Een 16e-eeuwse voorstelling van de delen van de hersenen: de fantasie (b) en de verbeelding (d) liggen naast elkaar, erachter ligt het geheugen (e).

Mannelijke of vrouwelijke hersenen komen zo zelden voor dat ze "abnormaal" zijn

Waarschijnlijk zijn er weinig onderwerpen waarover zo veel hardnekkige mythes de ronde doen, als over de verschillen tussen de hersenen van mannen en vrouwen. Mannen komen immers van Mars en vrouwen van Venus, en ze hebben verschillende hersenen, die maken dat ze meer of minder emotioneel zijn, beter of minder geschikt zijn voor bepaalde taken. Het probleem daarmee is dat het niet echt waar is, en dat de wetenschap zowat al de mythes ontkracht heeft. De meeste mensen hebben een "mozaïekbrein", met mannelijke stukjes en vrouwelijke stukjes. Slechts zo'n 3 procent heeft een uitgesproken mannelijk of vrouwelijk brein. 

Ongetwijfeld kent u de verhalen: mannen hebben een beter ruimtelijk inzicht en kunnen dus beter dan vrouwen een driedimensionale vaatmachine inladen. Maar ze doen het niet zo vaak, want van nature zijn ze niet zo erg verzorgend ingesteld. Vrouwen laden daarentegen zowat elke dag de vaat in de machine, en doen dat onhandig, maar tegelijkertijd kunnen ze nog hardop Spaans leren, en hun 3-jarige dochter troosten. Want vrouwen kunnen nu eenmaal goed multitasken, ze praten graag en veel, en zorgen voor anderen zit hen in het bloed.  

Vrouwen zijn ook emotioneler, mannen logischer, en dat ligt aan hun respectievelijke "roze" of "blauwe" hersenen. De Amerikaanse professor psychologie Christia Spears Brown, die zich gespecialiseerd heeft in het voortbestaan en de impact van gender-stereotypen, heeft de belangrijkste clichés en mythes echter getoetst aan de laatste wetenschappelijke bevindingen, en er blijkt niet veel van te kloppen. 

Een fMRI-scan van de hersenen waarbij men de gebieden ziet die oplichten, en dus actief zijn, als de proefpersonen reageren op gelaatsuitdrukkingen (bovenaan), en op woorden (onderaan). (Illustratie: S. Ovaysikia, K. A. Tahir, J. L. Chan and J. F. X. DeSouza)

Kern van waarheid

Honderden jaren geleden legden mensen de schuld voor de geestelijke verschillen tussen mannen en vrouwen bij de vrouwelijke voortplantingsorganen. Daar lag de oorzaak van aandoeningen als hysterie, en blijkbaar was het moeilijk, zo niet onmogelijk, om logisch te denken met bloed in je baarmoeder. 

Nu zijn we echter geëvolueerd, en dankzij de vooruitgang in de neurowetenschappen zijn de antwoorden die nu gegeven worden veel gesofisticeerder. Mannen en vrouwen zijn verschillend omdat ze verschillende hersenen hebben, zo klinkt het nu.

Dat lezen we in artikels met pakkende titels, en zien we in nieuwsitems die fel oplichtende hersenscans tonen, om de genderverschillen te verklaren aan de hand van "wetenschappelijk bewijs". Roze hersenen en blauwe hersenen doen het goed in een wereld waar verschillende generaties na elkaar te horen hebben gekregen dat mannen nu eenmaal van Mars komen, en vrouwen van Venus.  

Het probleem met die roze en blauwe hersenen is dat het niet echt waar is. Maar het idee blijft hardnekkig hangen omdat er net genoeg kleine kernen van waarheid in zitten om het echte beeld te vertroebelen. 

Het verschil tussen het gewicht van de hersenen van mannen en vrouwen op verschillende leeftijden. De hersenen van mannen zijn zwaarder - en groter -, net als mannen zelf.

Multitasken

Uiteraard zijn er enkele verschillen tussen de hersenen van mannen en vrouwen. De hersenen van mannen zijn zo'n 10 procent groter dan die van vrouwen, wat ook ongeveer het verschil is in lengte en gewicht, en dus niet zo vreemd. Vrouwen compenseren echter hun kleinere hersenen door het feit dat hun hersenen meer gerimpeld zijn, waardoor ze een grotere oppervlakte hebben dan wanneer ze gladder zouden zijn. Daardoor hebben vrouwelijke hersenen meer grijze hersenstof, in verhouding met de witte hersenstof, dan mannen. Dat laat hen dus in essentie toe meer van wat belangrijk is - de grijze stof die het grootste deel van de zenuwcellen bevat - in een kleinere ruimte te proppen. 

Ook is het onmiskenbaar dat er belangrijke verschillen bestaan tussen de seksen op het gebied van geestelijke gezondheid, neuropsychiatrische aandoeningen en leerstoornissen, verschillen die duidelijk een neurobiologische basis hebben. 

Maar de meeste van de verschillen die hardnekkig de ronde blijven doen in de volksmond, zijn klaar en duidelijk weerlegd in de wetenschappelijke literatuur. Een klassiek voorbeeld is het idee dat het vrouwelijke brein een grotere hersenbalk of corpus callosum heeft - het deel van de hersenen dat een verbinding vormt tussen de twee hersenhelften -, en dat het vrouwelijk brein dus minder strikt gescheiden is in twee helften. Dat idee kent veel bijval sinds een studie uit 1982 opgepikt werd door de populaire media.

