Fotoreportage: Marawi op de Filipijnen is volledig verwoest na vijf maanden strijd tegen IS

Reporter Yassine Atari trok naar de stad Marawi, waar het Filipijnse leger vijf maanden lang gevochten heeft tegen IS. De stad is volledig verwoest tijdens de gevechten. Atari kwam terug met foto's van verwoesting en een videoreportage die vanavond wordt uitgezonden in "Vranckx" op Canvas.

We stappen in een pick-uptruck van het leger. In een laadbak vol zwaarbewapende soldaten rijden we met een hoge snelheid de ruïnes van de stad in. Overal platgebombardeerde gebouwen, verroeste kogelhulzen, kogelinslagen en IS-graffiti op de muren. Een lange strijd tussen het leger en de terreurgroep IS heeft deze stad volledig verwoest. We bevinden ons niet in Syrië of Irak. We zitten in het tropische Zuidoost-Azië. 

Zuidoost-Azië? Ja, in de Filipijnse stad Marawi om precies te zijn.

Hoe komt IS daar terecht? Het zuidelijke eiland Mindanao, waar Marawi gelegen is, wordt al jaren geteisterd door separatisme. Enkele separatistische groeperingen sloten een vredesakkoord met de regering. Dat was niet naar de zin van sommige individuen, zoals Isnilon Hapilon en de gebroeders  Omar en Abdullah Maute. Zij scheidden zich af en richtten de radicale Abu sayyaf- en Maute groep op, die later trouw zwoer aan IS. Ze kregen aanhang van gefrustreerde jongeren en in mei 2017 probeerden ze zelfs een eigen kalifaat uit te roepen. Maar dat mislukte. Het Filipijnse leger zette grondtroepen in en voerde luchtaanvallen uit met de hulp van de Verenigde Staten. De leiders werden uitgeschakeld en een groot deel van de strijders is nu ondergedoken of op de vlucht.

We rijden wat dieper de stad in. Er rijden nog twee andere jongens mee, Mohamed Ali en Prince. Zij zien de stad voor het eerst sinds een half jaar terug. Hun verwondering is groot. Terwijl de soldaten tussen het puin manoeuvreren, leggen ze alles vast met hun smartphone.

We houden halt aan een kathedraal. We volgen Luitenant Caceres naar binnen. Wat we daar aantreffen, tart alle verbeelding. Lichtstralen schijnen binnen door de honderden kogelgaten in de muren en het dak, de vloer is volledig verwoest door mortierinslagen, heiligenbeelden zijn onthoofd en er hangt een lichte brandgeur. Brandvlekken op de muren tonen waar ooit posters hingen en andere beelden stonden. 

Plots keert mijn maag zich om. Een van de soldaten stopt iets in m’n handen. Ik denk eerst dat het een scherf van een mortiergranaat is, maar dan herken ik een bot. Een afgekauwd menselijk bot. De luitenant legt uit dat de zwerfhonden in Marawi van de achtergebleven lijken beginnen te eten.  Ze zoeken tussen het puin en overleven op het vlees. Een deel van de beenderen hebben ze naar een achterkamertje in de kathedraal gesleept. Ik leg het stukje bot neer op het altaar.  

De strijd om Marawi was een heftige strijd. President Duterte verkondigde eerst dat het maar een paar weken zou duren totdat de stad bevrijd zou worden. Uiteindelijk heeft het hem vijf maanden gekost. Het leger zou niet getraind zijn in operaties in stedelijk gebied, waardoor het veel langer duurde dan voorzien. De terreurbeweging zette bovendien beïnvloedbare kinderen in bij de frontlinies en verplichtte gijzelaars om mee te vechten. Veel van de soldaten zijn uitgeput en hebben er de buik vol van. Twee maanden na de strijd zijn ze nog steeds bezig met het opsporen van achtergebleven explosieven. 

Terwijl we uit het oude strijdtoneel rijden horen we een explosie in de verte. Het leger is bezig enkele tunnels veilig te stellen en explosieven onschadelijk te maken. We passeren de buitenwijk van de stad. Veel van de huizen zijn door het leger gemarkeerd met graffiti. Dat betekent dat het gebouw veilig is verklaard. Een paar burgers zijn hier terug gerehabiliteerd. Maar wat met de mensen die in het midden van de verwoeste stad woonden, zoals Mohamed Ali en Prince? Bij het zien van de ruïnes van hun oude huis werden ze erg emotioneel. En zij behoren wel tot "de gelukkigen": ze leven met ongeveer 20 familieleden in een klein huisje. Anderen worden opgevangen in leegstaande gebouwen of scholen.

We rijden naar zo een gebouw. Binnen is het donker. Enkele gloeilampen verlichten de gang. Alles is opgedeeld in verschillende compartimenten. Geroezemoes en babygehuil weerklinkt van achter de houten panelen. We kijken binnen in een van de compartimenten. Op de koude vloer zit een gezinnetje samen uit een klein bord te eten. Veel van deze mensen hadden ooit een gewoon huis en een job. Maar na de oorlog in Marawi wachten ze hier gewoon de dagen af. 

We bezoeken ook een sporthal, waar op dat moment 994 mensen worden opgevangen. De enige privacy die zij hebben zijn dekens die ze gebruiken als afscheiding voor hun plekje. De humanitaire hulp is er beperkt. Mensen liggen maar wat voor de ventilator of wiegen hun baby in slaap. Een oud vrouwtje klaagt over het feit dat ze al 20 dagen geen hulpgoederen hebben ontvangen. Ze heeft haar kleinkinderen geadopteerd, nadat haar zoon (de vader van de kinderen) werd gedood door luchtbombardementen. Op de vraag hoe ze haar toekomst en die van de kinderen ziet, antwoordt ze: "Ik weet het niet. Ik ben al oud. Ik wil gewoon terug naar mijn plek. Maar wat kan ik doen?" Het gehuil van de baby van de buren verstoort ons gesprek. De moeder kalmeert haar kind in een geïmproviseerde wieg.

De sportzaal zit vol van spelende kinderen. De meesten gaan niet naar school. Een leerkracht klaagt dat het voor nieuwe problemen zou zorgen. De kinderen krijgen geen onderwijs, leren niet voor zichzelf denken en dat zou hen extra vatbaar maken voor de ideologieën van de IS-geaffilieerde groepen. "Onderwijs is de sleutel. Zonder een sterke basis kan hen alles wijsgemaakt worden. Zeker hier op het eiland Mindanao, waar al jaren onderhuidse frustraties heersen."

Niet enkel kinderen lopen gevaar. Meer en meer mensen worden boos omdat ze nog niet terug mogen naar hun geliefde stad. Er wordt zelfs gesproken over een gewapende beweging van gefrustreerde burgers van Marawi. Wat zal dit nog geven?

Vranckx

De reportage "De puinhoop van IS", het verhaal van een stad in puin en haar bewoners wordt zaterdagavond uitgezonden in "Vranckx", om 20.10 uur op Canvas.