De miskende rol van de vrouwen in de Eerste Wereldoorlog

Nooit eerder veranderde de rol van vrouwen zo snel als tijdens de Eerste Wereldoorlog. Omdat de mannen massaal naar het front trokken, verschenen vrouwen in rollen en jobs die ze nooit eerder hadden uitgeoefend. Een terugblik op Internationale Vrouwendag.

Vechten was in de Eerste Wereldoorlog een (weinig begerenswaardig) voorrecht voor mannen. Alleen mannen konden zich voor militaire dienst melden. De enige uitzondering was Rusland in 1917, toen er in de revolutionaire sfeer na de val van de tsaar vrouwenbataljons werden gevormd. Enkele duizenden vrouwen meldden zich vrijwillig. Ze waren precies zo gekleed en uitgerust als mannen en hadden hun haar afgeschoren.  

Voor het overige was het leger een mannenzaak. Zelfs voor niet-strijdende jobs. Alleen de Britten hadden een korps van vrouwelijke vrijwilligers opgericht, die een uniform droegen en aan een militaire discipline waren onderworpen, hoewel ze zelf geen militairen waren. Ze werkten in legerkeukens en kantines, in kantoren en magazijnen, soms zelf in garages, taken die in andere legers door mannen werden uitgeoefend.

Schrijnwerksters aan de slag voor het Britse leger in de omgeving van Calais © IWM (Q 6760)

De belangrijkste groep vrouwen in het frontgebied waren uiteraard de verpleegsters. Dat waren altijd vrijwilligsters, meestal uit de betere klassen, die daarvoor een opleiding hadden gekregen. Hun hulp aan de gewonde militairen was uiteraard ontzettend belangrijk. Daarnaast waren er ook vrouwen die werkten in hospitalen of revalidatiecentra achter het front, die invaliden begeleidden en dergelijke.

Verpleegsters en militairen in een Frans veldhospitaal ( Collectie Agence Rol, BnF Gallica)

Ook op het thuisfront hebben vrouwen zich massaal ingespannen. Miljoenen mannen waren onder de wapens en iemand moest hun werk overnemen. Dat gold in de eerste plaats voor de landbouw. Er waren toen veel meer landbouwers dan nu. Hun vertrek naar het leger dreigde de oogsten te doen mislukken. Op veel boerderijen moest de boerin – al dan niet geholpen door kinderen – het zware werk doen. Ook in gezinnen die een winkel of een ander klein bedrijfje hielden, stond de vrouw er alleen voor.

Vrouwen van de Britse Land Army steken hooi in een machine om balen te maken © IWM (Q 30685)

Vrouwen werden ook meer aangeworven voor banen die tot dan toe voor mannen waren voorbehouden. Zo verschenen er vrouwelijke tramontvangers, buschauffeurs en postbodes. In Engeland verschenen er zelfs politieagentes, in Frankrijk veldwachtsters. Maar ook in meer technische beroepen, zoals elektricien of automechanieker.

Britse vrouwen krijgen een opleiding als tramconducteur (Collectie Agence Rol, Bnf Gallica)

Toen de oorlogvoerende landen hun oorlogsproductie opvoerden, werden er massaal vrouwen aangeworven in fabrieken die wapens en munitie maakten. Het was eentonig, onaangenaam en vaak ook gevaarlijk en ongezond werk. Arbeidsters die in Britse munitiefabrieken met de gevaarlijke springstof TNT werkten, kregen de bijnaam "kanaries", omdat hun huid geel werd in contact met het giftige TNT. Honderden van hen stierven eraan.

Het is niet zo – zoals soms wordt beweerd – dat er voor de Eerste Wereldoorlog geen vrouwen in fabrieken werkten, maar hun aantal nam sterk toe.

Links, vrouwen werken aan de seininstallatie in het Parijse Noordstation. Volgens het Franse tijdschrift Le Miroir "gaat het feminisme er elke dag op vooruit" (3 juni 1917). Rechts, vrouw aan het werk in een Franse wapenfabriek.

Ondanks de enorme bijdrage die vrouwen zo aan de oorlogsindustrie leverden, werden ze niet gelijk behandeld als mannen. Meestal lagen hun lonen een stuk lager.  In Engeland zijn er heuse stakingen van vrouwen geweest waarbij gelijk loon voor gelijk werk de hoofdeis was.

De verandering was ook vaak niet blijvend. Na de oorlog werden vrouwen opnieuw geweerd (soms zonder meer ontslagen) uit de jobs die ze tijdens de oorlog hadden ingenomen. De overheid (en vaak ook de vakbonden!) wilde liefst geen werkloosheid voor de miljoenen mannen die het leger verlieten.

Kasseilegsters aan het werk in een Franse stad (Collectie Agence Rol, Bnf Gallica)

Het einde van de oorlog was dus voor de vrouw niet altijd een zegen. Ook al omdat veel echtgenoten die van de oorlog terugkeerden (als ze al terugkeerden…), invalide waren of psychische stoornissen vertoonden, of zich na vier jaar loopgraven niet meer aan het gezinsleven konden aanpassen.

Toch veranderde de oorlog iets. De vrouwen braken definitief door in bepaalde beroepen, vooral in de dienstensector (bankbedienden, typistes, receptionistes…). Vooral vrouwen uit de stedelijke middenklasse profiteerden daarvan. Dat ging ook gepaard met uiterlijke veranderingen: die vrouwen droegen geen korset meer, hadden korter haar en kortere rokken. Ze reden auto, rookten sigaretten en dansten de charleston. 

Aan het werk op een Britse scheepswerf (Collectie Bain, Library of Congress)
Links, vrouw aan het werk in een gasfabriek in Londen; de vrouw rechts heeft het werk van haar man, schoorsteenvegen, overgenomen nadat hij naar het front is vertrokken (IWM, Q 27997 en Q 30762)
De eerste vrouwelijke postbodes in het Parijse 10e arrondissement, juni 1917 (Collectie Agence Rol, BnF Gallica)
Brandweervrouwen slapen in een brandweerkazerne in Londen ( Collectie Agence Rol, BnF Gallica)
Groep Franse chauffeurs ( Collectie Agence Rol, BnF Gallica)
Vrouwen leveren steenkool in de Schotse stad Edinburgh ( Collectie Agence Rol, BnF Gallica)
Vrouwen aan het werk in een kuiperij in Bordeaux ( Collectie Agence Rol, BnF Gallica)
Deze twee vrouwen, links een Britse, rechts een Franse, zijn allebei aan het werk als openbare omroepster in hun gemeenschap (IWM, Q 31027 en BnF Gallica)

Meest gelezen