Belga

11 eigenaars krijgen opschorting voor dodelijk liftongeval

De correctionele rechtbank van Antwerpen heeft elf eigenaars van een appartementsgebouw in Antwerpen een opschorting gegeven voor de onopzettelijke dood van een 2-jarige jongen. Het slachtoffer was met zijn voet geklemd geraakt tussen de liftkooi en de wand van de liftkoker. Een deskundige stelde 48 risicopunten vast bij de lift.

De vader van het slachtoffer wilde in 2016 even langsgaan bij kennissen die op de tweede verdieping van het gebouw woonden. Hij nam met zijn zoontje de lift, maar ter hoogte van de eerste verdieping liep het fout. De jongen stapte naar voren en kwam met zijn voet in de opening tussen de liftkooi en de kokerwand terecht. De lift ging verder omhoog en het kind overleed. 

Uit het verslag van de gerechtsdeskundige bleek dat de lift 48 risicopunten vertoonde. Zo hadden de bewoners het toegelaten dat het lichtgordijn werd uitgeschakeld, omdat de lift anders te vaak stilstond. Het traliehek, dat de liftkooi moest afsluiten, ging slechts gedeeltelijk dicht en de beveiliging die moest verhinderen dat de lift dan toch werkte, werd overbrugd met proppen papier die voor de contactpunten waren gestoken. 

Controledienst had gewaarschuwd

De onderhoudsfirma had herhaaldelijk op die en nog andere mankementen gewezen en een controledienst had een maand voor de feiten zelfs gewaarschuwd dat de lift niet meer veilig gebruikt kon worden. “De beklaagden kozen er evenwel voor om hun financiële situatie en hun gebruiksgemak boven de veiligheid van de gebruikers van de lift te stellen”, oordeelde de rechtbank. 

De verzekeringsfirma weigerde na het ongeval te betalen, omdat de Vereniging van Mede-Eigenaars nooit naar behoren gefunctioneerd heeft en alleen maar op papier bestond. De rechtbank vond dat echter geen argument: de VME staat ingeschreven in de kruispuntbank van ondernemingen, heeft een ondernemingsnummer en had een verzekeringsovereenkomst afgesloten en de premies betaald. De rechtbank zag geen reden waarom de verzekeringsfirma geen dekking zou moeten verlenen. 

De familie van het slachtoffer had zich burgerlijke partij gesteld en kreeg in totaal bijna 65.000 euro aan schadevergoedingen.