Video player inladen ...

Renaud Hardy: "Wat een ravage, ik begrijp met wat voor leegte de nabestaanden moeten leven"

Op het assisenproces in Tongeren tegen Renaud Hardy heeft Hardy zelf het laatste woord gekregen. De jury ging daarna in beraad, om te beslissen of hij schuldig is en toerekeningsvatbaar. 

Renaud Hardy begint meteen te snikken als hij het woord krijgt. "Wat een ravage", zegt hij. "Ik heb begrip voor alle slachtoffers en nabestaanden. Ik kan perfect begrijpen met welke leegte jullie elke dag, elk uur, elke minuut moeten leven."

Maar Hardy wil er wel op wijzen dat hij de feiten pleegde door de medicatie die hij nam tegen de ziekte van Parkinson waaraan hij lijdt. "Ik wil me verontschuldigen dat ik van links naar rechts ga door dopamine", zegt hij. "Het is de cocktail van de medicatie en cocaïne waarom ik door mijn dak ben gegaan. Vroeger had ik dat niet."  En, voegt hij nog toe: "Ik wil niet terug naar de gevangenis".

Daarnaast benadrukte Hardy nog dat hij de slachtoffers en nabestaanden uitgebreid gaat vergoeden. "Ik heb al 135.000 euro vrijgemaakt voor hen", zegt hij.

Luisteren naar Renaud Hardy was niet gemakkelijk voor de slachtoffers en nabestaanden. De kleindochter van Maria Walschaerts, die door Hardy is vermoord, stormde weg uit de zittingszaal tijdens Hardy's laatste woord. Ze gooide de deur hard dicht.

Discussie over toerekeningsvatbaarheid

Het proces in Tongeren duurt nu al drie weken. Renaud Hardy staat terecht voor twee moorden en verkrachtingen, en twee moordpogingen. Meer dan 80 getuigen zijn aan het woord gekomen. De advocaten van de burgerlijke partijen hebben hun visie op de zaak gepleit, en ook de openbare aanklager hield haar eindpleidooi over de schuld.

De grootste discussie op dit proces gaat over de toerekeningsvatbaarheid. Gisteren vroeg de advocaat van Renaud Hardy, Frederic Thiebaut, om Hardy te interneren. Hij baseert zich op de stelling van neuroloog Chris Van der Linden en psychiater Chris Dillen. Volgens hen begon Hardy pas te moorden nadat hij medicatie was beginnen te nemen voor de ziekte van Parkinson. Daardoor ontstond bij hem een impulscontrolestoornis. En dat maakt hem ontoerekeningsvatbaar, aldus de beide dokters.

De openbare aanklager en de advocaten van de burgerlijke partijen zijn het hier mee oneens. Volgens hen wist Hardy wel degelijk wat hij deed, en had hij zijn impulsen wél onder controle. Geïnterneerden komen meestal ook sneller vrij dan een gewone gevangene, zo argumenteerden de advocaten. Bovendien zou het volgens hen ook een zware belasting zijn voor de slachtoffers en nabestaanden.