ANP PHOTO COPYRIGHT ERIK VAN 'T WOUD

Waarom worden sommige zwarte verkeerspunten aangepakt en andere (nog) niet? 

De zogenoemde zwarte punten op de Vlaamse wegen liggen deze week (opnieuw) onder het vergrootglas na het overlijden van een 16-jarig meisje op zo'n gevaarlijk kruispunt. Minister van Mobiliteit en Openbare Werken Ben Weyts (N-VA) maakte prompt extra geld vrij om de zwarte punten aan te pakken. Er wordt gegoocheld met oude en nieuwe lijsten van zwarte punten en met miljoenen om ze aan te pakken. Maar hoe zit dat nu precies? Welke punten worden weggewerkt en welke niet? Enkele vragen en antwoorden op een rij.

Wat zijn zwarte punten?

Zwarte punten zijn gevaarlijke plaatsen op de weg, veelal kruispunten, waar veel ongevallen gebeuren. In 2002 lanceerde toenmalig minister van Mobiliteit en Openbare Werken Steve Stevaert (SP.A) een lijst van 809  zwarte punten die met structurele aanpassingswerken weggewerkt zouden worden.

Twee jaar geleden communiceerde minister Weyts dat er van de "oude" zwarte lijst nog 22 punten overbleven. Op 5 van die punten zijn de werkzaamheden intussen aan de gang, 9 worden dit jaar aanbesteed en de laatste 8 zitten in de onteigenings- en/of ontwerpfase.  

Komen er nieuwe zwarte punten bij?

Het verkeer is de afgelopen 15 jaar uiteraard flink veranderd. De oude lijst van zwarte punten wordt afgewerkt, maar dat betekent niet dat er binnenkort geen gevaarlijke punten meer zijn of dat er geen nieuwe gevaarlijke situaties (zijn) ontstaan.

Daarom besliste Weyts twee jaar geleden om voortaan met een "dynamische lijst" te werken. De punten die daarin opgenomen zijn, hebben een score aan de hand van de ongevallen die er gebeuren: hoe meer ongevallen er op een bepaalde plaats zijn en hoe zwaarder de gevolgen (aantal gewonden, zwaargewond, doden...) hoe hoger de score. De plekken die het hoogst scoren krijgen de hoogste prioriteit voor investeringen door het Agentschap Wegen en Verkeer, dat de wegenwerken in Vlaanderen laat uitvoeren. De dynamische lijst wordt elk jaar geactualiseerd op basis van de recentste ongevallenstatistieken.

Op dit moment bestaan er dus twee lijsten naast elkaar: de oude, waarvan de resterende 22 punten weggewerkt worden, en de nieuwe dynamische lijst. De meest recente lijst die wij konden inkijken, is die van 2016. Daarop staan 310 punten opgesomd. Ben Weyts trekt jaarlijks 45 miljoen euro uit om die punten in volgorde van prioriteit aan te pakken. 

Hoe worden zwarte punten weggewerkt?

Hoe de  honderden zwarte punten van de oorspronkelijke lijst uit 2002 allemaal concreet weggewerkt zijn, daar hebben we geen zicht op. Minister Weyts maakt een onderscheid tussen structurele werken, dat wil zeggen met een "aanzienlijke bouwkundige heraanleg" en beperkte ingrepen, zoals het aanpassen van de wegmarkeringen of het anders afstellen van de verkeerslichten. Vraag is of deze laatste voldoende zijn om het verkeer echt veiliger te maken op de gevaarlijke punten.

Zijn er zwarte punten die niet worden aangepakt?

Oppositiepartij SP.A klaagt alvast aan dat sommige zwarte punten op de lijst afgevinkt of gewoonweg verdwenen zijn zónder aanpassingswerken. Zo werpt Vlaams Parlementslid Rob Beenders een voorbeeld op uit Hasselt. Daar is een gevaarlijk kruispunt op de Kempische Steenweg (met de Paalsteenstraat) dat jarenlang op de lijst van zwarte punten prijkte, maar niet meer op de nieuwe dynamische lijst voorkomt. Nochtans is er niets veranderd én gebeuren er nog altijd ongevallen, vorige maand nog met een 12-jarige fietser.

Weyts antwoordde op een schriftelijke vraag dat het project geschrapt is "gezien de hoge kostprijs voor de onteigeningen en gebrek aan een akkoord hierover". In de plaats wordt bekeken of de situatie er verbeterd kan worden met duidelijkere markeringen en verbeterde fiets- en voetpaden. Ondanks de extra investeringen lijkt het er dus op dat sommige projecten opgegeven worden als ze te complex of te duur dreigen te worden.

SP.A spreekt van "schuldig verzuim" en onverantwoordelijk bestuur. Volgens Weyts is het evident dat projecten in 15 jaar tijd veranderen en dat volgens de huidige noden bekeken wordt hoe een punt snel en efficiënt aangepakt kan worden.