Thomas staat in inkomhal van de Bourlaschouwburg model voor zijn klasgenoten artistieke vormgeving.

Kunstonderwijs worstelt met vooroordelen: ruim 80% van de KSO-leerlingen start secundair in andere richting

De overgrote meerderheid van leerlingen in het Kunst Secundair Onderwijs (KSO) start zijn eerste jaar middelbaar in een andere studierichting, vaak in ASO. Dat blijkt uit een bevraging bij ruim 2.000 KSO-studenten. Hun ouders vrezen vaak voor het toekomstperspectief van een artistieke vorming naar het hoger onderwijs toe. Enkele KSO-scholen organiseerden daarom vandaag voor de tweede keer "KSO uit de kast". Op verschillende openbare plekken deden studenten in een artistieke opleiding "hun ding". Wij gingen kijken en luisteren naar jongeren in Antwerpen.

Enkele cijfers uit de bevraging

  • Slechts 17% van de leerlingen in het KSO is meteen gestart in een artistieke richting.
  • Ruim 8 op 10 van de bevraagde KSO-studenten stapte pas later over naar een kunsthumaniora. De helft van hen volgde eerst een ASO-richting.
  • Eén op de drie bevraagde KSO-leerlingen begon pas aan die opleiding in het vierde of vijfde jaar. Ruim 40% van hen wilde meteen zich meteen na de lagere school al inschrijven voor het KSO.
  • Eén op de vijf ouders twijfelt erover of een KSO-opleiding hun kind voldoende voorbereidt op de hogeschool of universiteit.
  • Eén op de vier ouders vreest voor beperkte kansen op de arbeidsmarkt, ook na eventuele bijkomende studies.

Jongeren over hun "late" kunstroeping

 In de voormalige St.-Augustinuskerk in Antwerpen werken laatstejaars aan de artistieke opleiding van Sint-Lucas aan een schilderopdracht. Ze zijn hun eerste jaar secundair allemaal gestart in een ASO-richting, en daar hadden ze toen hun redenen voor, of hun ouders.

Mijn ouders hebben me verplicht om een ASO-richting te proberen. Maar daar vond de leerkracht P.O. dat ik een kunstrichting moest proberen.

Laatstejaars Nyah Cannipel (17) stapte na 4 jaar ASO - humane wetenschappen pas in het vijfde jaar over naar de artistieke opleiding van Sint-Lucas. "Ik wilde dat al sinds de lagere school. Maar mijn ouders hebben me verplicht om eerst iets anders te proberen. Ze wilden dat ik later een goede job zou vinden, met zekerheid. Maar in de lessen P.O. in het ASO werd me altijd gezegd dat ik eigenlijk een kunstopleiding moest volgen. In het vierde middelbaar waren mijn punten zo slecht, omdat ik niet meer gemotiveerd was. Pas toen zijn mijn ouders bijgedraaid", vertelt ze. "Ik heb toen voet bij stuk gehouden, en ik ben daar héél blij om. Pas nadat ik met mijn ouders concreet opzoekingswerk had gedaan over concrete jobmogelijkheden later, hebben ze hun idee bijgesteld."

In het ASO voelde ik me niet thuis. Hier kan ik me pas écht ontplooien, en mezelf zijn.

Laatstejaars Kato Avondts (17) koos in het vierde jaar, na twee jaar moderne wetenschappen en één jaar economie-talen voor Sint-Lucas. "ASO was écht niet mijn ding. Na één jaar had ik al door dat het niveau me niet lag. En ik kon er mijzelf niet zijn. Hier ben ik opengebloeid omdat ik mezelf kan uiten in mijn artistieke werken. Hier kan ik doen wat ik écht wil", vertelt ze. "Op mijn 12 jaar was ik nog niet bezig met een kunstopleiding als mogelijkheid voor mij, en mijn ouders ook niet. Eens ik met mijn mama deze school bezocht had, was mijn keuze snel gemaakt. Mijn ouders moesten eraan wennen, maar ze zijn enthousiast en fier. En volgend jaar trek ik de lijn door, want ik ga grafisch ontwerp studeren. Juweelontwerp staat ook nog op mijn studieplanning. Ik zou graag zelfstandige worden, net zoals mijn mama."

Vanwaar de misverstanden over KSO?

"Leerlingen in het KSO krijgen zéker niet enkel artistieke vakken. Dat is een hardnekkige misvatting. Op een totaal lessenrooster van 35 uur, gaat er ongeveer 20 uur naar algemene vakken, en maximum 15 uur naar artistieke", zegt Véronique Van Dyck, directeur van Sint-Lucas Antwerpen. "Veel ouders vrezen ook dat een artistieke richting te gemakkelijk is, omdat iedereen wel een beetje kan tekenen of dansen. Maar die vakken zijn net veeleisend, omdat er veel praktijkopdrachten aan gekoppeld zijn, buiten de vaste schooluren. KSO-leerlingen zijn bijvoorbeeld niet vrij op woensdagnamiddag."

Onbekend maakt onbemind, denk ik. En mensen hebben een hardnekkig clichébeeld van dé kunstenaar. Maar een KSO-opleiding vereist net discipline.

Uit de bevraging blijkt ook dat veel ouders een KSO-richting niet meteen associëren met goede kansen op de arbeidsmarkt, of een goede voorbereiding op hogere studies. "Nochtans moet je na een opleiding bij ons nog verder studeren, want wij zijn een doorstromende vorming, geen beroepsvormende opleiding. De meeste van onze leerlingen schrijven zich nadien in voor een kunstrichting aan een hogeschool of universiteit. Dat gaat van architectuur, juweelontwerp, grafische vormgeving tot kunstgeschiedenis. Ze krijgen de basis daarvoor echt wel mee."

Dat veel leerlingen pas in de loop van hun secundaire opleiding de weg vinden naar een artistieke richting, vindt Van Dyck opvallend. "De wil van ouders om hun kinderen eerst in te schrijven in een algemene richting "zodat ze later nog kunnen zien", is begrijpelijk. Ik zie een link met het watervalsysteem. Het credo "onbekend maakt onbemind" speelt ook niet in ons voordeel. En mensen hebben de gekste clichébeelden over dé kunstenaar. Voor de jongeren zelf is dat jammer. Ze moeten hier plots wennen aan de hoge workload, met alle bijkomende opdrachten. Een kunstopleiding vraagt om discipline, maar onze leerlingen zijn vaak extra gemotiveerd, en iets matuurder, eens ze in hun voorkeursrichting zitten."