Video player inladen ...

Wat doet het Agentschap Inburgering en Integratie eigenlijk?

Een op de vier werknemers moet vertrekken bij het Agentschap Inburgering en Integratie. Maar wat doet dat Agentschap eigenlijk? Vluchtelingen een inburgeringscursus geven, is maar een klein onderdeel. Personeel van het Agentschap begeleidt iedereen die in Vlaanderen komt wonen doorheen het administratief kluwen, tolkt en vertaalt voor wie nog Nederlands leert, informeert over wetgeving en staat scholen en gemeenteambtenaren bij.

Wie in Vlaanderen komt wonen en leven, moet op korte tijd een heleboel in orde brengen. De grootste groep mensen die naar hier komen, zijn Europeanen, een kleinere groep zijn mensen van buiten de EU. Om alles vlot te laten verlopen en ook iedereen die in aanraking komt met nieuwkomers bij te staan, is er het Agentschap Inburgering en Integratie. Voor hen zijn er:
- tolken
- juristen
- individuele begeleiders
- leerkrachten maatschappelijke orëntatie

Voorbij de spraakverwarring: tolkendienst

Ayse Yigit werkt op de tolk- en vertaaldienst in Limburg: "Bij aankomst spreken de meeste nieuwkomers nog geen Nederlands. Toch moeten ze naar de gemeente voor alle administratie, naar het oudercontact op de school van hun kinderen en soms ook weleens naar de dokter. Om elkaar zeker goed te verstaan bij gevoelige of heel belangrijke informatie kunnen zowel de nieuwkomer als bijvoorbeeld de school bij ons de hulp van een tolk of vertaler vragen. In de beginperiode is dat echt noodzakelijk, tot ze voldoende Nederlands spreken. Maar ook later nog, bij heel belangrijke informatie, als er zeker geen verwarring mag zijn."

Help! Waar kan ik terecht voor...

Nieuwkomers krijgen een trajectbegeleider. Inge De Cooman is zo iemand. Ze werkt al 11 jaar in Brussel en krijgt nieuwkomers toegewezen die ze dan helpt doorheen het kluwen van administratie en diensten. 

De gepaste cursus Nederlands bijvoorbeeld, want die is anders voor een hooggeschoolde dan voor een ongeletterde. Maar ook: wie biedt opleidingen aan of kinderopvang, hoe werkt een sportclub of vrijwilligerswerk, waar kunnen diploma's erkend worden, wat als ik geen huis vind en hoe vind ik (ander) werk?

"Bij elke nieuwkomer zijn er andere vragen en problemen. Ik ken of zoek voor elk probleem de organisatie die het kan oplossen. Dat is de expertise die we hier opbouwen. Er is zoveel. En zeker voor wie nieuw is in Vlaanderen is er op je eentje geen beginnen aan. Maar de kwaliteit van het maatwerk is vanzelfsprekend afhankelijk van hoeveel nieuwkomers ik toegewezen krijg en dus hoeveel tijd ik voor iemand kan uittrekken."

Wat mag en wat niet?

"Vreemdelingenrecht is ingewikkeld en verandert ook nog eens regelmatig", aan het woord is Geert Matthys die voor de juristendienst werkt in Gent. "Scholen kloppen bij ons aan met vragen als 'mag de Syrische leerling met verblijfsvergunning mee op schooluitstap naar Engeland?'. Maar ook OCMW's, advocaten, ambtenaren en gewone burgers die plots met een zeer specifiek situatie in aanraking komen, vluchtelingen die vragen hebben over verblijfsvergunningen,... Het is onvoorstelbaar hoeveel mensen met dringende en heel uiteenlopende vragen zitten. Wij hebben alle kennis in huis. Die bieden we aan via onze website, die constant up-to-date gehouden wordt. Maar voor specifieke vragen zijn we bereikbaar via telefoon en mail. En we geven op vraag bijscholingen. Daar zijn er al een paar afgelast omdat er niet genoeg personeel overblijft na de eerste ontslagronde. 1 op de 4 juristen moet weg, terwijl wij nooit extra personeel kregen met asielmiddelen. Onbegrijpelijk."

Waarom is er zoveel onzekerheid?

Het Agentschap Integratie en Inburgering is een fusie tussen meer dan 20 vzw's die jarenlang ervaring opbouwden. Al die expertise en goede werking kon beter worden gebundeld, vonden politici. Dat levert efficiëntiewinst én zal er op termijn voor zorgen dat nieuwkomers waar ook in Vlaanderen dezelfde kwaliteit aangeboden krijgen.

De grote uitdaging voor de directeur van het nieuwe Agentschap was dus: alle neuzen in dezelfde richting krijgen en zorgen dat in elke regio een gelijkaardige aanbod zou komen. Tot dan was de werking van de vzw's actief in bijvoorbeeld Limburg anders dan die in Vlaams-Brabant. Elkeen had zijn eigen prioriteiten inzake inburgering en een eigen manier van boekhouden. De ene vzw investeerde in infrastructuur, de andere in meer personeel. Sommigen bouwden reserves op, anderen gingen in het rood. Vanaf 2015 moest dat dus allemaal in één en dezelfde organisatie, het Agentschap Inburgering en Integratie. Een bijzonder moeilijke taak, blijkt nu, jaren later.