AFP or licensors

Opnieuw dag van hevige aanvallen in Oost-Ghouta, regeringsleger wint terrein

Het Syrische regeringsleger heeft zijn aanvallen op de rebellenenclave Oost-Ghouta nog opgevoerd. Volgens het Syrische Observatorium voor de Mensenrechten, gevestigd in Groot-Brittannië, is de enclave versplinterd in drie delen. Douma, de grootste stad, zou geïsoleerd zijn van de rest van het gebied.

Sinds midden februari wordt hevig strijd geleverd om Oost-Ghouta, de regio rond de hoofdstad Damascus die als een van de laatste gebieden in Syrië nog onder controle staat van rebellen. Vandaag voerde het regeringsleger de aanvallen nog op.

Een medewerker van het Franse persagentschap AFP maakt melding van luchtaanvallen door gevechtsvliegtuigen en helikopters. Door de intensiteit van de bombardementen raken gewonden moeilijk in ziekenhuizen of in geïmproviseerde hulpposten.

Douma geïsoleerd

De Syrische staatstelevisie toonde beelden van een enorme rookwolk, vernielde gebouwen en muren met kogelinslagen. Volgens de zender waren ze opgenomen in de stad Misraba, dat op de weg ligt die de noordelijke en de zuidelijke helft van de rebellenenclave met elkaar verbindt.  

AFP or licensors

Door Misraba in te nemen en de controle over te nemen over de weg tussen Harasta en Misraba is het regeringsleger er volgens het Syrisch Observatorium voor de Mensenrechten in geslaagd om Douma, de grootste stad in Oost-Ghouta, te isoleren van de rest van het gebied.

"Oost-Ghouta is zo versplinterd in drie delen die van elkaar zijn afgesneden: Douma en het omliggende gebied in het noorden, Harasta in het westen, en de andere stadjes en dorpen verderop in het zuiden", zegt het Observatorium. Een van de twee grote rebellengroepen ontkent dat bericht.  

In Oost-Ghouta wonen 400.000 mensen. De aanval op het gebied is het zwaarste offensief van de regering-Assad sinds het begin van de oorlog zeven jaar geleden. Het regeringsleger heeft al meer dan de helft van de enclave ingenomen. Naar schatting 1.000 mensen, onder wie meer dan 200 kinderen, zijn de laatste drie weken om het leven gekomen. Sinds half februari zijn slechts twee hulpkonvooien de enclave binnengeraakt.