Video player inladen ...

Iguanodons van Bernissart stierven door giftig moerasgas

Het dertigtal iguanodons die op het einde van de 19e eeuw in een steenkoolmijn in Bernissart ontdekt zijn, zijn waarschijnlijk vergiftigd door een moerasgas. Dat blijkt onder meer uit het feit dat alle exemplaren volwassen zijn, ook het opvallend kleiner exemplaar dat samen met de andere is gevonden. Dat kleintje blijkt tot een ander geslacht en een andere soort te behoren.  

Sinds de ontdekking van de 125 miljoen jaar oude dinosaurussen tussen 1878 en 1881, is er al veel gespeculeerd over hun dood. 

Louis Dollo, de paleontoloog die de iguanodons bestudeerde in de jaren na de opgraving, dacht dat ze verdronken waren tijdens een overstroming, of het onderspit hadden moeten delven in een gevecht met natuurlijke vijanden.

In de jaren zestig dachten wetenschappers dat droogte hen de das had omgedaan, en ze stuk voor stuk in een moeras waren vast komen te zitten. Of waren ze van een klif gedonderd, zoals een onderzoeker in de jaren zeventig opperde? In de jaren tachtig ging men er dan weer van uit dat ze op een normale manier gestorven waren, en mettertijd in een natuurlijke verzakking – een zogenoemde "cran" – waren gegleden. Dat laatste lijkt deels te kloppen, het eerste niet.

Een iguanodon in het Museum voor Natuurwetenschappen in de moderne reconstructie, op vier poten (foto: Ben2/Wikimedia Commons).

Vergiftigd

In het kader van het "ColdCase-project", de huidige speurtocht naar de doodsoorzaak van de iguanodons, is gebleken dat alle gevonden exemplaren, ook het opvallend kleiner exemplaar, volwassen dieren zijn. En dat is een aanwijzing naar de mogelijke doodsoorzaak.

Op een paleontologische site waar de dieren geleidelijk en "passief" zijn gestorven, vindt men normaal tachtig procent jonge dieren, omdat die het zwakst zijn. Dat er alleen volwassen iguanodons gevonden zijn, wijst er mogelijk op dat ze een relatief vlugge, massale dood gestorven zijn.

De paleontologen vermoeden dat de dieren vergiftigd zijn door een moerasgas: waterstofsulfide (H2S), een zogenoemde silent killer. De kleilagen waarin de iguanodons gevonden zijn, bevatten veel pyriet of ijzerdisulfide (FeS2), dat gevormd wordt door rood ijzeroxide (Fe2O3) en dat giftige gas H2S. H2S is al in heel kleine concentraties giftig.

"Ook de ingespoelde sedimenten in de beenderen bevatten hoge concentraties aan pyriet", zegt paleontoloog Koen Stein. "Bacteriën of algen in het moeras kunnen het giftige gas hebben geproduceerd." Stein is een paleontoloog aan de Vrije Universiteit Brussel die verbonden is aan het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen (KBIN). 

De houding waarin de iguanodons zijn gevonden – op hun zij en met de kop naar achter geslagen – wijst ook in de richting van een vergiftiging.

De skeletten zijn ontdekt in verschillende lagen, dus wellicht zijn de dieren niet allemaal op hetzelfde moment omgekomen, maar in verschillende episodes door dezelfde oorzaak.

Een reconstructie van iguanodons (twee grote exemplaren en een kleintje, midden links) met andere dinosaurussen (Illustratie: ABelov2014/Wikimedia Commons)

Andere soort

In de glazen kooi met iguanodons van Bernissart in het Museum voor Natuurwetenschappen in Brussel staat zoals gezegd één opvallend kleiner exemplaar. In het kader van het ColdCase-project is die "kleinere iguanodon" nu onderzocht, en het blijkt dat het een volwassen exemplaar is dat tot een ander geslacht en soort behoort dan de grotere iguanodons die errond staan.

Dat is gebleken uit een botanalyse van de kleinere dino. "De beenderstructuur is van een volwassen dier", zegt paleontoloog Koen Stein op de website van KBIN. "Volwassen dinosauriërs hebben een andere, minder poreuze beenderstructuur dan jonge exemplaren. En ze hebben ook veel minder bloedvaten dan de jonge “veulens”."

Stein boorde een cilindervormig staal uit de fossiele botten van de "kleinere iguanodon" en de analyse van de inwendige structuur bevestigde dat hij/zij volwassen was. Dat betekent ook dat de kleinere dinosaurus tot een andere soort moet behoren dan de loggere Iguanodon bernissartensis. 

Het skelet van een Mantellisaurus atherfieldensis in het Natural History Museum in Londen (foto: Niki Odolphie/Wikimedia Commons).

Namen genoeg

De Brits-Belgische zoöloog George Boulenger, die de pas ontdekte iguanodons in 1881 kort beschreef, dacht dat het kleinere exemplaar een Iguanodon mantelli was. Een andere denkpiste was dat het een juveniele versie was van Iguanodon bernissartensis. Een jong dier kan in zijn groei naar volwassenheid nog sterk veranderen.

Maar in de jaren tachtig van de vorige eeuw ondernam de Britse paleontoloog David Norman een nieuwe poging om de dieren te determineren. Hij wees de kleinere exemplaren toe aan een andere soort, Iguanodon atherfieldensis.

In 2008 bracht paleontoloog Gregory Paul de kleine dino's van Bernissart dan weer onder in een nieuw geslacht: Dollodon, Dollodon bampingi om precies te zijn. Maar volgens andere onderzoekers is dat hetzelfde als Mantellisaurus atherfieldensis, waarvan er een exemplaar staat in het Natural History Museum van Londen (zie foto hier boven).

In welke groep ("taxon") het dier ook ondergebracht wordt, één ding is nu wel zeker: het is geen Iguanodon bernissartensis.

Uit het archief: In 2007 werden de iguanodons van Bernissart na grondige restauratie opnieuw tentoongesteld in het Museum voor Natuurwetenschappen in Brussel. Herbekijk hieronder de reportage van toen.

Video player inladen ...