AP

Martin Luther King: De man, de moord, en de erfenis

Volgende woensdag 4 april is het 50 jaar geleden dat de zwarte dominee Martin Luther King werd vermoord in Memphis, Tennessee. King was een van de leiders van de Amerikaanse burgerrechtenbeweging. Onze correspondent Björn Soenens blikt terug.

Het eindigt abrupt met een schot in zijn hoofd. Het is 4 april 1968. Martin Luther King verblijft in kamer 306 van het Lorraine Motel in Memphis, Tennessee. King is net op zijn balkon gestapt, een sigaret aan het roken, een denkpauze op de tweede verdieping. Het is één over zes, op een donderdagavond. King wordt door één enkele kogel geraakt. De kogel gaat dwars door zijn rechterwang, breekt zijn kaak en verwoest verschillende ruggenwervels voor hij halt houdt in zijn schouder.

Martin Luther King wordt om vijf over zeven dood verklaard in het ziekenhuis. Bij de autopsie blijkt dat King het hart heeft van een 60-jarige, ook al is hij pas 39. Te veel stress, na 13 jaar strijd voor zwarte burgerrechten. Hij heeft al verschillende aanslagen op zijn leven doorstaan, ook een bomaanslag op zijn huis in 1956. 

De dood van King wordt gevolgd door zware rellen en onlusten in talloze Amerikaanse steden. Zijn vermoedelijke moordenaar wordt pas twee maanden later gevat. James Earl Ray gaat levenslang achter de tralies. Amerika verandert in een kolkende chaos in de maanden die volgen op de moord in 1968, het jaar dat de wereld op zijn grondvesten davert. Ikzelf word geboren exact drie weken na de moord op King.

1968 AP

Busboycot barst los in het Diepe Zuiden

Op zijn 35e is King de jongste Nobelprijswinnaar voor de Vrede. Dat is vier jaar voor de moord. In december 1955 leert de wereld hem kennen. Hij is 26 als hij voor het eerst het voortouw neemt in de strijd tegen de rassenongelijkheid in de VS. Op 1 december 1955 weigert de zwarte naaister Rosa Parks om haar plaats in de bus af te staan aan een blanke passagier. "Nigger, move back", roept de blanke buschauffeur. Parks wordt uit de bus gezet en gearresteerd. Wat volgt, is geschiedenis.

De busboycot van de zwarte Amerikanen barst los, eerst in Montgomery, Alabama, daarna op vele andere plaatsen in het Diepe Zuiden. In Birmingham, Alabama, gebruikt de politie waterkanonnen en bloedhonden tegen zwarte betogers. Racistische verzekeraars weigeren tijdens de busboycot nog auto’s te verzekeren van zwarten die de busboycot steunen. Brandbommen worden in zwarte huizen gegooid.

In 1956 volgt de eerste triomf voor Martin Luther King. De bussen worden op alle plaatsen toegankelijk, op alle zitplaatsen, voor blank en zwart. Kings redenaarstalent en zijn moed krijgen veel lof. Het geweldloos verzet en de burgerlijke ongehoorzaamheid maken grote indruk. Aanhangers van King houden sit-ins in blanke restaurants en zingen "We shall overcome". 

Het is een tijd doordrenkt van het goorste racisme

Een mensenzee van een kwart miljoen Amerikanen stroomt samen aan het Lincolnmonument in Washington D.C. Daar spreekt King zijn beroemde woorden: "I have a dream…" Het is een woelige tijd. De turbulentste tijd in de geschiedenis van de Verenigde Staten. Er is geweld en oproer.

Een kerk in Birmingham wordt met bommen bestookt: vier kleine meisjes sterven. Drie jonge burgerrechtenactivisten verdwijnen spoorloos in Mississippi en worden even later dood teruggevonden in een moeras. Op 28 augustus 1963 komt het onsterfelijke moment van Martin Luther King. 

