Video player inladen ...

Oost-Ghouta of elders: het Assad-regime doet niets anders dan wat het al decennia doet

De bombardementen van het Syrische leger op de eigen burgers, ziekenhuizen en scholen in de rebellenenclave Oost-Ghouta leiden wereldwijd tot verontwaardiging. Toch is er niks nieuws onder de zon en president Assad kan altijd rekenen op zijn Russische bondgenoot.

labels
Jos De Greef
Jos De Greef is journalist van VRT NWS bij de themaredactie buitenland.

"Dit bloedbad onder burgers moet stoppen!" is de boodschap die veel wereldleiders de Syrische president Bashar al-Assad toeroepen, maar Assad weet dat die kritiek zich -dankzij een Russisch en mogelijk Chinees veto- niet zal vertalen in sancties in de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties.

Moskou houdt het Syrische regime al sinds de Sovjet-tijd de hand boven het hoofd en met reden. Het is het enige militaire steunpunt dat Rusland heeft aan de Middellandse Zee -grotendeels een NAVO-meer- met faciliteiten in de haven Latakia en bommenwerpers op een basis iets verderop. Als Assad verdwijnt, kunnen de Russen daar een kruis over maken.

Ook het Iraanse regime laat zijn bondgenoot niet vallen. Syrië is een cruciale schakel in de "sjiitische halve maan" die Teheran -via het overwegend sjiitische Irak- en zo verder via Syrië naar de sjiitische militie Hezbollah in Libanon wil uitbouwen. De alawieten van Assad zijn dan weliswaar een kleine afsplitsing van het sjiisme, maar over die religieuze details wil Teheran niet zeuren als het gaat over strategische belangen in het Midden-Oosten. Iran heeft geen vetorecht in de VN, maar levert wel -samen met Hezbollah en sjiitische vrijwilligers uit Irak- het broodnodige "kanonnenvlees" dat het uitgedunde leger van Assad nodig heeft om te overleven.

Geïmproveerde begraafplaats voor de doden na bombardementen in Oost-Ghouta.

Assad-regime is met bloed gebouwd

We zijn nu al twee generaties Assads verder, maar het begin van de dictatuur gaat terug tot de machtsgreep van de Baath-partij in 1963, waarbij vader Hafiz al-Assad een rol speelde. Wat volgde, was een chaotische periode van coups en tegencoups tot Hafiz al-Assad in 1970 persoonlijk de macht greep.

De Baath-ideologie is een mix van pan-Arabisch nationalisme, socialisme en secularisme. Dat laatste paste in de tijdsgeest van de jaren 60, maar verdoezelde ook dat de meeste topfiguren rond Assad behoorden tot zijn kleine alawitische minderheid, een afsplitsing van het sjiisme. Assad zou altijd -terecht zo blijkt nu- wantrouwig blijven tegenover de grote soennitische meerderheid in Syrië (70%) die voor zijn regime traditioneel de elite vormde. Daarom probeerden de Assads altijd om de andere minderheden zoals de druzen en christenen aan hun regime te binden.

Baath trad in Syrië even genadeloos als onder Saddam Hoessein in Irak. De hele maatschappij werd doordrenkt van de Baath-partij en haar bondgenoten, alle oppositie en onafhankelijke media werden doodgeknepen en een meedogenloze geheime dienst terroriseerde de bevolking die altijd onder de vrees van arrestaties, folteringen en executies leefde. Nergens in geen enkele andere dictatuur ter wereld heb ik een bevolking gezien die zo bang was van een regime als in het Syrië van begin de jaren 90.

Een beeld van het mediacenter van de rebellen in Oost-Ghouta.

Wie stout is, krijgt de roe (of erger)

Niet dat er geen verzet was. Al in 1964 riep de Moslimbroederschap een opstand uit in haar bolwerk, de stad Hama ten noorden van de hoofdstad Damascus. Het leger schoot toen met tanks en artillerie een eerste keer de stad kapot, met de grootste moskee en al.

In februari 1982 werd dat nog eens herhaald, maar dan op een veel grotere schaal. Na een nieuwe opstand van de Moslimbroederschap werd Hama "bevrijd", maar daarna 27 dagen lang belegerd en aan flarden geschoten door de luchtmacht en het leger van Assad en volgens onbevestigde berichten werd toen ook gifgas gebruikt. Nadat het verzet gebroken was, trok het leger de verwoeste stad binnen, gevolgd door de geheime politie die gevreesd werd voor folteringen en onderdrukking. Volgens Amnesty International zouden er toen 10.000 tot 25.000 doden zijn gevallen.

De opvolging van de in 2000 overleden Assad Sr. door zijn zoon Bashar al-Assad deed de hoop rijzen op hervormingen, maar die bleken niet veel inhoud te hebben. Toch zou het tot 2011 duren vooraleer er opnieuw grootscheeps straatprotest zou uitbreken, meteen het begin van een myriade van oorlogen die Syrië sindsdien uiteenrijten en die regionale machten zoals Iran, Saudi-Arabië en nu ook Israël en Turkije meetrekken tot grootmachten als de Verenigde Staten en vooral Rusland toe.

Assad lijkt nu te overleven, door de Russen in de lucht en Iraanse, Iraakse en Libanese milities op de grond, want zijn eigen troepen zijn te zeer uitgedund om die controle nog waar te maken. Dezelfde genadeloosheid tegenover de eigen bevolking en de onvoorwaardelijke steun van Rusland in de VN die al sinds de jaren 70 het fundament van een van de meest wrede dictaturen wer wereld zijn, lijken het nu opnieuw te halen. Hoe duurzaam die controle over een groot deel van Syrië nog is, moet nog blijken want dat land is nu zo verscheurd, verwoest en vol haat dat Assad Jr. nooit zeker op zijn troon kan zitten.

Video player inladen ...