From Belgium with love: hoe duiven tijdens WOII voor spionage werden ingezet  

Tijdens de Tweede Wereldoorlog maakten de Britse inlichtingendiensten gebruik van duiven om informatie uit het bezette continent te verkrijgen. Een nieuw boek toont welke belangrijke rol een Belgische spionagegroep hierin speelde. Drie leden van de groep bekochten het met hun leven.

Als we het over spionage in de Tweede Wereldoorlog hebben, denken we vaak aan mensen die vanuit bezet gebied in een verdoken kamertje met een draagbare radio in een koffer morseberichten naar Londen seinden. Het zal wellicht verwonderen dat er toen ook inlichtingen werden overgebracht volgens een oeroude maar beproefde methode : postduiven.

In  Groot-Brittannië zorgde de National Pigeon Service, met de hulp van lokale duivenmelkers, dat er duizenden duiven beschikbaar waren voor de inlichtingendiensten.

Af en toe werd een geheim agent gedropt die een duif met zich mee had.  Een radioapparaat was vaak zwaarder, onhandiger, minder discreet en zelfs minder betrouwbaar dan een duif. Als het dier eenmaal was losgelaten, vond het bijna altijd de weg naar huis en het dier was gemakkelijker te dragen, discreter en vaak zelfs betrouwbaarder dan een radiozender.  

De "Falcon Destruction Unit" van MI5, het team dat op de Britse kliffen havikken wilde doden om terugkerende duiven te beschermen

Al hadden duiven hun eigen nadelen. Ze konden het slachtoffer worden van slecht weer of roofvogels. Om die reden werden roofvogels tijdens de oorlog in sommige Engelse kustgebieden door jachtopzieners systematisch geliquideerd. Anderzijds kweekten de Britten dan weer jachtvalken om te jagen op “verdachte” duiven die vanuit Engeland richting continent vlogen, al schijnen ze nooit één duif te hebben gevonden met berichten voor de vijand.

Een bijzondere activiteit was operatie Columba. Daarbij werden duiven gedropt in bezet gebied in de hoop dat de eerlijke vinders ze zouden terugsturen vergezeld van inlichtingen.  Zeker in het begin van de Duitse bezetting van West-Europa ontbrak het de Britten aan informanten op het continent, terwijl ze uiteraard meer wilden weten over de voorbereidingen van een eventuele Duitse invasie van Groot-Brittannië.

Cover van het 'geheime' Columba-dossier (The National Archives, wo208/3560) en instructies over hoe een koker met berichten aan een duivenpoot bevestigd moet worden (familie Raskin)

De duiven werden vanuit een vliegtuig neergelaten in een kastje met een parachute. Daarbij zat ook een brief voor de vinder met een vragenformulier, licht papier om met de duif mee te geven en een hele gebruiksaanwijzing. De vinder werd gevraagd het formulier in te vullen en aan de poot van de duif te bevestigen, waarna hij het beestje kon loslaten.

Op het formulier konden inlichtingen worden gezet over de aanwezigheid van Duitse troepen in de streek, Duitse installaties, transporten enzovoort, maar ook stemming van de bevolking onder de bezetter. Die informatie gaf de Britse inlichtingendiensten een duidelijker beeld van wat de vijand uitspookte.

Links, Brian Melland, het hoofd van Columba bij MI14 (met toestemming van David Melland.) Rechts, een RAF-piloot met twee kastjes voor duivenvervoer (IWM)

De duivendroppings, vooral in België en Noord-Frankrijk, kenden een redelijk succes. De grote meerderheid van de duiven keerde weliswaar nooit terug. Ze werden niet gevonden, of de vinders durfden ze niet terug te sturen of verkozen de duif op te eten...  De duiven die wel werden gevonden, brachten meestal nuttige informatie mee.

Meer dan waardevol waren de inlichtingen die op 12 juli 1941 werden gebracht door een duif die zeven dagen eerder in de buurt van Lichtervelde in West-Vlaanderen was gedropt. De lichte velletjes rijstpapier waren volgeschreven met een piepklein, zeer fijn handschrift, vol gedetailleerde informatie, naast enkele nauwkeurige tekeningen van militaire installaties. De tekst beschreef niet alleen de installaties, maar meldde ook de gevolgen van een recent bombardement op Brussel en gaf zelfs aanbevelingen over waar er nog kon worden gebombardeerd.  