Het is een tijd doordrenkt van het goorste racisme. Hatred is not something you’re born with, it gets taught. Then you live the hatred, you breathe it, then you marry it…

Beklemmend gevoel in de keuken van King

Een jaar geleden nog zit ik aan de keukentafel van het huis van Martin Luther King in Montgomery, Alabama. Ik voel de hete adem van de geschiedenis, hoe hij daar aan zijn voordeur de menigte tot bedaren brengt, kalmte predikt, verdraagzaamheid. Een beklemmend gevoel overvalt me als ik weet dat in dié keuken King dreigtelefoontjes krijgt, dat hij zijn acties zal bekopen met zijn leven. Martin Luther King: een mens, met een vrouw, twee kinderen, een man van vlees en bloed. We kunnen zijn jarenlange niet aflatende moed niet genoeg overschatten.

De onrust gaat niet voorbij. Op 7 maart 1965 houdt Martin Luther King onder legerbegeleiding een vreedzame voettocht van Selma naar Montgomery in Alabama, een traject van 75 kilometer. De politie vuurt traangas af die zondag. Bloody Sunday. De politie slaat met knuppels op de vreedzame demonstranten in. Het drama vindt plaats op de Edmund Pettusbrug in Selma. Ik loop daar ook, in mei 2017. De geschiedenis verzwelgt me. Een banale brug met een zo dramatische geschiedenis. 

Nog in 1965 wordt de burgerrechtenbeweging van King beloond met de Voting Rights Act. Vanaf 6 augustus van dat jaar krijgen zwarte Amerikanen eindelijk stemrecht. 100 jaar na het einde van de Burgeroorlog en de afschaffing van de slavernij.

Het presidentschap van Obama doet de rassenhaat zelfs weer opflakkeren

De moord op dominee Martin Luther King zindert 50 jaar later nog altijd na. Eigenlijk is Amerika nog altijd aan het genezen van die wonde. De kwalen van toen zijn er nog steeds. Rassenongelijkheid is er nog steeds. Economische ongelijkheid is groter dan ooit. Soms lijkt er amper iets veranderd. De wereld denkt zelfs dat alles goed is gekomen door de verkiezing van Barack Obama als eerste zwarte president. Wie had dat 50 jaar geleden durven denken?

Eigenlijk niemand durfde te dromen van een zwarte president. Helaas moet die eerste zwarte president lijdzaam en ongemakkelijk toekijken hoe de onrechtvaardigheid voor zwart Amerika blijft voortbestaan. Te veel zwarte mannen en vrouwen, jongens en meisjes blijven opgesloten in de gevangenis. Het presidentschap van Obama doet de rassenhaat zelfs weer opflakkeren. Weet u nog hoe de dood van de zwarte verdachte Michael Brown in de zomer van 2014 het stadje Ferguson in Missouri in vuur en vlam zet? Weet u nog hoe Freddie Gray in 2015 in Baltimore door de politie brutaal is omgebracht?

Racisme vermomd als kapitalisme

Elke dag zie ik in mijn eigenste buurt in New York de segregatie, de zwarte concentratiescholen, de exclusief zwarte buurten. De armoede komt me tegemoet gesneld als ik wandel van Clinton Hill naar Bed-Stuy in Brooklyn. Ik zie de zwarte bewoners weggeduwd worden door een vastgoedpolitiek die alleen nog dure flats bouwt en arme buurten omturnt tot hippe woonkwartieren. De zwarte schrijver Ta-Ne-hesi Coates noemt dat: racisme vermomd als kapitalisme. Stadsplanners noemen het gentrificatie, het opknappen van buurten. Rassenongelijkheid? It ain’t over! 

In de plaats van M.L. King komt het protest van Black Lives Matter. Het grote verschil: geen inspirerende figuur, geen leider zoals King. Geen directe onderhandelingspartner voor de gestelde lichamen van de VS. In de tumultueuze jaren 60 van de vorige eeuw herdefinieert King de politieke verbeelding en de collectieve moraal van Amerika. In zijn brief uit de gevangenis van Birmingham, Alabama, in april 1963 schrijft King dat rassengelijkheid één van de basispijlers zou moeten zijn van elke democratie.

Armoe is toen - en is nu - de wortel van het probleem

Net voor zijn dood wordt King radicaler en harder, nog strijdlustiger. Hij weet dat hij zal worden vermoord en daarom houdt hij zich niet langer in. Hij beseft dat Amerika niet af is zonder méér hervormingen. Het geklungel in de marge moet stoppen, vindt hij. Vijftig jaar later is Amerika nog altijd niet ingrijpend hervormd. King trekt hard van leer tegen de Vietnamoorlog, volgens hem net als rassendiscriminatie een vorm van kolonisatie.

