen vooral beter met elkaar samenwerken. "Nu wordt veel te vaak naast elkaar gewerkt", zegt minister van Jeugd Sven Gatz (Open VLD).

Ondanks hun inspanningen bereiken de grote jeugdorganisaties in de praktijk vooral de blanke middenklasse. Nochtans zijn er andere -veelal kleinschalige- projecten die er wel in slagen om kinderen met een beperking, die het minder breed hebben of met een andere culturele achtergrond te bereiken. De zaak is nu om die met elkaar in contact te brengen en van elkaar te laten leren. Vandaag stelt de minister van Jeugd samen met de jeugdsector daarom het masterplan "Diversiteit in/en het jeugdwerk" voor. 

Het jeugdwerk werkt soms nog te gescheiden in aparte kanalen naast elkaar

Sven Gatz, Vlaams minister van Jeugd, (Open VLD)

Onze redactie kon het plan al inkijken. Het zet in grote lijnen uit waar de Vlaamse regering, maar vooral ook de jeugdsector zelf stappen wil zetten om ervoor te zorgen dat elk kind of jongere in Vlaanderen en Brussel die dat wil naar een jeugdvereniging kan. “De sector zelf werkt er al hard aan, maar diversiteit in het jeugdwerk kan zeker beter”, zegt Gatz aan VRT NWS. “Het jeugdwerk werkt soms nog te gescheiden in aparte kanalen naast elkaar.”

VRT NWS zocht in oktober naar aanleiding van de Dag van de jeugdbeweging uit hoe het met de diversiteit gesteld is. Recente duidelijke cijfers waren er toen niet, daar moet het masterplan verandering in brengen. Elk jaar zal nu worden nagegaan hoe het met de inclusiviteit van het jeugdwerk is gesteld en waar het beter kan. Het plan gaat ook verder dan studiewerk, er zijn ook maatregelen die op het terrein verandering moeten brengen.

Concreet moeten de verschillende jeugdverenigingen beter met elkaar gaan samenwerken. “Dat kan heel eenvoudig zijn. Een lokale Chirogroep bijvoorbeeld die een project doet met een lokaal jeugdhuis dat vooral jongeren van een andere kleur bereikt”, legt Gatz uit. De minister zet daarvoor vooral in op zogenoemde “bruggenbouwers” die het goede voorbeeld moeten geven. “Dat zijn mensen die gespecialiseerd zijn in het leggen van bruggen om mensen met elkaar in contact te brengen.”

Lees verder onder de video

Video player inladen ...

Bruggenbouwers

Het project “Ketmet” van Cultureghem in Anderlecht is een van de projecten die volgens het masterplan het goede voorbeeld geeft. “Elke woensdagnamiddag is ons overdekt speelplein open”, legt trekker en bruggenbouwer van dienst Cem Aydogan uit aan VRT NWS. “Ons project is ontstaan op vraag van de buurtbewoners. Verschillende groepen kinderen komen samen, spelen samen en gaan samen in interactie.”

Het bijzondere aan dit project is dat kinderen uit de buurt kunnen spelen, knutselen of koken met kinderen met een beperking of kwetsbare kinderen die in een opvangcentrum zitten. “We merken dat het nodig is dat kinderen vooral andere groepen ontmoeten, omdat ze daar veel van leren”, zegt Aydogan. “Niet overal krijgen ze de plek en de mogelijkheid om elkaar te ontmoeten en die plek willen we toch een beetje zijn.”

We merken dat het nodig is dat kinderen vooral andere groepen ontmoeten, omdat ze daar veel van leren

Cem Aydogan, Ketmet

Bij “Ketmet” slagen ze er in moeilijk bereikbare jongeren toch te betrekken door goed samen te werken met andere organisaties, soms ook buiten het klassieke jeugdwerk. “Ik ga bijvoorbeeld naar scholen en dagcentra die werken met mensen met een beperking. Samen met hen bekijk ik of ons aanbod interessant is voor hen en of we kunnen samenwerken”, zegt Aydogan. “Er is veel expertise in het jeugdwerk en het jeugdwerk in het algemeen bereikt veel verschillende doelgroepen, maar samenwerking kan deze expertise nog meer doen versterken.”

Ook Dounia Belmazouar die vooral de kleuter- en peuterwerking bij Ketmet voor zich neemt, onderlijnt het belang van samenwerken. "Het is goed om samen te zitten en te kijken wat de "good practices" zijn van andere organisaties om zo nieuwe ideeën te krijgen die we zelf ook eens kunnen uitproberen", vertelt ze. "Geen enkele organisatie is perfect natuurlijk, het kan altijd wel beter. Als je van verschillende standpunten ideeën kunt krijgen, kan het altijd beter."

Lees verder onder de video

Video player inladen ...

En wat met Scouts of Chiro?

Het is natuurlijk niet evident om de werkwijze van bij Ketmet gewoon over te nemen bij een lokale afdeling van de Chiro of bij een jeugdhuis. Daarom voorziet het masterplan dat de methodes die goed lopen worden gebundeld zodat lokale groepen er op een laagdrempelig mee aan de slag kunnen. Of dat die methodes kunnen worden aangeleerd bij de vorming van jeugdleiding.

Het masterplan fungeert voor ons als een soort stafkaart en kompas dat ons op weg helpt

Jan Van Reusel, Scouts & Gidsen Vlaanderen

De grote jeugdbewegingen zijn alvast tevreden met het plan. “Het fungeert voor ons als een soort stafkaart en kompas dat ons op weg helpt”, legt Jan Van Reusel van Scouts & Gidsen Vlaanderen uit aan VRT NWS. “Er was al een visie op diversiteit en dankzij het plan wordt dat nu ook concreet gemaakt.” Bovendien legitimeert het volgens Van Reusel ook de middelen en inspanningen die ze al jaren doen voor diversiteit. "Diversiteit wordt hiermee ingebed in het geheel, het is geen vrijblijvend toemaatje meer.”

Bij de Chiro zijn soortgelijke signalen te horen. “We zijn al langer bezig met diversiteit en het plan geeft ons nu de mogelijkheid om met heel de sector samen aan de verschillende doelstellingen te werken", zegt Niels De Ceulaer van Chirojeugd Vlaanderen aan VRT NWS. ”Zo kunnen we alle kinderen en jongeren in Vlaanderen de kans geven om deel te nemen aan het jeugdwerk.”

Lees verder onder de video

Video player inladen ...

Dode letter?

De vraag blijft natuurlijk in hoeverre in masterplan ook echte verandering zal brengen en of het geen dode letter blijft. De meeste doelstellingen zijn gericht op begin jaren 20, een eindje na deze legislatuur. Bovendien is het relatief vrijblijvend: elke jeugdorganisatie kiest zelf welke doelen ze willen verwezenlijken of waar ze de klemtoon op leggen. “Het is niet aan de overheid om plots te verplichten dat iedereen moet samenwerken", zegt Gatz daarover.

De minister ziet het masterplan overigens het nakende einde van de legislatuur wel overleven. Het helpt volgens hem bijvoorbeeld dat de jeugdsector voor een groot stuk mee de pen heeft vastgehouden. "We hebben heel goed jeugdwerk in Vlaanderen. Als we het nu ook nog diverser kunnen maken, dan zijn we echt wel bij de beste van de wereld", besluit Gatz.

Video player inladen ...