AP

Meer Syrische militieleden in Afrin, maar Koerden willen ook echte troepen van Assad

Er is opnieuw een konvooi van pro-Assad-militieleden aangekomen in de Syrisch-Koerdische enclave Afrin. Die zijn ontplooid langs de frontlijn met de Turken, maar de Koerden willen dat Assad ook echte troepen stuurt "om de grenzen van Syrië te verdedigen".

Zondag hadden de Syrische Koerden het Syrische regime toegelaten om troepen te sturen naar de enclave Afrin in het noordwesten. Dat moet de aanval van de Turkse troepen en hun bondgenoten, rebellen van het "Vrije Syrische Leger", helpen afslaan.

Eergisteren is dan een eerste konvooi van militieleden van Assad Afrin binnengereden. Die zouden intussen al ontplooid zijn langs de frontlijn met de Turken en de Syrische rebellen en vandaag is een tweede konvooi van terreinwagens met militieleden van Assad de enclave binnengereden.

De Syrisch-Koerdische militie YPG wil dat Assad nu echter ook echte militairen met bijhorende uitrusting gaat sturen naar Afrin. "De groepen die Assad heeft gestuurd naar Afrin, zijn niet voldoende in aantal of in uitrusting om de Turkse bezetting te voorkomen", zei een woordvoerder van de YPG.  "Het Syrische leger moet zijn plicht vervullen... om de grenzen van Syrië te beschermen".

Houdt Rusland het Syrische leger tegen?

Dat de Syrische president Bashar al-Assad vooralsnog geen echte militairen naar Afrin heeft gestuurd, heeft mogelijk te maken met druk van zijn bondgenoot Rusland. Dat land zou zo willen voorkomen dat het in Afrin tot een rechtstreeks treffen komt tussen het Turkse en het Syrische leger.

Assad is aan de macht gebleven in Damascus, dankzij de Russische militaire interventie in Syrië en kan dus zijn broodheer Vladimir Poetin niet voor het hoofd stoten. Anderzijds probeert Poetin ook Turkije los te weken uit de NAVO en daarom wil hij een open conflict tussen Turken en Syriërs vermijden. De belangen tussen Ankara en Damascus lopen echter mijlenver uit elkaar en dat het Turkse offensief in Afrin gesteund wordt door Syrische rebellen, doet daar geen goed aan.

Toch spelen er nog twee factoren: zo heeft Assad een chronisch tekort aan troepen op de grond en kan hij de controle over heroverd gebied enkel behouden dankzij "vrijwilligers" van de sjiitische Hezbollah uit Libanon en sjiietische strijders uit Iran en Irak. Een nieuw front openen in Afrin zou die druk dus nog doen toenemen.

Anderzijds gaat dat Turkse offensief tegen Afrin ook niet zo geweldig vooruit. Sinds 19 januari is er erg weinig terreinwinst geboekt, maar lopen de verliezen bij de Turken en hun Syrische bondgenoten steeds verder op. Mogelijk kan Moskou een compromis uit de mouw toveren, waarbij Turkije het offensief zonder veel gezichtsverlies zou kunnen beëindigen "in solidariteit en respect met de integriteit van het Syrische grondgebied".