Legt Theresa May vandaag haar kaarten eindelijk op tafel?

Het geduld van de Europese Unie over het getreuzel van de Britse regering raakt op. De voorbije dagen is de druk op Theresa May opgevoerd om duidelijk te maken welke soort brexit ze wil. Hierover zal ze straks een speech geven.  

Elf maanden geleden stapte een Britse diplomaat met een koffertje het kantoor van Europees president Donald Tusk binnen. In het koffertje zat de brief waarmee de Britse regering officieel meedeelde dat het Verenigd Koninkrijk de Europese Unie zal verlaten. Over dertien maanden, op 30 maart 2019 is het zover: de Britten zullen geen lid meer zijn van de Europese Unie. 

Deep and special relationship

Straks geeft de Britse premier Theresa May haar zoveelste speech over de brexit. De speech zal, opnieuw, gaan over hoe de relatie tussen het Verenigd Koninkrijk en de Europese Unie er volgens haar moet uitzien. In haar vorige speeches zei ze vooral wat de Britse regering niet wou:

  • geen vrij verkeer van werknemers meer,
  •  geen regels meer uit Brussel vernemen,
  • niet meer gebonden zijn door arresten van het Europese Hof van Justitie,
  • geen bijdrage meer betalen aan het Europese bugdet, geen deel meer zijn van een douane-unie met de andere 27 EU-landen.

In plaats daarvan zou er een “deep and special relationship” moeten komen. De handel tussen het Verenigd Koninkrijk zou zo “frictionless” (wrijvingloos) mogelijk moeten gebeuren. Veel verder dan dergelijke vage boodschappen is Downing Street 10 tot nu toe niet geraakt.

Theresa May moet een evenwicht zien te vinden tussen ministers die uit zijn op een harde brexit, die alle banden met de EU willen doorknippen, en ministers die pleiten voor een softe brexit. Tegelijk moet ze ook de Noord-Ierse Unionisten tevreden houden, want die bezorgen haar regering een meerderheid in het Britse parlement. En, soms lijkt men dat te vergeten in het Verenigd Koninkrijk, er zijn ook nog 27 landen aan de andere kant van het Kanaal met wie er een akkoord gesloten moet worden.

“Taking back control” zal pas voor na de overgangsperiode zijn. 

Het leidde ertoe dat May een overgangsperiode moest vragen, die aanvangt op 30 maart 2019 en (als het van de EU) afhangt zal eindigen op 31 december 2020. In die periode moet het Verenigd Koninkrijk Europese wetten en regels overnemen waar ze zelf niet mee over beslist hebben in het Europees Parlement en in de Raad van Ministers.

“Taking back control” zal pas voor na de overgangsperiode zijn. Voor de harde brexiteers is dit moeilijk te slikken. Daardoor is het nog niet eens zeker of de EU en May de komende weken een akkoord zullen sluiten over de overgangsperiode.  

Illusie?

Over de toekomst na 2020 wacht de EU nog op Britse voorstellen. “Geen speeches”, zei EU-brexitonderhandelaar Michel Barnier, “we willen juridische teksten, want er is niet veel tijd meer”.

Na kabinetsoverleg vorige week had de Britse premier gesuggereerd om te werken rond “three baskets”: drie verschillende manieren om in de toekomst met de EU samen te werken.

Op sommige gebieden zouden de Britten de Europese regels willen behouden.

Op andere gebieden de regels aanpassen, maar hetzelfde doel nastreven.

Maar er zouden ook gebieden zijn waar de Britten volledig zouden breken met het Europese beleid en hun eigen zin zouden willen doen.

“Dit is pure illusie”, zei Europees president Donald Tusk. Aan Europese kant verdenkt men de Britten ervan dat ze alleen de voordelen van de Europese interne markt willen plukken, zonder de nadelen. Geen toegang meer voor Europeanen die willen gaan werken in Londen, terwijl Britse banken wel in heel de EU zaken kunnen blijven doen.  

