VRT

Eindelijk duidelijk: André Gyselbrecht riskeert 30 jaar cel

Het Grondwettelijk Hof heeft uitgelegd hoe lopende rechtszaken moeten worden afgehandeld, nadat de hervorming van assisen vernietigd is. De regering had het Hof om duidelijkheid gevraagd.

Eind vorig jaar vernietigde het Grondwettelijk Hof de hervorming van assisen die minister van Justitie Geens (CD&V) had doorgevoerd. Die beslissing had zware gevolgen. Vanaf 12 januari kwamen de zwaarste zaken daardoor opnieuw voor het hof van assisen. En de gewone, correctionele, rechtbanken konden ook niet langer straffen uitspreken tot 40 jaar cel, maar slechts tot 20 jaar.

Tegelijk ontstond er onduidelijkheid. Hoe zat het met de processen die al begonnen waren? Of met dossiers waarover al was beslist dat ze voor een correctionele rechtbank zouden komen, terwijl ze eigenlijk ook door een assisenhof behandeld hadden kunnen worden?

Problemen bij verschillende processen

Onder meer in het proces over de kasteelmoord gaf dat problemen. De aanklagers vroegen de maximumstraf van 30 jaar cel voor de hoofdbeklaagde André Gyselbrecht. Maar volgens zijn advocaat klopte dat niet: "Door de beslissing van het Grondwettelijk Hof kan Gyselbrecht nog maximaal 20 jaar krijgen, geen 30."

De situatie leidde ook tot een opmerkelijke uitspraak van het openbaar ministerie in een rechtszaak over een moord in het Antwerpse Merksem. "Door het geknoei van onze wetgever kan ik nu slechts 20 jaar eisen, want sinds de tussenkomst van het Grondwettelijk Hof is dat de maximumstraf", stelde advocaat-generaal Alexandra Van Kelst.

30 jaar voor moord

De regering vroeg daarom meer uitleg aan het Grondwettelijk Hof. Dat moest uitleggen hoe het nu zat met alle zaken die nog volgens de oude - vernietigde - wet behandeld werden. Dat is nu gebeurd. Alle beslissingen die op basis van de oude wet genomen zijn, blijven bestaan. Als een zaak al was doorverwezen naar een gewone rechtbank, dan blijft ze daar dus behandeld worden. En voor de zwaarste misdaden, zoals moord, is 30 jaar de maximumstraf.

Eerder had het College van Procureurs-Generaal al diezelfde interpretatie gemaakt.