Selectieve verontwaardiging: besnijdenis mag niet, euthanasie mag wel

Het debat over het al dan niet toelaten van besnijdenis van jongens waait uit IJsland over naar onze gewesten. Gisteren opende hoogleraar Patrick Loobuyck het debat. Nu vraagt de jonge filosoof Othman El Hammouchi waarom er zoveel selectieve verontwaardiging is.

labels
Othman El Hammouchi
Othman El Hammouchi is een jonge filosoof en won de Belgische Filosofie Olympiade.

Recentelijk is het debat over besnijdenis in ons land weer uitgebarsten naar aanleiding van een wetsvoorstel in IJsland dat rituele besnijdenis bij jongens zou criminaliseren.

De slachtoffers van zo’n wet zouden de joden en moslims zijn, bij wie zo’n rituele besnijdenis religieus van fundamenteel belang is.

De hoofdargumenten hiervoor zijn de autonomie en fysieke integriteit van het kind, zoals gewoonlijk aangevuld met grootsprakerige verwijzingen naar de mensenrechten en de VN.

Maar is deze indignatie intellectueel wel zo eerlijk?

Soms autonoom, soms niet

Het valt op dat verdedigers van de autonomie en zelfstandigheid van het kind vaak selectief omspringen met de toepassing van dit principe. Als het aankomt op euthanasie of geslachtsverandering, vindt men het o-zo moreel en progressief om wils- en oordeelsbekwaamheid toe te schrijven aan een minderjarige. Maar de aankoop van alcohol of sigaretten, of het gebruik van een auto, dat kan natuurlijk niet.

Als een minderjarige in staat is om inspraak te hebben in zijn levenseinde, waarom dan niet in dergelijke zaken?

Of, mutatis mutandis, in besnijdenis?

Waarom zouden we een kind niet als volwassene mogen behandelen en het voor een keuze stellen: of je laat je besnijden, of we verzoeken je vriendelijk het ouderlijk huis te verlaten en de ouderlijke hulpbronnen op te geven?

Wie de logica van de selectieve autonomie voor minderjarigen doortrekt naar haar logische conclusie, komt al snel in absurde en arbitraire situaties terecht. 

Ouderlijke autoriteit

Het andere argument, dat van de integriteit van het lichaam, weerspiegelt een arbitrair onderscheid dat bij ons in de westerse wereld diep verankerd zit, en dat door vele schrijvers (met name Foucault) werd aangekaart, namelijk de verschillende attitude tegenover lichaam en geest. Men pleegt een veel grotere afkeer te hebben van fysieke pijn dan psychische, en beschouwt fysieke problemen en fenomenen als wezenlijker dan psychische.

Hiervan getuigt bijvoorbeeld de algemene verwerping van lijfstraffen en andere fysieke boetedoening ten voordele van een gevangenisstraf, die wordt voorgesteld als veel humaner. Terwijl het eigenlijk zeer bediscussieerbaar is of dit wel het geval is.

Op gelijkaardige wijze heeft men er blijkbaar weinig problemen mee dat ouders op vrije wijze mogen beslissen over de psychische vorming van hun kind, waarvan de invloed op vele gebieden permanent is, in het bijzonder wanneer het gaat om de vroege stadia van socialisering en de ontwikkeling van elementaire cognitieve capaciteiten. Moet dat dan ook uit handen van de ouders genomen moeten worden, in naam van de psychische integriteit van het kind?

Waarom zou dat geen mensenrecht zijn?

De lijst wordt toch steeds langer, en klinkt dat nu eigenlijk niet zeer mooi, ‘het recht op psychische integriteit’? Natuurlijk pleit niemand ervoor dat ouders elke fysieke verbouwing die ze bij hun kind willen aanbrengen zouden moeten kunnen uitvoeren.

Maar een praktijk die verankerd zit in en omkaderd wordt door een sinds lang gevestigde en belangrijke religieuze traditie, en die geen schade veroorzaakt (en volgens vele medische geleerden zelfs positieve effecten heeft) lijkt toch een redelijke kandidaat voor een fysieke aanpassing die toegestaan moet worden.

----

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen, publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.