Getreuzel beu

De Europese Unie is het wachten beu. Hoofdonderhandelaar Michel Barnier presenteerde woensdag een kant-en-klare verdragstekst van 120 bladzijden: het echtscheidingsakkoord, met daarbij ook een protocol over de grens tussen Ierland en Noord-Ierland.

Bewust of onbewust, dit kwam in Londen aan als een provocatie. De tekst vermijdt dat er douanecontroles moeten komen tussen Ierland en Noord-Ierland, maar dat impliceert dat er controles komen tussen Noord-Ierland en het Britse vasteland.

Binnen het Verenigd Koninkrijk dus. Noord-Ierland zou op regelgevend vlak meer gaan aanleunen bij Ierland dan bij Groot-Brittannië. “Stel ons dan iets beter voor”, zei Donald Tusk gisteren tegen Theresa May.  Achter de schermen werken zijn medewerkers trouwens al aan een eigen Europees voorstel over de toekomstige handelsrelaties met het Verenigd Koninkrijk, los van wat May gaat vertellen in haar speech.  

Theresa May zit gevangen in een spel van politieke stratego

Wat de Britse regering ook kiest, het zal minder voordelig zijn dan volwaardig lidmaatschap van de Europese Unie. Dat werd al uitvoerig
aangetoond in een studie van het Britse ministerie van Financiën voor het brexitreferendum.

Bedrijven die wegtrekken, investeringen die niet gebeuren, import die duurder wordt als gevolg invoerheffingen, export die duurder wordt door allerlei paperassen. Op dit ogenblik is het allemaal niet voelbaar, maar op termijn wel.

Theresa May weet dat ongetwijfeld (ze voerde campagne om in de EU te blijven). Maar ze zit gevangen in een spel van politieke stratego. Tussen harde brexiteers als Boris Johnson die vooral met hun eigen carrièreplanning lijken bezig te zijn, Tories met heimwee naar het verleden, Labour dat haar ten val wil brengen, Noord-Ierse Unionisten die geen verenigd Ierland willen, en Schotten die dreigen met afscheuring.

Als klap op de vuurpijl kwam voormalig Brits premier John Major nog met oproep om een tweede referendum te houden. Het getuigt niet van vertrouwen in de aanpak van May.  

De ontrafeling van de Europese integratie zou het inkomen van de gemiddelde Belg met 12% doen dalen

De voordelen van de Europese Unie blijven grotendeels onzichtbaar, maar ze zijn er.  Het verdwijnen van handelsbarrières en grenscontroles, de invoering van eenvormige regelgeving en een gemeenschappelijke munt: het heeft allemaal samen voor meer welvaart gezorgd, in het ene land meer dan in het andere.

Een economische studie heeft geprobeerd te becijferen hoeveel het zou kosten om die Europese integratie te ontrafelen, en welk land er het meest onder zou lijden. Luxemburg zou de grootste verliezer zijn, met een daling van inkomen per inwoner met 25 procent. De gemiddelde Belg zou er bijna 12 procent op achteruitgaan. De interne markt alleen al zou Duitsland per jaar meer dan 100 miljard euro opleveren, en België zowat 35 miljard euro.

Het is geen wonder dat de Europese Commissie die studie gebruikt om de lidstaten ervan te overtuigen dat hun “lidgeld” van de club (de jaarlijkse bijdrage aan het EU-budget) niet zo hoog is (in het geval van België gaat het om zowat 3,6 miljard euro per jaar). Die betalingen of “afdrachten” van geld van de belastingbetaler zijn echter zichtbaar in de begroting, en makkelijker om te zetten in politieke slogans zoals : “geen cent extra naar Brussel”, of “I want my money back”.  

Slogans die in geen enkel land zo vaak gebruikt zijn als in het Verenigd Koninkrijk. Dit is wellicht een van de oorzaken van de brexit geweest. Over een paar jaar moeten de Britten zelf maar de rekening maken. Gaat het allemaal zoveel beter nu ze geen lidgeld meer moeten betalen, of is het tijd om opnieuw een diplomaat naar Brussel te sturen, om te vragen om opnieuw bij de club te mogen aansluiten.