Michel Debaillie en de duif die in Lichtervelde werd gedropt, met dag van aankomst en vertrek (collectie familie Debaillie). De betrokken waren zo opgewonden over het gebeuren dat ze alles ook fotografeerden, wat niet zonder risico was; maar de foto's vielen niet in Duitse handen.

De informatie van deze ene duif was voor de Britten zo kostbaar, dat premier Churchill zelf de briefjes onder ogen kreeg.

De duif was teruggezonden door een groep die zich ‘Leopold Vindictive’ noemde, een symbolische naam. Leopold verweest naar koning Leopold III en de ‘Vindictive’ was een Brits oorlogsschip dat in 1917 was gebruikt bij aanvallen op Zeebrugge en Oostende (de boeg van dat schip is nog steeds in de Oostendse haven te zien).  

Twee van de met een zeer fijn handschrift volgeschreven velletjes rijstpapier  (The National Archives, wo208/3560)

Achter die naam verscholen zich een groepje mannen die elkaar goed kenden en voor de gelegenheid gingen spioneren. De gebroeders Debaillie uit Lichtervelde, die zich over de duif hadden ontfermd (een van hen was duivenmelker), hun vriend Hector Joye uit Brugge en Joseph Raskin, een missionaris van Scheut, de meest opvallende figuur uit het gezelschap.

Raskin had nog in China missiewerk gedaan en daar Chinese kalligrafie geleerd. Hij kon bovendien goed tekenen. Tijdens de Eerste Wereldoorlog had hij als “observator” voor het leger tekeningen van het frontgebied gemaakt. Hij was dan ook de auteur van het hyperfijne handschrift.

De duif van juli 1941 was het begin maar meteen ook het hoogtepunt van de activiteiten van ‘Leopold Vindictive’. Op de briefjes had de groep meer informatie beloofd, om meer duiven gevraagd en aanwijzingen gegeven waar die gedropt kon worden. Om allerlei redenen kwamen die nieuwe duiven er echter nooit.  

Joseph Raskin, rechts als missionaris in China (collectie familie Raskin)

Pater Raskin – die als propagandist van de missies het hele land doorreisde – zocht daarom contacten met andere verzetsgroepen om de informatie langs andere wegen – koeriers of radioverbindingen – te versturen.

Daardoor maakte hij zich kwetsbaar, want die groepen waren soms geïnfiltreerd door verklikkers van de Abwehr, de Duitse contraspionage. In 1943 werd Raskin dan ook gearresteerd, gevolgd door Joye en Arseen Debaillie, een van de broers. Ze zouden alle drie door het beruchte Duitse Volksgerechtshof ter dood worden veroordeeld en terechtgesteld.

Hector Joye en zijn gezin, in gesprek met pater Raskin (collectie familie Joye)

Schrijfster Brigitte Raskin, een nicht van Joseph Raskin, wijdde in 2005 al een boek aan haar merkwaardige oom: ‘Het jaar van de ekster’. Voor zijn spionageactiviteiten baseerde ze zich hoofdzakelijk op het dossier dat de Duitse aanklager over hem had samengesteld.

Nu, meer dan tien jaar later, heeft de Britse journalist en spionage-expert Gordon Corera een hele studie gemaakt over het gebruik van duiven in de Tweede Wereldoorlog en in het bijzonder de groep ‘Leopold Vindictive’.

Hij kon Britse archieven raadplegen die nog niet eerder beschikbaar waren. Het boek verschijnt – opvallend – deze week tegelijk in de oorspronkelijke Engelse versie (‘Secret Pigeon Service’) als in een Nederlandse vertaling (‘Voor God en Vaderland’) . Brigitte Raskin schreef een voorwoord, maar adviseerde daarbij ook Corera voor zijn werk. Dat zorgt ervoor dat dit boek merkwaardig correct is als het over België gaat, althans voor een Brits auteur.

Gordon Corera : Voor God en Vaderland, Een Belgisch priester, zijn verzetsgroep en een postduif tijdens WOII – Horizon, 2018