Een close up van de vreemde bloem van Thismia neptunis, een "elfenlantaarntje" (Foto: Phytotaxa/Creative Commons).

"Elfenlantaarntje": bizarre parasitaire plant duikt opnieuw op in regenwoud na 151 jaar

Een vreemde plant die geen zonlicht nodig heeft, en zijn voedsel wegzuigt bij ondergrondse schimmels, is opnieuw gevonden in het regenwoud in Borneo, 151 jaar nadat hij voor het eerst beschreven was. Thismia neptunis zit voor het grootste deel onder de grond, maar heeft een zeer vreemde, kleine bloem. Opvallend daaraan zijn een opening als de mond van een zeeworm en drie zeer lange, harige draden die recht omhoog staan. 

Thismia neptunis maakt deel uit van een groep planten die  "myco-heterotroof" genoemd worden, planten die hun voedsel niet zelf maken door fotosynthese, maar het elders halen, met name bij schimmels (mycota). De planten hebben geen functionele bladeren en leven voor het grootste deel onder de grond. 

Myco-heterotrofen zijn de "vriendelijkste" van de twee soorten parasitaire planten die het zonlicht mijden. De schimmels waarvan de myco-heterotrofen hun voedsel halen, hechten zich vast aan de wortels van planten met fotosynthese, maar de myco-heterotrofe planten dringen die planten niet binnen, en ook de schimmels niet. De planten "overhalen" de schimmels als het ware om hen voedsel te geven, ze leven in een soort van symbiotische relatie met de schimmels, die echter geen voordeel halen uit de relatie. Dat in tegenstelling tot de tweede soort parasieten, de minder "vriendelijke" planten met haustoriën, speciale zuigorganen die de cellen van planten met fotosynthese binnendringen, en daar het voedsel en water direct weghalen. 

T. neptunis is het makkelijkst te identificeren aan zijn seksueel orgaan: een hooguit 9 centimeter hoog bloempje dat uit de grond omhoog steekt, en er uitziet alsof het op de bodem van de oceaan leeft of op een andere planeet. In werkelijkheid groeit het in de natte losse bodem van het regenwoud, langs een rivier in een plek die het Matang-massief genoemd wordt. Dat ligt in de Maleisische provincie Sarawak op het eiland Borneo.   

Een van de originele tekeningen van de Italiaanse botanist Beccari van de bloem van T. neptunis (Illustratie: Phytotaxa/Public Domain).

Elfenlantaarntje

De Italiaanse botanist Odoardo Beccari identificeerde het kleine vreemde bloemetje als eerste in 1866, en hij maakte prachtige tekeningen van de ongewone vorm ervan. Die tekeningen hebben moderne onderzoekers nu geholpen om nieuwe specimens te identificeren die ze in hetzelfde gebied gevonden hebben in 2017, 151 jaar later. 

"Voor zover we weten, is het slechts de tweede vondst van de soort ooit", zo schrijven de Tsjechische onderzoekers in een studie die in februari gepubliceerd is. De foto's die het team gemaakt heeft, tonen dat de bloem erg goed lijkt op de originele tekeningen van Beccari. 

De bloem is klein genoeg om over het hoofd te zien, maar opvallend genoeg eens men haar in het oog krijgt. Ze behoort tot het geslacht Thismia, een groep van nauw verwante parasitaire planten die voorkomen in Oost- en Zuidoost-Azië, Nieuw Guinea, Australië, Nieuw Zeeland, Centraal en Zuid-Amerika. In de Noord-Amerikaanse staat Illinois kwam één soort voor die inmiddels uitgestorven is.  In de volksmond worden de planten "elfenlantaarn" genoemd (fairy lantarn). 

Drie foto's die het Tsjechische team gemaakt heeft van de vreemde bloem, waarbij op de eerste twee de drie lange behaarde draden te zien zijn (Foto's: Phytotaxa/Creative Commons).

Bevrucht door vliegen?

De gladde, witte of roomkleurige steel van de bloem, zo schrijven de onderzoekers, steekt omhoog uit een eenvoudig systeem van wortels, die bedoeld zijn om voedingsstoffen los te krijgen van ondergrondse schimmels. 

De bol van de bloem heeft de vorm van een gekneusde en gezwollen duim - maar hij is ziekelijk bleek, met rode strepen, en heeft een opening aan de bovenkant als de mond van een zeeworm. Het meest opvallende deel van de bloem is het trio van "rode, harige" aanhangsels, die recht omhoog steken als de lange antennes van een garnaal, vanuit platte uitsteeksels rond de bol - een deel van het orgaan dat stuifmeel produceert. 

De onderzoekers weten niet precies hoe de plant bevrucht wordt, maar ze hebben wel twee soorten van dode vliegen in de bloem gevonden, die volgens hen mogelijk als bevruchters kunnen optreden. 

Thismia rodwayi, een andere plant uit hetzelfde geslacht uit Tasmanië (Foto; Thouny/Wikimedia Commons).

Nog meer "verloren" planten?

De onderzoekers schrijven dat hun herontdekking van T. neptunis een onderdeel vormt van een breder patroon van biologen die nieuwe, en verloren gewaande soorten van planten ontdekken in de regenwouden de afgelopen decennia, ondanks het feit dat regenwouden overal ter wereld steeds kleiner worden en soms zelfs dreigen te verdwijnen. 

De grootte van het verspreidingsgebied van T. neptunis is niet bekend, zo zeggen ze, en evenmin of dat gebied sinds 1866 veranderd is. Beccari heeft immers geen gedetailleerde informatie nagelaten over waar hij de bloemen gevonden heeft. Wel verbleef hij toen in een hutje in de buurt van de plek waar de onderzoekers de bloem nu gevonden hebben. 

De ontdekking heeft bij de onderzoekers de hoop gewekt dat ze nog twee andere planten kunnen tegenkomen die Beccari beschreven heeft gedurende zijn verblijf in Maleisië, en die sindsdien ook niet meer gezien werden. Ze hopen dat omdat het deel van het regenwoud waar Beccari werkte, en waar ze vorig jaar dus T. neptunis opnieuw gevonden hebben, voor het grootste deel ongestoord is gebleven. 

De studie van de Tsjechische onderzoekers is gepubliceerd in het tijdschrift "Phytotaxa".