© Gregory Johnston - creative.belgaimage.be

Vrouwen (en mannen) met twee kinderen werken het vaakst

Van alle vrouwen tussen 25 en 49 is de groep met twee kinderen het actiefst op de arbeidsmarkt. Bij vrouwen met drie kinderen of meer neemt de tewerkstelling een scherpe duik. Naar aanleiding van Internationale Vrouwendag (op 8 maart) nam Statbel, het Belgische statistiekbureau, de cijfers onder de loep van de werkgelegenheid van vrouwen met en zonder kinderen. En van de mannen in dezelfde situatie.

Statbel vergeleek cijfers van nu met die van 1986, dertig jaar geleden dus, en de eerste vaststelling is natuurlijk: het aantal vrouwen op de arbeidsmarkt, met én zonder kinderen, is heel fors toegenomen. In 1986 was bijna 53% van de vrouwen tussen 25 en 49 aan het werk, in 2016 was dat ruim 75%.

Piek bij twee kinderen

Ook opvallend: bij de vrouwen met twee kinderen is nu 79% aan het werk, tegenover 77,5% bij de vrouwen zonder kinderen. (En 76,5% bij vrouwen met één kind.) De vrouwen met twee kinderen scoren het hoogst qua arbeidsmarktparticipatie. Vanaf drie kinderen gaat het steil bergaf: in die groep werkt iets minder dan 57%.

Bij de mannen zit de piek ook bij de groep met twee kinderen. Daar werkt 93%. Dat is meer dan bij de mannen zonder kinderen (78% aan het werk) of met één kind (88%). Bij de mannen met drie kinderen of meer werkt 84%. Ook bij de mannen is er dus een forse daling tegenover de groep met twee kinderen maar die daling is een stuk kleiner dan bij de vrouwen.

Man/vrouw: het kleine verschil met de grote gevolgen

Arbeidsmarktdeskundige Stijn Baert van de UGent ziet verschillende  verklaringen voor de correlaties tussen kinderen en arbeidsmarktparticipatie. "Vooreerst is er het directe effect van ouderschap op tewerkstelling. Voor mannen is dat vooral positief. Het vaderschap spoort met stabiliteit en dat is iets wat werkgevers graag zien", zegt hij.

Voor vrouwen daarentegen gelden eerder negatieve aspecten. Zo is er de houding van de werkgevers. Stijn Baert: "Zij aarzelen om vrouwen aan te nemen van wie ze denken dat ze (snel) zwanger zullen worden. Die kans is groter bij vrouwen met (g)een kind dan bij vrouwen met twee kinderen. Maar er kan ook (deels) een omgekeerde oorzakelijkheid zijn: dat vrouwen maar aan een tweede kind beginnen als ze werkzekerheid hebben."

De prijs voor het ouderschap

Een tweede negatieve aspect is dat het opnemen van zorgtaken het grootst is wanneer men veel kinderen heeft.  En die zorgtaken komen nog altijd het meest bij vrouwen terecht. Vandaar de steile daling bij vrouwen met drie kinderen en meer. "Alleen vrouwen betalen een prijs voor het ouderschap terwijl de hele maatschappij, en dus ook de mannen, er de vruchten van plukken", aldus nog Stijn Baert.

Zeker in tijden van vergrijzing zien we het belang van kinderen. "Zonder nieuw bloed kan onze economie geen vooruitgang meer boeken", betoogt Stijn Baert. "Het feit dat vrouwen op de arbeidsmarkt een straf betalen voor het moederschap, zou door het beleid kunnen aangegrepen worden om hervormingen te doen die leiden tot een gelijker verdeling van lusten en lasten."

De rol van etniciteit

De lagere activiteitsgraad bij ouders met drie of meer kinderen, die bij de mannen ook te zien is maar minder uitgesproken, kan deels ook te maken hebben met andere factoren. "Gezinnen met een migratie-achtergrond hebben vaker dan autochtone gezinnen drie of meer kinderen en doen het gemiddeld minder goed op de arbeidsmarkt. Die correlatie speelt wellicht ook", zegt Stijn Baert.