Video player inladen ...

Museumdirecteur MSK Gent Catherine de Zegher moet tijdelijk stap opzijzetten

Catherine de Zegher wordt tijdelijk geschorst als directeur van het Museum voor Schone Kunsten van Gent. Een definitieve beslissing komt er pas na de uitslag van een onafhankelijk onderzoek. Dat moet oordelen of het museum correct gehandeld heeft bij de bruikleen van de omstreden Russische avantgardewerken uit de Toporovski-collectie.  

De raad van bestuur van het Autonoom Gemeentebedrijf Kunst en Design, onder meer bevoegd voor het MSK Gent,  verzoekt het Gentse stadsbestuur om de aanstelling van museumdirecteur Catherine de Zegher tijdelijk op te schorten. Een definitieve beslissing over haar aanblijven zal er pas komen na een onafhankelijk onderzoek naar de gang van zaken bij de bruikleen van een collectie Russische avantgardekunst.

Catherine de Zegher kwam in opspraak toen ze de werken tentoonstelde in het museum, nadat de krant De Standaard aan het licht had gebracht dat werken uit de collectie van het echtpaar Toporovski mogelijk vervalsingen waren. Diverse kunstkenners hadden vragen bij de herkomst en de echtheid van de werken.

Op initiatief van Vlaams minister van Cultuur Sven Gatz (Open VLD) werd een expertencommissie samengesteld die zich over de echtheid van de werken moest uitspreken. Maar die stapte al na één dag op, nadat de stad Gent, het museum en de familie Toporovski bijkomende voorwaarden voor dat onderzoek hadden geëist. 

Eerder deze week besloot de stad Gent een onafhankelijk onderzoek te laten uitvoeren om na te gaan of het museum bij de bruikleen van de werken wel alle regels zorgvuldig in acht had genomen. 

Museumdirecteur Catherine de Zegher bleef erbij dat ze correct gehandeld had, en daarbij het advies had ingewonnen van de internationale kunstexperts Magdalena Dabrowski en Noemi Smolik. Die ontkenden meteen dat dat gebeurd zou zijn.

Daarop eiste Siegfried Bracke (N-VA) als voorzitter van de cultuurcommissie van de stad Gent dat De Zegher de documenten aan het stadsbestuur zou overmaken die bewijzen dat Dabrowski en Smolik aan het vooronderzoek hebben meegewerkt.