Turkse aanval doodt 36 Assad-strijders in de Koerdische enclave Afrin: waarschuwing aan Syrië 

De Turkse luchtmacht viseert nu blijkbaar steeds meer de militieleden van de Syrische leider Bashar al-Assad omdat die de Syrische Koerden in de enclave Afrin zijn komen bijstaan. Het blufpoker tussen Ankara en Damascus gaat dus voort.

Het gaat om het derde Turkse bombardement tegen de milities van Assad in Afrin in 48 uur. Dit keer zouden er volgens het Syrische Observatorium voor de Mensenrechten in Londen 36 militieleden gedood zijn in Kfar Janna, een dorp aan de rand van de Syrisch-Koerdische enclave Afrin in het noordwesten van Syrië. Sinds 19 januari voert het Turkse leger -gesteund door bevriende Syrische rebellengroepen- een offensief tegen Afrin.

Enkele weken geleden hebben de Syrische Koerden overigens toegelaten dat milities van de Syrische president Bashar al-Assad Afrin binnentrekken om er samen tegen de Turken te vechten. Intussen zouden al enkele honderden van die militieleden naar Afrin zijn gegaan.

Met de bombardementen tegen hen wil Turkije duidelijk een signaal sturen naar de Syrische regering om zich niet verder te moeien in de strijd in Afrin. Tot nu toe heeft Assad vermeden om het reguliere leger in Afrin in te zetten, maar hij zit dan ook erg krap als het om grondtroepen gaat. Mogelijk zet Rusland ook druk op Assad om dat niet te doen en zo Turkije niet tegen Moskou in het harnas te jagen.

Overigens verloopt dat Turkse offensief niet zo erg goed. Eergisteren zijn nog eens acht Turkse militairen gesneuveld in Afrin. Ook de Syrische bondgenoten van Turkije lijden er forse verliezen.