Video player inladen ...

Migrantenkamp op Lesbos: veel veranderd, maar daarom niet verbeterd

De situatie op het Griekse eiland Lesbos wat betreft de opvang van migranten en vluchtelingen evolueert voortdurend. VRT NWS-journalist Bert De Vroey ging er voor de vierde keer in drie jaar tijd op reportage en zag dat er weer veel veranderd was, maar niet noodzakelijk verbeterd.

Het eerste wat opvalt op de grote weg die je langs het beruchte opvangkamp van Moria voert, is de drukte. Er lijken nog meer mensen het kamp in en uit te lopen of zich op te houden op de weg dan we daar de voorbije jaren zagen. Er zijn nog een paar winkeltjes en drank- en eettentjes bijgekomen en Artsen zonder Grenzen heeft een mobiele kliniek ingericht op een terrein aan de overkant. Op weekdagen staan er ook lange rijen auto’s geparkeerd, alsof je naar een festival zou gaan. Van wie zijn al die wagens? Het aantal hulpverleners, vertalers, ambtenaren en Europese asielwerkers moet nog zijn toegenomen. 

Kamperen buiten het kamp

De verklaring voor al die drukte ligt voor de hand: ook het aantal mensen dat in het kamp verblijft, is fors geklommen. Niemand weet het precies, maar naar schatting zou het nu om een vier- à vijfduizend personen gaan. In feite wonen ze niet allemaal in het kamp zelf. Buiten de met hekken en schrikdraad omheinde zone is een soort krakerskamp gegroeid in een aanpalende olijfgaard, waar mensen in grijze tenten wonen van UNHCR. 

Het terrein is daar door de autoriteiten voor toegewezen, in een periode (ergens in het vroege najaar van 2016) waarin de overbevolking van het kamp schrikwekkende vormen aannam. Geleidelijk heeft dat kamp-buiten-het-kamp zich nog uitgebreid, als een soort wilde camping. Bewoners hebben er zelf vuurtjes geïnstalleerd, gammele douchehokjes en waterkoelingssystemen onder stenen. Ze hebben zelfs elektriciteitskabels gespannen en stroom afgetakt van het officiële kamp. Ze zijn ook steeds hoger de heuvel opgeklommen met hun tenten.

Artsen zonder Grenzen heeft onlangs aan de benedenkant chemische toiletten en kraantjes geïnstalleerd. Het blijft verbazen dat een hulporganisatie dat moest doen vooraleer de overheid het initiatief nam. 

Grimmig en gespannen

Het informele kamp kan op het eerste gezicht armoediger en rommeliger lijken dan het omheinde kamp, het lijkt wel rustiger en minder beladen onder stress. We horen voortdurend verhalen, van vluchtelingen en hulpverleners, over vechtpartijen en grimmige toestanden in het omheinde stuk Moria. Syriërs vechten met Irakezen, soenieten met sjiieten, Afghanen met Arabieren. Toch is de aanleiding voor vechtpartijen en geweld meestal een banale ruzie bij een voedselbedeling of een verdeling van schoenen of kleren: iemand die voorsteekt in de rij of er vandoor gaat met een extra portie.

Eén verklaring voor het aanhoudende geweld zou het drugs- en drankgebruik zijn. Eigenlijk is het al bedenkelijk dat de eettentjes buiten zomaar blikjes bier mogen verkopen. Op het middaguur zien we een groepje Afrikanen bij een biertje een traditioneel bordspel spelen in een tentje met luide Congolese soukous-muziek. En volgens meerdere mensen die we spreken worden er binnen het kamp drugs verhandeld.

Voor vrouwen is leven in het kamp van Moria een voortdurende bron van stress. Zeker in het donker moeten ze uitkijken voor aanranders. Een Afrikaans meisje van 18 dat zowel een tijdje in Moria als in de gevangenis van het politiekantoor van Mytiline heeft gezeten, vertelt ons dat ze de gevangenis nog makkelijker vond. 

Dat alles samen maakt dat veel bewoners liever buiten dan binnen het omheinde stuk wonen. Om dezelfde redenen kiezen mensen ervoor om geregeld zelf te koken in plaats van in de opgewonden rijen te gaan aanschuiven bij de voedselbedeling. Een Syrische man toont ons een soort reep hard maar soepel plastic, dat hij naar eigen zeggen altijd meeneemt naar de maaltijdbedeling voor het geval er gevochten wordt of hij belaagd wordt. "En de politie staat erbij en doet meestal niets", klagen sommigen. Toch staat er buiten  permanent een bus van de oproerpolitie klaar om in te grijpen bij grote incidenten. 

De mazen van het net

Al die verhalen en klachten getuigen van een mate van wetteloosheid die niet zou mogen bestaan in een Europees vluchtelingenkamp. Het lijkt er soms op alsof de Griekse overheid de handen in de lucht gooit en liever laat betijen. Dat blijkt tenslotte ook nog uit het feit dat je vrij makkelijk het omheinde kamp kan binnenglippen vanuit het informele stuk via gaten in het hekwerk. Enkele kerels tonen ons dat en nemen ons mee Moria in voor een korte verkenning. Omdat de autoriteiten al jaren de pers de toegang ontzeggen tot het kamp, is dat de enige manier. 

