Bloemen met in de verte de bergen in de Altaï-regio in Siberië (Foto: Alexandr Frolov/Wikimedia).

Lente komt steeds vroeger, in het noordpoolgebied nu al 16 dagen

Door de opwarming van de aarde komt de lente elk jaar vroeger. Maar niet overal ter wereld schuift de lente even snel op. Amerikaanse onderzoekers hebben vastgesteld dat de lente vroeger begint naarmate je dichter bij de Noordpool komt. In Los Angeles komt de lente een dag vroeger dan een decennium geleden, in het noordpoolgebied is dat zelfs zestien dagen vroeger.

Onderzoekers van de University of California-Davis ontdekten een systeem in de vervroeging: per 10 graden noorderbreedte dat men noordelijker gaat, arriveert de lente vier dagen vroeger dan tien jaar geleden. Dat is drie keer zoveel als vorige studies aangaven.

Daardoor komt de lente in het zuidelijk gelegen Los Angeles nu een dag vroeger dan tien jaar geleden, in het centraal gelegen Chicago vier dagen, en in het noordpoolgebied zestien dagen vroeger.

Kraanvogels boven de Amerikaanse staat Nebraska tijdens hun trek naar Canada, Alaska en Siberië. AP2011

Bevestiging van waarnemingen

"Deze studie bevestigt waarnemingen die al jaren circuleren bij
wetenschappers en in populaire rapporten”, zegt hoofdauteur Eric Post aan het persbureau IPS. "De lente komt inderdaad vroeger, en in het noordpoolgebied schuift de lente sneller op dan op lagere breedtegraden. Onze studie voegt daaraan toe dat dergelijke verschillen verband houden met een snellere lenteopwarming op hogere breedtegraden.”

Voor de studie bekeken de onderzoekers onder meer wanneer vogels gingen migreren, bloemen gingen bloeien en bomen weer bladeren kregen. Ze analyseerden ook 743 vroegere publicaties over de opschuivende lente; die bevatten gegevens over een periode van 86 jaar in het noordelijk halfrond.

Een noordse stern met een stekelbaars in zijn broedgebied in Alaska. De noordse stern trekt in de lente vanuit zijn overwinteringsgebied in het zuidelijk halfrond naar het hoge noorden.

Problemen voor trekvogels

Voor trekvogels kan de opschuivende lente problemen geven.

"Op welke aanwijzingen ze ook afgaan om in de lente naar het noorden te trekken, als het begin van de lente op deze hogere breedtegraden wordt versterkt door toekomstige opwarming, zijn dat misschien geen betrouwbare voorspellers van de beschikbaarheid van voedsel wanneer ze eenmaal daar zijn”, zegt Post. "De planten en insecten die ze zullen eten wanneer ze aankomen, komen sneller tevoorschijn dan op de lagere breedtegraden waar ze vertrekken.”

De studie van Post en zijn collega's is gepubliceerd in Scientific Reports.

Een noordse stern in Alaska voedert haar jong een stekelbaars.