Markante plekken: het stadhuis van Oostende, over bronzen ramen en een overvol archief

In de reeks "Markante plekken" gaat onze fotograaf Alexander Dumarey elke week op zoek naar een opvallende plaats met een verhaal. Soms bekend, soms vergeten. Soms druk, soms verlaten. Soms nieuw, soms eeuwen oud. Maar allemaal hebben ze een boeiende geschiedenis. Vandaag: het stadhuis van Oostende. 

Tijdens de Tweede Wereldoorlog wordt Oostende vanaf 19 mei 1940 zwaar onder vuur genomen. In de nacht van 27 op 28 mei brandt het stadhuis volledig uit. Van het oude gebouw uit 1709 blijft amper iets overeind en ook het volledige stadsarchief gaat in vlammen op. 

Na de oorlog moet er een nieuw stadhuis komen. Er wordt een locatie gekozen en de stad stelt Victor Bourgeois aan als architect. Hij ontwerpt een functioneel, modernistisch geheel dat bestaat uit drie rechthoekige vleugels onder platte daken. Alle ramen worden in brons uitgevoerd om tegen het agressieve zeeklimaat bestand te zijn. De bouw vangt aan in 1956 en rond 1961 is het complex volledig in gebruik. Het interieur is, net zoals bij het districtshuis van Merksem, uitgevoerd door kunstwerkstede De Coene uit Kortrijk.

Het stadsarchief gaat verloren in de oorlog en sindsdien is er geen archiefbeleid meer. Nieuwe stukken worden willekeurig in de kelders van het stadhuis opgeslagen. Pas in 1997, wanneer die ruimtes overvol zitten, wordt een archivaris aangesteld om orde in de chaos te scheppen. 

Het gebouw wordt in de loop der jaren meerdere keren aangepast en veel interieurelementen gaan verloren. Zo blijft er in de lokettenzaal niets meer van het oorspronkelijke concept van Bourgeois over. De laatste jaren gaan er hier en daar stemmen op om het complex af te breken. Het gebouw zou niet meer van deze tijd zijn. Het stadhuis is niet beschermd en dus gaat het een onzekere toekomst tegemoet.