Toenadering met Noord-Korea: is het deze keer de goede keer?

Als VS-president Donald Trump en de Noord-Koreaanse leider Kim Jong-un elkaar ontmoeten, zal dat historisch zijn. Toch zijn er risico's verbonden aan die ontmoeting en het is niet de eerste keer dat toenadering in Korea ontspoort.

Gewezen VS-president Jimmy Carter doorbrak in 1994 de impasse bij Kim Il-sung in Noord-Korea.

Na een jaar van rakettesten, kernproeven en schelden ("seniele zot" versus "little rocket man") leek een oorlog in Korea dichtbij, maar in zijn nieuwjaars­toespraak gooide de Noord-Koreaanse leider Kim Jong-un het roer om, toen hij de hand uitstak naar het democratische Zuid-Korea. Daarop mocht Noord-Korea meespelen met atleten, cheerleaders en een hoge delegatie aan de Olympische Winterspelen in Zuid-Korea.  

Een Zuid-Koreaans tegenbezoek heeft nu geleid tot een uitnodiging van Kim Jong-un voor een ontmoeting met president Trump in mei. Dat lijkt verrassend, maar de internationale sancties beginnen het communistische regime in Pyongyang wellicht echt pijn te doen en Kim maakt van de olympische dooi gebruik om zonder gezichtsverlies uit het isolement te komen.

Toevallig is dat zeker niet, eerder het resultaat van een uitgekiende strategie van Noord-Korea om uit de tang van de sancties te ontsnappen of die alleszins losser te maken. Kim weet ook dat de rest van de wereld de uitgestoken hand niet kan weigeren, Zuid-Korea niet, Japan niet en president Trump ook niet, want ook voor hen is er weinig alternatief. Maar als de top met Trump niets oplevert, dreigt opnieuw een misschien nog scherpere confrontatie.

Van "Sunshine" tot Zespartijenoverleg

Vrede is er nooit gesloten tussen Noord- en Zuid-Korea, enkel het bestand van Panmunjom dat in 1953 een einde maakte aan drie jaar oorlog. Ook daarna kwam het geregeld nog tot gevechten.

De eerste dooi in de relaties in Korea kwam na een crisis in 1994 toen de voormalige Amerikaanse president Jimmy Carter als gezant van de zittende president Bill Clinton een bezoek bracht aan de Noord-Koreaanse leider Kim Il-sung. Dat doorbrak de impasse en het gevolg  was een "Agreed Framework" waarbij Noord-Korea zijn nucleair programma stopzette en internationale controles op de kerninstallaties toeliet.

Een tweede stap was de "'Sunshine Policy" van toenadering tot het noorden van de Zuid-Koreaanse president Kim Dae-jung (1998-2003). Die Kim schudde in 2000 in Pyongyang de hand van de toenmalige communistische leider Kim Jong-il. Zuid-Korea maakte van zijn economisch overwicht gebruik om de "arme landgenoten in het noorden" te helpen. Zuid-Koreaanse bedrijven konden toen goedkoop produceren in de economische zone van Kaesong, net ten noorden van de demarcatielijn. Voor dat alles kreeg de Zuid-Koreaanse president Kim Dae-jung in 2000 de Nobelprijs voor de Vrede.

Kim Jong-il ontvangt de Zuid-Koreaanse president Kim Dae-jung in Noord-Korea in 2000

Van zonneschijn naar schaduw over Korea

Kort nadien verzuurden de relaties, toen Noord-Korea bleef werken aan conventionele bewapening zoals raketten en die technologie ook ging uitvoeren, en het wantrouwen in de VS groeide, zeker na 9/11. Omgekeerd vreesde het stalinistische regime in Pyongyang voor een gelijkaardige "regime change" toen de VS dictator Saddam Hoessein in Irak ten val bracht en VS-president George W. Bush Noord-Korea, Iran en Cuba op een hoop gooide in de "as van het kwaad".

Die crisis werd in 2003 een eerste keer bedwongen toen de "Sunshine" een breder kader kreeg in het Zespartijenoverleg met Noord- en Zuid-Korea, maar ook Japan, China, Rusland en de Verenigde Staten. Na een onderbreking liet Noord-Korea toen opnieuw internationale nucleaire controles toe en werd er opnieuw regelmatig gepraat.

Het mocht niet baten. De Noord-Koreaanse ontwikkeling en lancering van raketten en een eerste van een reeks proefexplosies met kernbommen leidden tot westerse sancties en het afbreken van het zeslandenoverleg. Pyongyang verbood opnieuw de controles van zijn kerninstallaties en na 2007 voerden ook de conservatieve regeringen in Zuid-Korea opnieuw de druk op het noorden op. Het kwam in 2009 en 2010 opnieuw tot wederzijdse beschietingen en gevechten op zee tussen de twee Korea's. Op 29 februari 2012 bereikte VS-president Barack Obama nog een laatste "Schrikkeldagakkoord" met Pyongyang, dat voedselhulp zou krijgen in ruil voor bevriezing van het kernprogramma, maar ook dat hield geen stand.

Copyright 2017 The Associated Press. All rights reserved.

"Little rocket man"

Het overlijden van de Noord-Koreaanse leider Kim Jong-il en diens opvolging door zijn zoon Kim Jong-un waren ook een factor. In een autoritair regime als dat in Pyongyang is dat altijd een heikel ogenblik en de jonge Kim ging eerst zijn machtspositie in eigen rangen consolideren. Daarin paste het ontslaan en executeren van enkele toplui, maar ook een "krachtig optreden tegenover buitenlandse dreigingen".

Sindsdien is het aantal testen met raketten en kernbommen alsmaar toegenomen met een steeds grotere reikwijdte en explosiekracht. Het hoogtepunt was het conflictjaar 2017, toen Kim in de VS de onervaren, maar erg wispelturige president Donald Trump tegenover zich kreeg.

Ondanks alles zijn "ongelukken" uitgebleven en lijken beide partijen nu uit de spiraal van escalaties te willen geraken. Of Noord-Korea dat meent en hoelang dat duurt, is niet duidelijk, maar de druk is nu wel erg groot nu bondgenoot China steeds kritischer is tegenover Pyongyang.

De Amerikaanse Korea-expert Robert Kelly omschreef het regime van de Kims als een maffiafamilie onder leiding van een "peetvader" die gericht is op het overleven en behoud van de privileges van de communistische elite in Pyongyang in een vijandige wereld. Een oorlog is dan het allerlaatste hulpmiddel, want zou vrijwel zeker leiden tot de ondergang van het regime. Professor Kelly kent u wellicht wegens het hilarische optreden van zijn twee kleuters in de achtergrond tijdens een live-interview met de BBC, maar hij woont en werkt in Korea en kent de regio erg goed.

Amerikaans machtsvertoon boven Korea met B-1 bommenwerpers, F-16's, F-15's en stealth F-35's.