Video player inladen ...

Congolese vluchtelingen doodgeschoten door Rwandese politie

Het Hoog Commissariaat voor de Vluchtelingen van de Verenigde Naties bevestigt dat de Rwandese politie de afgelopen dagen zeker vijf Congolese vluchtelingen heeft doodgeschoten. Dat gebeurde bij het massale protest van honderden vluchtelingen tegen de slechte leefomstandigheden in hun kamp in West-Rwanda.

Meer dan 70.000 Congolese vluchtelingen verblijven nog altijd in verschillende kampen verspreid over het kleine buurland Rwanda, sommigen van hen al meer dan twintig jaar. De afgelopen maanden zijn hun voedselrantsoenen verminderd omdat het Hoog Commissariaat voor de Vluchtelingen veel te weinig middelen heeft om deze mensen te onderhouden. In en om Congo zijn trouwens onderhand al meer dan 4,5 miljoen mannen, vrouwen en kinderen op de vlucht, de grootste vluchtelingencrisis van heel Afrika en bij de grootste van de hele wereld.

Woedende vluchtelingen

Toch is het hoogst uitzonderlijk dat het tot geweld komt tussen vluchtelingen en de ordediensten van het land waar ze verblijven. De incidenten van de afgelopen dagen zijn des te opmerkelijker omdat de Rwandese overheid eerst alles ontkende en pas na enkele dagen moest toegeven dat er inderdaad doden gevallen waren. Dat gebeurde afgelopen dinsdag toen 700 (volgens het Hoog Commissariaat) tot 3.000 vluchtelingen (volgens andere bronnen) vanuit hun kamp in Karongi, West-Rwanda, opmarcheerden naar het regionale hoofdkwartier van het Vluchtelingencommissariaat. Zij eisten betere leefomstandigheden in hun kamp waar ongeveer 17.000 Congolezen nu al meer dan 20 jaar samenleven, zonder enig uitzicht op een betere toekomst. Toen het daarbij tot incidenten kwam met de ordediensten schoten de Rwandese politiemensen met scherp. Er vielen vijf doden, wordt nu toegegeven, en verschillende gewonden. Ook enkele politiemensen raakten gewond. Volgens lokale bronnen waren er veel meer slachtoffers. 

Verenigde Naties zwaar geschokt

Het Hoog Commissariaat voor de Vluchtelingen heeft nu bijzonder scherp gereageerd op de dodelijke incidenten en zeker op de aanpak van de Rwandese ordediensten, zelfs al raakten ook politiemensen gewond. "Deze tragedie kon vermeden worden en het gebruik van buitensporig geweld tegenover wanhopige vluchtelingen is onaanvaardbaar", staat in het persbericht.

Dat betekent een wel erg zware kritiek op de Rwandese autoriteiten. Nochtans had de Rwandese regering de afgelopen maanden verschillende keren gezegd dat Afrikaanse vluchtelingen altijd welkom zijn en een nieuw en beter leven mogen beginnen in Rwanda. Ook Eritrese en Soedanese vluchtelingen worden al zes jaar lang overgebracht vanuit Israël naar Rwanda, met de belofte dat zij daar alle toekomstkansen zouden krijgen. (Israëlische onderzoekers hebben al lang bewezen dat van die mooie beloften niets in huis komt.)

Eeuwige vluchtelingen

De wanhoop van deze Congolese vluchtelingen in Rwanda heeft ook te maken met hun voorgeschiedenis. De meesten van hen zijn Rwandeestaligen, zogenoemde 'Banyamulenge', Congolezen van Rwandese oorsprong, soms al van generaties geleden. Zij worden beschouwd als bondgenoten van de huidige machthebbers in Rwanda die in meerderheid behoren tot de Tutsi-etnie.

Toen in oktober 1996 het Rwandese regeringsleger Congo binnenviel en daar jacht maakte op de Rwandese Hutu-vluchtelingen vochten vele Banyamulenge mee met het Rwandese leger. Hun families waren dan al naar Rwanda gevlucht om daar veilig te zitten. De Congolese vluchtelingen die nu nog in kampen in Rwanda verblijven behoren tot deze gemeenschappen. Toch krijgen zij niet de beloofde kansen in Rwanda zelf, integendeel zelfs. Volgens Rwandese analisten zijn zij niet welkom omdat zij beschouwd worden als tweederangsburgers, ook al omdat velen van hen destijds niet wilden meevechten met het Rwandese regeringsleger.

De Rwandese en Congolese situaties zijn dikwijls veel complexer dan het lijkt, met toch één zekerheid: de allerzwaksten zijn altijd de eerste slachtoffers.