Aantal reeën in het Zoniënwoud in tien jaar gehalveerd

De reeënpopulatie in het Zoniënwoud daalt dramatisch. Dat blijkt uit de meest recente telling van het aantal reeën in het woud. Waar in 2009 bij diezelfde tellingen nog 174 waarnemingen werden gedaan, waren dat er in 2017 maar 82.

De tellingen gebeuren elk jaar op dezelfde trajecten, waarmee de onderzoekers tot een statistisch min of meer geijkte schatting van het echte aantal reeën kunnen komen. Die telparcours zijn alles samen ruim 118 kilometer lang en worden jaarlijks vier keer afgelegd.

De resultaten van de tellingen zijn niet erg hoopvol. "We zien een scherpe daling in het aantal waarnemingen ten opzichte van de periode voor 2013", zegt bioloog Jim Casaer van het Instituut voor Natuur en Bosonderzoek (INBO), die al sinds 2008, samen met collega's van het Agentschap Natuur en Bos, Leefmilieu Brussel en het Waalse Gewest de tellingen voor zijn rekening neemt. "Het kan zijn dat we minder reeën waarnemen doordat ze minder zichtbaar zijn. "

Meetcampagne

Om uit te sluiten dat de reeën zich in de steeds wijzigende ondergroei van het bos nu beter kunnen verschuilen dan vroeger, zijn de onderzoekers gestart met een meetcampagne, waarvoor ze de hoogte van het bosstruweel meten.

Volgens Casaer kunnen echter ook andere factoren mogelijk een rol spelen. "Er is al een onderzoek geweest naar mogelijke ziekten bij een aantal verkeersslachtoffers", zegt Casaer. "Maar die reeën waren gezond. Als het verkeer zelf een belangrijke oorzaak is van de terugval, zou de populatie de volgende jaren, als gevolg van de ontsnipperingsmaatregelen die nu genomen worden, opnieuw moeten toenemen."

"Het zou kunnen dat de reeën opgeschrikt worden door everzwijnen, maar daarvan zijn er niet zoveel in het Zoniënwoud. Andere mogelijke oorzaken van de afname kunnen recreatie en loslopende honden zijn. Of stroperij, maar daarover heb ik geen juiste gegevens."

Recreatiedruk

"Tijdens al mijn dienstjaren heb ik welgeteld één geval van stroperij geweten", nuanceert boswachter Dirk Raes, die al 34 jaar in het Zoniënwoud rondloopt. "En de everzwijnen hebben er evenmin iets mee te maken. Er zijn recent zes everzwijnen omgekomen in het verkeer doorheen het Zoniënwoud. Daarmee is het grootste deel van de populatie verdwenen."

"De grote boosdoener is de recreatiedruk: mensen lopen door het bos, dikwijls met hun hond die losloopt en de reeën opjaagt. Een paar dagen geleden is er bij valavond nog een zwangere hinde door een auto overreden. Normaal blijven die dieren, die toch wel intelligent zijn, netjes van de wegen af. De hinde moet zijn opgejaagd, waarschijnlijk door een hond. Daarmee zijn er direct twee reeën minder. Misschien is de ondergroei in het bos wat dichter geworden in de loop van de voorbije jaren. Maar dat neemt niet weg dat er gewoon minder reeën zijn. Als boswachter weet je die dieren zitten. Wel: ze zijn weg."

"Reeënpopulaties passen zich aan aan veranderingen in draagkracht van een gebied", zegt Casaer, "maar de daling is wel heel plots en dat doet vragen rijzen. Om de juiste oorzaken te vinden, zullen we moeten monitoren op langere termijn."