King weet zeer goed dat de strijd voor gelijkberechtiging ook een oorlog is tegen armoede. De frustratie over economische en sociale ongelijkheid duurt nog altijd voort. Armoede, discriminatie en werkloosheid blijven etteren. De aloude patronen zijn niet uitgeroeid. Economische achterstand gaat hand in hand met maatschappelijke onrust. Armoe is toen - en is nu - de wortel van het probleem. Zoals Martin Luter King schrijft: "I worked to get these people the right to eat hamburgers, and now I’ve got to do something to help them get the money to buy them."

Handelt moordenaar alleen of in opdracht?

De vermeende moordenaar van King – James Earl Ray – sterft twintig jaar geleden in de gevangenis. Al die tijd blijft er twijfel hangen rond zijn schuld. Heeft hij geschoten? Handelt hij alleen, of in opdracht? Van het Lorrainemotel is vandaag enkel nog de voorgevel over, met het balkon waarop de moord gebeurde. Voor de deur staan nog de Fords en de Cadillacs uit 1968. Achter de gevel ligt nu het National Civil Rights Museum. Een indrukwekkende plek.

Heel opvallend, toen ik er was - in mei 2015 - zag ik vooral zwarte museumbezoekers, op zoek wellicht naar de zwarte bladzijden uit hun geschiedenis. Verplichte kost, dit museum, voor elke Amerikatoerist. Je vindt er ook een replica van de bus waarin Rosa Parks geschiedenis schreef. Er hangen gewaden en puntmutsen van de Ku Klux Klan, gruwelijke foto’s van lynchpartijen. De asbak van King staat er ook nog. De laatste peuken voor ze hem doodschieten. 

In zijn laatste jaar sluit King in zijn strijd tegen armoe en ongelijkheid een verbond met een bonte coalitie van sociale activisten, boeren, landarbeiders, Indianen en zelfs arme blanken. De "Poor People’s Campaign" maakt in de lente van 1968 een stop in Memphis, om steun te bieden aan de 1.000 zwarte schoonmakers en vuilnisophalers die smeken om een fatsoenlijk en leefbaar uurloon. In zijn laatste toespraak, op 3 april 1968, gaat King nog een laatste keer tekeer tegen politiek onrecht en economisch kwaad. Hij bestempelt militarisme, racisme en materialisme als de grootste bedreigingen voor de mensheid.

Zwarte demonstranten beschouwen de moord op King als het smakeloze einde van de geweldloze strijd

125 Amerikaanse steden exploderen na zijn dood. Een spiraal van geweld breekt uit. In Washington moet president Lyndon Johnson 4.000 troepen mobiliseren om het Witte Huis te beschermen tegen relschoppers. 70.000 soldaten in wel 29 staten moeten het geweld op straat proberen te bedwingen. 500 meter voorbij waar ik woon in Brooklyn, wordt op Washington Avenue een honderden meters lange menselijke ketting gevormd tijdens een wake na de moord op King. Veel zwarte demonstranten beschouwen de moord op King als het smakeloze einde van de geweldloze strijd.

1968, uiterst woelig en dodelijk jaar

De dood van King lokt niet alleen geweld uit. De natie rouwt, er is in de eerste plaats heel veel verdriet. 100 miljoen Amerikanen kijken op de televisie naar zijn begrafenis. President Johnson woont de begrafenis niet bij, maar kondigt wel een dag van nationale rouw af. Overal hangen de Amerikaanse vlaggen halfstok. Jacqueline Kennedy-Onassis woont de begrafenisplechtigheid bij, net als vicepresident Hubert Humphrey, en Republikeins presidentskandidaat Richard Nixon. Democratisch presidentskandidaat Robert Kennedy is er ook. Hij zou nog geen twee maanden later zelf worden vermoord. 1968 is een uiterst woelig en zeer dodelijk jaar.

Fast forward naar 2018. Amerika heeft zijn witste president ooit. Donald Trump is blank tot in zijn kern. In Trump zien blanke suprematiedenkers zichzelf. Blanke nationalisten marcheren in universiteitsstadjes zoals Charlottesville, Virginia, en dragen toortsen als een soort eresaluut aan de racistische Ku Klux Klan. Is er eigenlijk wel iets veranderd in een halve  eeuw? De droom van King is niet uitgekomen. Er is alleen Martin Luther King Day, elke derde maandag van januari.