En dat is vertaald en geëxtrapoleerd naar het populaire idee dat vrouwen beter hun beide hersenhelften tegelijk kunnen gebruiken, en dus beter kunnen multitasken, twee of meerdere dingen tegelijk kunnen uitvoeren.

Het probleem is dat de eerdere zogenaamde bevindingen van de kleine studie uit '82, intussen al volkomen weerlegd zijn door verschillende onafhankelijke meta-analyses - grote studies die alle beschikbare studies over het onderwerp analyseren. Een van de auteurs van een dergelijke meta-studie noemde het idee zelfs onomwonden een "mythe".  Die grote studies zijn wetenschappelijk meer betrouwbaar en geldig dan de eerste studie, maar veel minder "sexy", en ze hebben dus geen aandacht gekregen in de populaire media.  

Zijaanzicht van de rechterhersenhelft met de hersenbalk of corpus callosum (Illustratie: Gray's Anatomy).

Mozaïekhersenen

Het meest overtuigende bewijsmateriaal over genderverschillen in de hersenen is veel te ingewikkeld voor een korte soundbyte in het nieuws, maar het is veel zinniger dan het idee dat we verschillende hersenen zouden hebben. 

De neurologe Daphna Joel en haar team hebben de hersenen onderzocht van 1.400 mensen - heel wat meer dan de gemiddelde studie met hersenscans van levende proefkonijnen, die meestal zo'n 10 mannen en 10 vrouwen omvatten. Het team stelde herhaaldelijk vast dat sommige individuele, kleine deeltjes van de hersenen inderdaad patronen vertonen die meer typisch zijn voor mannen, of meer typisch voor vrouwen, hoewel miljoenen andere deeltjes geen verschillen vertonen. 

Als men echter naar al de deeltjes samen kijkt, in plaats van naar een enkele momentopname, dan blijkt dat slechts zo'n 3 procent van de mensen een brein heeft dat volledig "mannelijk" of "vrouwelijk" is. Het is met andere woorden zo extreem zeldzaam om een volledig roze of blauw brein te vinden, dat het abnormaal mag genoemd worden. De overige 97 procent van de mensen hebben hersenen die een mozaïek zijn van blauwe en roze deeltjes. We hebben bijna allemaal kenmerken die algemeen voorkomen bij mannen,  en kenmerken die algemeen voorkomen bij vrouwen. 

Zelfs neurologen kunnen niet zeggen of een bepaald brein aan een man of een vrouw toebehoort. 

Het mozaïek-idee komt ook tegemoet aan het gezond verstand. We weten dat we allemaal individuen zijn die gevormd zijn door unieke ervaringen. En het zijn die ervaringen, die de structuren en verbindingen in onze zeer complexe hersenen vorm geven. Ook identieke tweelingen hebben verschillende structuren en verbindingen in hun hersenen, omdat ze hun eigen unieke ervaringen beleefd hebben en beleven. 

Zelfs het aantal zenuwcellen in de hersenen verschilt flink. Een gemiddeld brein heeft zo'n 86 miljard hersencellen, maar individuele mensen hebben er gemiddeld zo'n 8 miljard meer of minder.  We zijn allemaal onze eigen, idiosyncratische mozaïek, in ons gedrag, onze bekwaamheden en onze hersenen. 

De hersenen van - van links naar rechts-  een mens, een neushoorn en een dolfijn (foto: Escaladix/Wikimedia Common).

Culturele verschillen

Waarom blijft de mythe van het roze en het blauwe brein dan toch zo springlevend in ons collectief bewustzijn? Eén reden is dat mannen en vrouwen vaak inderdaad verschillende interesses hebben, en zich verschillend gedragen. Dat komt voornamelijk omdat ze uit verschillende culturen komen: in de cultuur waarin meisjes opgevoed worden, wordt het uiten van emoties aangemoedigd, de jongetjes krijgen te horen dat "jongens niet huilen en niet flauw moeten doen". 

Wie veel gereisd heeft, of zich op andere manieren in vreemde culturen verdiept heeft, kent het belang van de culturele beïnvloeding van mensen. Die culturele verschillen schrijven we niet toe aan neurologische oorzaken, bij verschillen tussen de geslachten doen we dat wel.

Een andere reden waarom de mythe zo koppig standhoudt, is dat we graag voorbeelden onthouden die stroken met ons genderverhaal. We zijn beter in het onthouden van informatie, als ze onze theorie ondersteunt dat mannen en vrouwen zo verschillend zijn. We negeren alle mannen die huilen, die makkelijk kunnen multitasken, of die waardeloos zijn in wiskunde of het in elkaar zetten van een Ikea-kastje. Op die manier kunnen we een eenvoudig en consistent beeld in onze hersenen behouden. 

Onderzoek door gedragspsychologen in studies met meer dan 1 miljoen mensen, heeft aangetoond dat de verschillen tussen individuen onderling veel groter zijn, dan welk verschil dan ook op het groepsniveau tussen de geslachten, en dat geen enkel individu perfect past in het mannelijke of vrouwelijke stereotiepe plaatje.

Uiteindelijk komt het erop neer dat gender een deel van ons is dat niet veel informatie verschaft over wie we zijn. Het bepaalt onze hersenstructuur niet, het bepaalt niet in welke taken of jobs we uitblinken, en het bepaalt niet veel van wie we zijn. Mensen, en ook onze hersenen, zitten veel gecompliceerder in elkaar dan een eenvoudige zwart-witte genderverdeling.