Het antidepressivum duloxetine, verkocht onder de merknaam Cymbalta. AP2006

Grote studie toont aan dat antidepressiva wel degelijk werken

Wetenschappers zeggen dat er een einde is gekomen aan een van de hevigste debatten in de medische wereld, nu een zeer grote studie tot de conclusie is gekomen dat antidepressiva wel degelijk werken. Uit de studie blijkt dat 21 vaak gebruikte antidepressiva allemaal effectiever zijn in het verminderen van de symptomen van depressie dan placebo's - pillen zonder werkzame stoffen. De studie toont ook wel aan dat er grote verschillen zijn in de effectiviteit van de verschillende middelen, en dat veel meer mensen baat zouden kunnen hebben bij de middelen, zo zeggen de auteurs.  

Antidepressiva worden massaal voorgeschreven en ingenomen, in Engeland alleen al werden er in 2016 64,7 miljoen voorschriften voor uitgeschreven, meer dan een verdubbeling van de 31 miljoen voorschriften in 2006.

Toch is er al lang een debat aan de gang over hoe effectief die middelen wel zijn. Sommige dokters en patiënten betwijfelen of de middelen enige werking hebben, en wijzen op het sterke placebo-effect: bij klinische testen ondervinden ook de proefpersonen die pillen zonder werkzame stof krijgen, enige verbetering van hun toestand. Sommige mensen verdenken ook de farma-industrie er van te knoeien met de resultaten van de testen, en sommige patiënten weigeren resoluut pillen te nemen voor een geestelijke aandoening. De nieuwe studie beslecht nu uiteindelijk het pleit, zeggen de auteurs,  en het Britse Royal College of Psychiatrists zei dat de studie "eindelijk een einde maakt aan de controverse over antidepressiva, en duidelijk aantoont dat deze geneesmiddelen wel werken voor het verbeteren van de gemoedstoestand, en dat ze de meeste mensen met een depressie kunnen helpen."   

De studie is een zogenoemde meta-analyse - een studie op basis van eerdere studies -, die de resultaten analyseerde van 522 klinische testen rond de behandeling op korte termijn - acht weken - van acute depressie bij volwassenen. Daarnaast werden ook nog ongepubliceerde resultaten bekeken van farmaceutische bedrijven, en dat is belangrijk, zo zegt het Royal Collega of Psychiatrists, "omdat het laat zien dat de financiering van studies door deze bedrijven geen invloed heeft op de resultaten, wat bevestigt dat het klinische nut van deze geneesmiddelen niet beïnvloed is door door de farma-industrie gesponsorde spin."

Aan de studie is zes jaar gewerkt door een team van internationale experten. "We hebben gevonden dat de meest voorgeschreven antidepressiva werken tegen matige tot ernstige depressies, en ik denk dat dit zeer goed nieuws is voor de patiënten en de klinische medici", zei hoofdonderzoeker dokter Andrea Cipriani van de University of Oxford aan de BBC.  

AP2008

Grote verschillen in effectiviteit

De studie vond grote verschillen tussen de doeltreffendheid van de verschillende antidepressiva: sommige middelen waren slechts een derde meer effectief dan een placebo, andere bleken wel twee keer zo effectief. 

Het meest bekende antidepressivum, Prozac - waarvan het patent is afgelopen en dat nu bekend staat onder zijn generische naam, fluoxetine, bleek een van de minst effectieve middelen, maar het werd wel zeer goed verdragen door de patiënten, wat bleek uit het kleine aantal mensen dat afhaakte tijdens de testen, en het feit dat de proefpersonen weinig nevenwerkingen rapporteerden.  Het meest effectieve middel bleek amitriptyline, en dat werd van de 21 middelen op vijf na het best verdragen.