Wie kan zich Amerika voorstellen zonder zwarten?

Ja, de levens van zwarte Amerikanen zijn beter dan een halve eeuw geleden. Er staan geen borden meer voor de huizen (Whites Only). De armoede bij Afro-Amerikanen is gedaald. Er zijn minder tienerzwangerschappen dan vroeger. Maar de inkomenskloof met de blanken, die is nog groter geworden sinds de financiële crisis van 2008. 

Wie kan zich Amerika nog voorstellen zonder zwarten? Ik leef in de stad waar op de dertigste straat in Manhattan de beste jazzplaat ooit is opgenomen. Kind of Blue van Miles Davis en vrienden. Ik leef in de stad waar hiphop is uitgevonden, in de Bronx. Ik leef in de stad waar Louis Armstrong dertig jaar lang in Queens een simpel leven leidde. Ik leef in een buurt waar ongeveer de helft zwart is. Waar Jay-Z opgroeide en Biggie Smalls. Bijna alle publieke scholen in mijn wijk zijn helemaal zwart. Blanke kinderen gaan naar de privéschool. Segregatie bestaat nog altijd. Gescheiden werelden.

Vastgoedontwikkelaars – in hun niet aflatende zoektocht naar dure en winstgevende panden – hebben het ideaal van rassenintegratie wreed verstoord 

Na de moord op King triomfeert Richard Nixon met de retoriek van orde en wet. Hij wordt president in november 1968. De gevangenisbevolking - met vooral zwarte inmates - schiet in de jaren daarna de hoogte in van 600.000 naar 2 miljoen! Vijftig jaar later wint Trump met een gelijkaardige verkiezingsretoriek: zondebok-denken, de klemtoon op "law and order", en anti-immigratiestandpunten. Blank Amerika eerst.

De erfenis van Martin Luther King voor de Amerikaanse democratie is zeer gemengd. De moord op King brengt de goedkeuring van de "Fair Housing Act" in een stroomversnelling. Bij het verkopen en verhuren van een huis is discriminatie voortaan bij wet verboden. Banken moeten voortaan ook leningen toekennen aan zwarte huiseigenaren-in-spe (voorheen weigeren ze dat in gebieden waar vooral blanken wonen, om de buurten niet in waarde te doen dalen). De "Fair Housing Act" is een eerbetoon aan het werk van King.

Tegelijk moeten we ons geen illusies maken. Rassenscheiding in huisvesting en scholen is na de dood van King nog toegenomen. Ik was recent nog op reportage in Baltimore: de toestand is redelijk schrijnend. Vastgoedontwikkelaars – in hun niet aflatende zoektocht naar dure en winstgevende panden – hebben het ideaal van rassenintegratie wreed verstoord. De getto’s bestaan nog altijd. Het verknippen van kiesdistricten heeft de electorale macht van de zwarte minderheid zwaar gecorrumpeerd. Miljarden dollars voor armoedebestrijding en sociale programma’s en openbaar vervoer zijn weggesaneerd. Raad eens wie daar het grootste slachtoffer van is?

King sterft in motel niet in Hilton Hotel

King heeft zijn stempel gedrukt op de wereld en het denken van de wereld. Zijn moed, zijn doorzettingsvermogen, en zijn onverzettelijkheid inspireerden sociale en politieke activisten in de hele wereld. King drukte Amerika met de neus op zijn tekortkomingen. Hij liet Amerika tegelijk geloven dat het zichzelf kan veranderen door grote zelfopoffering, politieke strijd en morele moed. Laten we ook niet vergeten dat Martin Luther King het leven laat op het balkon van een motel, niet in een koninklijke suite van het Hilton Hotel. Hij sterft aan de zijde van de vuilnismannen en de alleenstaande moeders van Memphis.

Dat zinnetje van King, met die onsterfelijke tremolostem van hem, zindert voor altijd na: "We will be able to work together, to pray together, to go to jail together, to stand up for freedom together, knowing that we will be free one day…"

De droom van Martin Luther King duurt voort. De slapeloosheid van zwart Amerika is nog lang niet voorbij.