Klimaatopwarming brengt koningspinguïns in nesten

Koningspinguïns moeten almaar grotere afstanden afleggen om aan voedsel te geraken. Grote schuldige is de klimaatopwarming, zeggen wetenschappers. Als die aanhoudt, dan dreigen miljoenen dieren geïsoleerd te raken en uit te sterven.  

Koningspinguïns leven in grote kolonies op eilanden rond Antarctica. Ze zijn na de keizerspinguïns, die op de kusten van Antarctica zelf leven, de grootste pinguïnsoort. Met de koningspinguïns gaat het niet goed. Want door het opwarmende klimaat moeten ze almaar grotere afstanden afleggen om aan voedsel te geraken, zo hebben Franse wetenschappers vastgesteld.    

Kieskeurige dieren

"Als het klimaat blijft opwarmen, dan zal 70 procent van de dieren tegen het eind van de eeuw moeten verhuizen, zoniet dreigen ze te verdwijnen," zegt Céline Le Bohec die het onderzoek leidt. Koningspinguïns zijn kieskeurige dieren die zich bij voorkeur nestelen op ijsvrije eilanden waar zand- of kiezelstranden zijn.

Die stranden vinden ze geschikt om kuikens groot te brengen. Maar hun favoriete voedsel - kril en vis en dan vooral inktvis - bevindt zich voornamelijk in de zogenoemde Antarctische convergentiezone. En die zone schuift door de opwarming almaar verder op naar Antarctica. 

Lees verder onder de video  

Video player inladen ...

De Antarctische convergentiezone markeert de overgang tussen het ijskoude water van Antarctica en het warmere water van de omliggende oceanen. Het koude water van Antarctica "zinkt" er onder het warme water van de oceanen waardoor kril en kleinere vissen worden opgestuwd en voor vogels (en dus ook pinguïns) makkelijk te vangen zijn.

700 kilometer reizen voor voedsel

Als de klimaatopwarming aanhoudt, dan dreigt de Antarctische convergentiezone voor heel wat koningspinguïns in de toekomst onbereikbaar te worden. De dieren kunnen 700 kilometer over en weer reizen zonder dat hun kroost op het nest thuis dreigt te verhongeren. Maar als de afstanden groter worden, raken ze niet op tijd thuis om hun kroost te redden.   

"Dieren die op de Crozet-, Marion- en Prins Edwardeilanden leven, gaan moeilijke tijden tegemoet", zegt Le Bohec. "Die eilanden hebben ook de grootste kolonies. Maar als er nog meer broeikassen in de atmosfeer komen, dan dreigen ook de dieren op de Kerguelen-, Falklands- en Tierra del Fuego-eilanden in de problemen te raken."

Lees verder onder foto  

Uit onderzoek van hun genen hebben de wetenschappers kunnen afleiden dat koningspinguïns al eerder met massale sterfte te kampen hebben gehad. Ongeveer 20.000 jaar geleden was het veel kouder rond Antarctica en strekte het ijs zich verder uit naar het noorden. Toen hadden de dieren het ook moeilijk en waren er veel die het niet overleefden.

Maar het feit dat koningspinguïns vandaag nog altijd bestaan, bewijst dat de dieren zich kunnen aanpassen. De wetenschappers denken dan ook dat ze, naarmate het warmer wordt, andere eilanden zullen koloniseren. "Het probleem is de snelheid waarmee het klimaat opwarmt. De dieren zouden wel eens geen tijd kunnen krijgen om zich aan te passen," besluit Le Bohec.

Als het klimaat blijft opwarmen, dan zal 70 procent van de dieren tegen het eind van de eeuw moeten verhuizen

Dr. Céline Le Bohec, Centre National de la Recherche Scientifique

De studie is uitgevoerd door wetenschappers van het Franse Centre National de la Recherche Scientifique en de Universiteit van Straatsburg.  Ze is verschenen in het tijdschrift Nature Climate Change