In een commentaar op de studie in "The Lancet" schreven de specialisten Sagar Parikh van de University of Michigan, en Sidney Kennedy van de University of Toronto dat drie middelen het best scoorden op effectiviteit en verdraaglijkheid, namelijk agomelatine, escitalopram en vortioxetine. Drie andere middelen scoorden opvallend slecht: fluvoxamine, reboxetine en trazodone. De eerste drie zouden door dokters als de eerste keuze beschouwd moeten worden, zo schreven ze, hoewel de twee meest effectieve middelen, amitriptyline en venlafaxine, voor ernstige depressies nog steeds het meest aangewezen kunnen zijn. 

Hoofdonderzoeker Cipriani zei in "The Guardian" dat al de middelen nog steeds hun nut hebben. De gegevens van de studies kunnen immers niet aanduiden welk middel waarschijnlijk het best zou werken bij een bepaalde patiënt. 

Nortriptyline is een zogenoemd tricyclisch antidepressivum.

Meer mensen zouden gebaat zijn bij behandeling

Depressie is een gigantische uitdaging voor de mensheid: wereldwijd worden er zo'n 350 miljoen mensen door getroffen, en het aantal gevallen is tussen 2005 en 2015 met 20 procent gestegen. In het rijke westen krijgt slechts een op de zes patiënten de juiste behandeling, in ontwikkelingslanden is dat zelfs maar een op de 27. Als kanker- of hartpatiënten zouden af te rekenen hebben met een dergelijke mate van "onderbehandeling", zou dat leiden tot algehele verontwaardiging, zo schreven de auteurs van de studie. 

Miljoenen mensen meer, in het Verenigd Koninkrijk alleen al minstens een miljoen, zouden dan ook baat vinden bij antidepressiva of psychologische therapieën, waarvan cognitieve gedragstherapie het meest toegepast wordt. Antidepressiva en therapieën hebben gelijkaardige  succespercentages bij de behandeling van matige tot ernstige depressies.

Zo'n 60 procent van de patiënten kennen na twee maanden behandeling met antidepressiva een vermindering met 50 procent van hun symptomen, een verbetering van hun stemming, een betere nachtrust en dergelijke. Maar, zo zei dokter Cipriani, zo'n 80 procent van de mensen stoppen binnen de maand met antidepressiva. Psychotherapie wordt dan weer niet terugbetaald, en er zijn wachtlijsten voor.   

Volgens experten is er dan ook dringend nood aan nieuwe behandelingen. De meeste middelen in de studie staan bekend als SSRI's, selectieve serotonine heropnameremmers, en er wordt gedacht dat ze werken door in de hersenen het niveau te verhogen van serotonine, een chemische boodschapper, maar met zekerheid weet niemand dat. "Momenteel hebben we geen erg precieze behandelingen voor depressie", zei John Geddes, professor epidemiologische psychiatrie aan de Oxford University. 

De twijfels en de controverse over antidepressiva, samen met het feit dat het behoorlijk moeilijk is om nieuwe neurologische middelen te ontdekken, hebben er toe geleid dat de farmaceutische bedrijven het grotendeels opgegeven hebben nog onderzoek te doen op dit terrein, dat nochtans erg lucratief leek te zijn na de lancering van Prozac. "Het is een enorm probleem dat de industrie zich heeft teruggetrokken omdat ze deze branche erg moeilijk vond om in te werken", zo zei professor Geddes aan "The Guardian".   

Professor Helen Stokes-Lampard, de voorzitster van het Royal College of General Practitioners (huisartsen), zei dat het nemen van antidepressiva vaak voorgesteld wordt als iets negatiefs, en "dit op zichzelf kan bijdragen aan het ongelukkige stigma dat soms nog bestaat over mensen met mentale aandoeningen." De nieuwe studie zou patiënten en dokters echter moeten geruststellen, zo zei ze. "Depressie is een belangrijke mentale ziekte, die, als ze onbehandeld blijft, een enorme hoeveelheid leed kan berokkenen aan de patiënt, zijn familie en zijn vrienden. Het zou nooit onder de mat geveegd of genegeerd mogen worden."

De studie over de antidepressiva onder leiding van professor Cipriani is gepubliceerd in "The Lancet".