Copyright 2018 The Associated Press. All rights reserved.

IMF: "Invoerheffingen op staal zullen ook de Amerikaanse economie raken"

Het Internationaal Muntfonds waarschuwt dat de invoertaksen die VS-president Donald Trump wil invoeren op staal en aluminium ook schadelijk zullen zijn voor de Amerikaanse economie. Steeds meer landen en ook de EU verheffen hun stem en dreigen met tegenmaatregelen.

Donderdag kondigde president Trump aan dat hij volgende week een heffing van 25% zal opleggen op ingevoerd staal en 10% op aluminium. Dat moet volgens hem een einde maken aan de "oneerlijke concurrentie" in die sectoren tegen de Amerikaanse economie. Trump had daarop getweet: "Trade wars are good".

"Handelsoorlogen zijn niet goed, voor niemand", is nu de reactie van Roberto Azevedo, de voorzitter van de Wereldhandelsorganisatie (WTO). Ook het Internationaal Muntfonds (IMF) waarschuwt dat ook de Amerikaanse economie schade zal lijden door de aangekondigde maatregelen.

Canada -de grootste uitvoerder van staal naar de VS- en de Europese Unie dreigen met tegenmaatregelen. Zo overweegt de EU om ook tarieven van 25% op te leggen op ingevoerde producten uit de Verenigde Staten zoals motoren van Harley Davidson, jeans van Levi's of bourbon uit Kentucky. Zuid-Korea -ook een belangrijk staaluitvoerder naar de VS- wil zo snel mogelijk overleg met Washington.

De staalbonzen in de VS zijn dan wel enthousiast, maar dat geldt niet voor andere "captains of industry". De Business Roundtable -een invloedrijke lobbygroep van de industrie in de VS- waarschuwt dat de invoertarieven "negatieve gevolgen zullen hebben voor de Amerikaanse bedrijven, consumenten en werknemers". De grote oliebedrijven en bierproducenten zoals Anheuser Busch (filiaal van AB InBev) en MillerCoors waarschuwen dat hun producten (ingeval van bier de blikjes) duurder zullen worden en op de internationale markt minder concurrentieel.

AP2009

Er is te veel staal. Punt.

President Trump had tijdens de kiescampagne al beloofd dat hij de "oneerlijke concurrentie via slechte handelsakkoorden" zou beëindigen en dat heeft hem de cruciale stemmen opgeleverd in veel industriestaten in de Midwest.

De Amerikaanse staalindustrie is sinds 2000 inderdaad teruggevallen van een productie van 112 miljoen ton tot 86 miljoen ton en van 135.000 banen tot 83.600 banen. Dat moet echter genuanceerd worden, want in totaal werken er 6,5 miljoen Amerikanen in de staalverwerkende industrie en die laatste zou nu negatieve gevolgen kunnen ondervinden van de invoertarieven.

Volgens het magazine "The Economist" wordt er jaarlijks 1,6 miljard ton staal geproduceerd, ongeveer de helft daarvan in China. En dat laatste land heeft sinds 2000 zijn staalsector bijna verdubbeld. De binnenlandse vraag slabakt echter en dus gooit China dat overtollige staal goedkoop en met overheidssubsidies op de buitenlandse markt en dat tegen internationale handelsregels in. De Europese Unie heeft daartegen gereageerd met eigen tarieven tegen staal uit China, maar niet tegen alle andere invoerders. Anderzijds gaan het Duitse ThyssenKrupp en de Brits-Nederlands-Indiase groep Tata Steel (vroeger Corus) fuseren.

Wereldwijd is er dus een overaanbod van staal en de grote industrielanden willen die productie terugschroeven, alleen zijn ze het er niet over eens wie hoeveel productie (en dus banen) moet inbinden. Bovendien is de staalsector al sinds mensenheugenis een belangrijk onderdeel van strategische sectoren, zoals defensie.

Opvallend is wel dat de VS weinig staal importeert uit China, maar wel uit landen die bondgenoten of partners zijn (Canada, Brazilië, Mexico, Zuid-Korea, Japan en de EU). Net die worden nu getroffen door de invoertarieven.