De iglotentjes die we een jaar geleden nog doorheen het hekwerk konden onderscheiden, zwoegend onder de sneeuw, zijn nu verdwenen. Moria bestaat grotendeels uit wooncontainers, maar die zijn lang niet groot genoeg voor iedereen. Dus staan er ook binnen het kamp tenten van UNHCR. Het is een rustige ochtend en van spanningen valt er nu niets te merken. Ook in de zone waar goederen worden uitgedeeld is het rustig. Al bij al lijkt de situatie minder acuut dan ze moet geweest zijn in september of oktober, toen er tot zevenduizend mensen in het kamp waren gestopt. Maar daags voordien is er nog een klein opstandje geweest en hebben afgewezen asielzoekers uit woede wat vernielingen aangericht.

De gaten in de omheining staan symbool voor de wetteloosheid en dragen er mogelijk zelfs toe bij. Juist omdat je makkelijk het informele campingstuk kan inlopen, en vanuit dat stuk ook het eigenlijke kamp kan binnenglippen,  weet niemand echt wie er Moria binnen en buiten gaat. Er is enkel controle aan de officiële ingangspoorten. Zo blijft een precieze registratie en telling van de bewoners ook altijd natte vingerwerk. 

De EU-Turkije-deal

Twee jaar geleden sloot de EU een overeenkomst met Turkije. De Turken moesten meer inspanningen doen om de oversteek van migranten en vluchtelingen naar de Griekse eilanden af te snijden. Vanaf 20 maart 2016 zou Europa bovendien de grote meerderheid terugsturen naar Turkije. Enkel wie kon aantonen dat hij of zij in Turkije in gevaar zou komen, zou nog asiel kunnen krijgen – en enkel in Griekenland. Voor elke teruggestuurde Syriër zou Europa een andere Syriër, die nog in Turkije verbleef, hervestigen in één van de EU-landen. 

De instroom is inderdaad ingedamd: in twee jaar tijd zijn nog slechts een kleine 50.000 mensen aangekomen op Lesbos, Chios of Samos. Veel minder dan de honderdduizenden die in 2014 en 2015 de oversteek waagden. Maar met het terugsturen wil het niet zo opschieten. Nagenoeg elke migrant maakt namelijk gebruik van zijn recht om asiel aan te vragen. De behandeling van die aanvraag vergt maanden  - en al die tijd moet de asielzoeker op het eiland blijven waar hij is aangekomen. 

Zelfs al gaat het wekelijks om "slechts" enkele honderden nieuwkomers, het cumulatieve effect daarvan is overbevolking. Een deel van die gestaag aangroeiende mensenmassa is daarom toch maar verplaatst naar het vasteland, naar andere (en doorgaans veel betere) kampen. Dat geldt bijvoorbeeld voor minderjarigen en voor zogenaamd "kwetsbare" vluchtelingen, als bejaarden, zwangere vrouwen, zieken of gezinnen met heel kleine kindjes

De rekensom klopt niet

Niettemin klopt er iets niet. Sinds het begin van de EU-Turkije-deal zijn slechts iets meer dan 1.500 mensen naar Turkije teruggestuurd. Op de eilanden zouden er nu ongeveer 12.000 in de kampen verblijven. En dan zijn er de duizenden die naar het vasteland zijn verplaatst. Als je dat alles samentelt, kom je nog lang niet aan de 50.000 die de voorbije twee jaar zijn aangekomen. 

Hoe valt dat verschil te verklaren? Het kan niet anders of heel wat migranten blijven door de mazen van het net glippen  - letterlijk zelfs. Ze kunnen Moria makkelijk verlaten, en als ze het geld kunnen bijeenkrijgen kan een smokkelaar hen de eilanden af helpen, naar Athene of verder. Het door de EU veel geprezen systeem van de EU-Turkije-deal rammelt niet alleen, het vertoont ook flink wat barsten en scheurtjes. 

De combinatie van grimmige wetteloosheid en absoluut ondermaatse voorzieningen in het opvangkamp van Moria biedt een trieste en pijnlijke aanblik. Het zou naïef zijn om de ogen te sluiten voor het agressieve en criminele gedrag van een aantal migranten in Moria. Maar het zou dom en oneerlijk zijn om daarvoor ook niet de omstandigheden met de vinger te wijzen  - de overbevolking, de wanhoop, het gebrek aan medische voorzieningen, onderwijs of gezonde voeding. En de duizenden kinderen die eveneens in Moria moeten wonen, kan je al helemaal niets kwalijk nemen. 

Griekenland blijft zwaar in gebreke. Tegelijk is het Europa dat de Grieken met die ondankbare opdracht heeft opgezadeld: ‘hou de vluchtelingen en migranten ginder maar tegen’. Als straks de tweede verjaardag van de deal aanbreekt, zal er volstrekt geen reden zijn om dat te vieren. 

Foto's: Pascal Depypere