Zou Rusland wraak genomen hebben op overgelopen spion?

Gisteren werd in Groot-Brittannië een voormalig officier van de Russische inlichtingendienst na vergiftiging in kritieke toestand overgebracht naar het ziekenhuis. Sindsdien rijst overal de vraag: zou Rusland (opnieuw) een overgelopen spion hebben vergiftigd? Het voorval doet immers sterk denken aan de vergiftiging van de Russische ex-spion Aleksandr Litvinenko in 2006.

In 2006 werd de 43-jarige Aleksandr Litvinenko met vergiftigingsverschijnselen overgebracht naar een ziekenhuis in Londen. Artsen stonden dagenlang voor een raadsel. Geen enkele test verklaarde wat er exact gebeurd was met de genaturaliseerde Brit. Drie dagen voor het overlijden van Litvinenko, besloot een arts hem te testen op poloniumvergiftiging. Hij bleek tienmaal een dodelijke dosis polonium in zijn lichaam te hebben. Vlak voor zijn overlijden zei Litvinenko dat hij vermoedde dat huidig Russisch president Vladimir Poetin achter de moord zat.  

Litvinenko, de ex-spion

Litvinenko was een voormalig agent van de Russische inlichtingendienst KGB (tegenwoordig FSB). De dissident, die vaak kritiek uitte op Poetin en zijn regime, woonde sinds 2000 in Groot-Brittannië om vervolging in Rusland te vermijden. Daar werkte hij voor onder meer MI6, de Britse inlichtingendienst. 

In 2006 had Litvinenko afgesproken in het Londense Millenium Hotel met twee voormalige collega's van de KGB. Litvinenko werd groene thee met honing aangeboden, die hij niet volledig opdronk, omdat er volgens hem een vreemd smaakje aan zat. Amper 22 dagen later overleed hij aan de gevolgen van een poloniumvergiftiging. 

Al snel werd duidelijk dat zijn voormalige collega's, Dimitri Kovtoen en Andrej Loegojov, achter de moord zaten. Het bewijs tegen hen was bijzonder omvangrijk. Overal waar het duo was geweest, waren sporen van het radioactieve polonium terug te vinden: op de stoelen van de British Airways-toestellen die hen van en naar Moskou hadden gebracht, in hun hotelkamers, op paspoortfoto's, zelfs op hun zitjes in het voetbalstadion van Arsenal waar ze een wedstrijd tegen CSKA Moskou hadden bijgewoond.

Hun spoor liep als een radioactief pad door Londen, waardoor duizenden Britten vermoedelijk onbewust in contact kwamen met het schadelijke polonium. Advocaten noemden het een "radioactieve aanslag" op de hoofdstad. 

Het radioactieve polonium

Polonium-210 is een radioactieve stof die ontdekt werd door Marie Curie in 1898. Een enkele gram van de stof is volgens toxicologen voldoende om 50 miljoen mensen te vermoorden, en nog eens 50 miljoen bloot te stellen aan straling. 

Een onmiddellijk symptoom van blootstelling aan polonium is haarverlies en misselijkheid. Omdat polonium zo gevaarlijk is, is het bijzonder moeilijk om aan de stof te geraken. Dit deed onderzoeksteams vermoeden dat er een opdrachtgever met macht achter de moord zou kunnen zitten.

Polonium is dodelijk wanneer het wordt ingeslikt of geïnhaleerd. Litvinenko had de vergiftigde thee gedronken waardoor hij veranderde in een menselijke, radioactieve bom. Hij is begraven in een verzegelde, metalen kist om verdere straling tegen te gaan.  

Het onderzoek

Scotland Yard opende meteen een onderzoek naar de daders en opdrachtgever voor de moord op Litvinenko. Want dat twee geheim agenten uit eigen beweging een oud-collega hadden vermoord, was zeer onwaarschijnlijk. 

Kort voor Litvinenko stief, wees hij naar president Poetin vermoedelijke opdrachtgever. Het was alleen niet duidelijk waarom uitgerekend Poetin in 2006 opdracht zou geven voor de moord op een voormalige ex-spion in Groot-Brittannië. 

Litvinenko was al enkele jaren een luis in de pels van Poetin. In het verleden publiceerde hij al meerdere artikels waarin hij Poetin beschuldigde van corruptie en pedofilie. Daarom moest hij in 2000 vluchten naar Londen, om vervolging te vermijden. In 2002 bracht hij een boek uit waarin hij zei dat de president de aanslagen op flatgebouwen in Moskou, waarbij 300 mensen stierven, in scène had gezet, om zo een reden te vinden om zijn oorlog tegen Tsjetsjenië te starten. 

Toch verklaart dit niet waarom Poetin, vier jaar na publicatie van het boek, zou beslissen om Litvinenko te laten vermoorden. Litvinenko moest iets hebben gedaan of gezegd in 2006, waardoor het absoluut noodzakelijk werd dat hem het zwijgen werd opgelegd.

De banden tussen Kremlin en maffia

Scotland Yard ontdekte dat de ex-spion voor zijn dood een onderzoek gestart was naar de banden tussen de Russische maffia en het Kremlin. Litvinenko werkte behalve voor de Britse inlichtingendienst, ook voor de Spaanse inlichtingendienst, waar hij hielp bij het ontmantelen van Russische, criminele kartels. Hij was tot de conclusie gekomen dat het Rusland van Poetin in een ware maffiastaat was veranderd, waarover hij zou getuigen op een proces. 

De uiteindelijke conclusie van het onderzoek van Scotland Yard was dat het Kremlin de opdracht had gegeven om Litvinenko te vergiftigen, hoogstwaarschijnlijk met goedkeuring van Poetin persoonlijk. Rusland ontkent de beschuldigingen en zegt dat daar niets van aan is. Tot op de dag van vandaag is er geen duidelijkheid over de opdrachtgever voor de moord op Litvinenko. 

Londen vroeg aan Moskou om de daders uit te leveren, maar dat is tot op heden geweigerd. De daders zelf ontkennen elke betrokkenheid. Het resultaat was een dieptepunt in de relatie tussen Rusland en Groot-Brittannië.