Video player inladen ...

"We zijn geen robots": sociale sector organiseert mars tegen armoede in Brussel

Zo'n 100 actievoerders organiseerden deze middag een "waardigheidsmars" in Brussel. Ze eisen meer erkenning voor mensen in armoede, maar ook meer ondersteuning voor de hulpverleners. Want op dat vlak schiet het beleid momenteel nog tekort, aldus de betogers.  

"We zijn geen robots". Onder dat motto kwamen er vandaag zo'n 100 mensen samen aan het Brusselse Noordstation. Onder hen vooral mensen die zelf in armoede leven, maar ook hulpverleners en armoedeverenigingen. Vermomd als robots maken ze duidelijk dat ze het beu zijn om bandwerk te moeten leveren. In een zelf opgesteld manifest eisen ze structurele veranderingen voor een menselijkere sociale sector.

10 minuten per cliënt: dat is echt niet haalbaar

Pascale Cockhuyt van armoedevereniging Wieder

Sociaal werkers die steeds vaker kampen met depressies en burn-outs: bij armoedevereniging Wieder kunnen ze het helaas bevestigen. “We zien dat mensen die met heel veel enthousiasme in de sociale sector begonnen zijn na een tijdje toch wegvallen. Vaak gaan ze dan ander werk zoeken in de privésector”, zegt Pascale Cockhuyt van vzw Wieder.

De reden is volgens haar duidelijk: “Vroeger hadden hulpverleners veel meer tijd voor hun cliënten. Sociaal werkers zijn nu vaak met 80 dossiers tegelijkertijd bezig. Dat wil zeggen dat ze per cliënt slechts 10 minuten tijd kunnen vrijmaken. En dat is gewoon echt niet haalbaar.”

Vlak voor het kabinet van minister van Welzijn Jo Vandeurzen hield de delegatie even halt om gezamenlijk een cirkel te vormen. "Die moet je symbolisch interpreteren", weet een van de betogers: "Die staat voor het eindeloze straatje waarin mensen soms belanden." Later op de middag overhandigden ze ook hun manifest aan minister Vandeurzen.

“We willen daarmee vooral duidelijk maken dat mensen in armoede niet louter als cijfers weggezet kunnen worden”, zegt Sven Jacobs van het sociaal innovatiebureau Idrops. “Het gaat hier over mensen. En daar moet je in blijven investeren.”