Pascal Broze

Brussel maakt komaf met de opvolgerslijsten

In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest zal er bij de volgende parlementsverkiezingen niet meer gewerkt worden met opvolgerslijsten. Daarnaast werd voorgesteld om alle lijsten samen te stellen volgens het "ritsprincipe". Volgens dat principe moeten mannen en vrouwen elkaar steeds afwisselen op de lijst. Uiteindelijk stemden N-VA, Vlaams Belang en Open VLD het voorstel weg. 

Bij de parlementsverkiezingen in mei 2019 verdwijnen de opvolgerslijsten in Brussel.  Als een parlementslid bijvoorbeeld minister wordt, zal niet meer een opvolger - die dus eigenlijk niet verkozen is - zijn of haar zitje innemen, maar wel de eerstvolgende partijgenoot met de meeste voorkeurstemmen.

Het Brusselse Parlement stemde ook over het "ritsprincipe". Volgens dat principe zouden mannelijke en vrouwelijke kandidaten elkaar moeten afwisselen van de eerste tot en met de voorlaatste plaats. Enkel de laatste plaats op de lijst vormt een uitzondering. Bij een oneven aantal kandidaten zouden de twee belangrijkste plaatsen (lijsttrekker en -duwer) namelijk steeds door mensen van hetzelfde geslacht worden ingevuld. Door het ritsprincipe moesten meer vrouwen verkozen raken.

N-VA en Vlaams Belang gaven al eerder aan dat ze tegen zouden stemmen, maar uiteindelijk stemde ook Open VLD het voorstel weg. Brussels schepen voor Open VLD Els Ampe wilde namelijk dat eveneens de lijststem werd afgeschaft. De lijststem gecombineerd met een "ritsprincipe" noemt de schepen "discriminerend".