Polen ruziet om invoeren zondagsrust

Deze zondag is voor Polen historisch. Voor het eerst sinds de val van het communisme in 1990 moeit de politiek zich met de openingsuren van winkels en diensten. De regering van Recht en Rechtvaardigheid onderneemt een poging om verplichte zondagsrust in te stellen. Maar of de Polen daar echt veel van gaan merken, daarvan is onze man ter plaatse niet overtuigd.

labels
Marc Peirs
Marc Peirs is sinds 2000 Polenwatcher voor VRT NWS. Hij woont vaak langere tijd in wat hij als zijn tweede vaderland is gaan beschouwen.

Waanzinnige werkuren zijn het, voor een verwende Belg die kennis neemt van de openingsuren in Polen. De sklep spozywczy, alias kleine kruidenier bij ons om de hoek? Dagelijks open van 6 uur ’s ochtends tot 22 uur ’s avonds en op vrijdag en zaterdag zelfs tot 1 uur ’s nachts. De apotheek is open van 8 tot 20 uur. Ook in het weekend. Hier niks geen gedoe met “apotheker van wacht”, neen, elke apotheek beconcurreert dag na dag de anderen. In elke middelgrote stad vind je apotheken die dag en nacht open zijn.

Wie in België een gesprek met zijn bankier wil, moet bij wijze van spreken een halve dag vrijaf nemen om de bank een keertje open te vinden. In Polen kan je elke dag in je grootbank binnenlopen tot 20 of 21 uur. De restaurants, nog zoiets. In de vele jaren dat ik in Gent woonde, was het een heksentoer om een degelijk restaurant te vinden dat je na 21 uur nog een diner wou bereiden. In Warschau en andere Poolse steden zijn veel restaurants open tot 23 of 24 uur.

Naar de supermarkt kan je in Polen van 7 uur tot 23.30 uur. Het Britse TESCO spant de kroon: veel vestigingen zijn 7 dagen op 7 en 24 uur op 24 open. Kortom, het cliché van de ‘hardwerkende Pool’ geldt niet alleen voor de bouwvakkers en poetsvrouwen die in België aan de slag zijn, het geldt evenzeer voor de Poolse verkoper, bediende, kassierster of kelner. En voor de hoeders van God, want zij draaien in de grotere kerken vlotjes twaalf missen in een weekend.

(lees voort onder de foto)

Shoppingcentrum of kerk?

Het is net die clerus die al langer met lede ogen ziet hoe de zondag voor Polen een dag als alle andere lijkt. Wie op zondag vrij is en in een stad woont, brengt die zondag graag en vaak door in een van de vele spiksplinternieuwe shoppingcentra. Alleen al in en om Warschau is er sinds de eeuwwende een dozijn van die mastodonten opgetrokken. Stuk voor stuk zijn het oorden van consumptie waarbij een Uplace verbleekt.

Dergelijke centra huisvesten honderden winkels en er is plezier voor het hele gezin: vele shoppingcentra hebben naast de winkels een bowlingzaal en/of een multiplex-cinema. Er is opvang voor de kleintjes, er zijn restaurantjes voor ieders smaak en beurs. Kortom, elke Poolse Waldek of Zosia kan er makkelijk een dag zoek maken. Tot droefenis van de kerk. Al een decennium geleden riepen de bisschoppen handenwringend op om de consumptie blauwblauw te laten en op zondag de eredienst te blijven bezoeken.

Zondagsrust toekennen is dan ook een cadeau for old times’ sake aan de vakbondsvrienden van toen.

Met de huidige nationalistische, moreel-conservatieve regering wordt de Poolse kerk op haar wenken bediend. De wet op de zondagsrust is een geschenkje voor een kerk waarvan vele dienaars en gelovigen politiek pal achter Recht en Rechtvaardigheid staan.

Maar de regering speelt met de wet ook in de kaart van de Poolse vakbonden, het bekende Solidariteit op kop. In de jaren 1980 was die machtige, wijdvertakte vrije organisatie van Lech Walesa en zijn tien miljoen leden een breekijzer tegen het communisme. Vandaag is de beweging verschrompeld tot een klassieke, zeurderige vakbond. Maar veel toplui van het regerende Recht en Rechtvaardigheid, onder meer partijleider Jaroslaw Kaczynski, hebben een verleden in het historische Solidariteit . Zondagsrust toekennen is dan ook een cadeau for old times’ sake aan de vakbondsvrienden van toen.

Bovendien past de maatregel naadloos in het gulle, linkse sociaal-economische beleid van Recht en Rechtvaardigheid. Denk als voorbeeld aan de invoering van het hoge kindergeld: 125 euro per maand per kind, een klein fortuin in Polen.

Schoorvoetend ingevoerd

Aan werkgeverszijde daarentegen kan de verplichte zondagsrust op weinig begrip rekenen. Al dertig jaar lang wordt op zondag gewerkt zonder dat daar protest tegen kwam. De werkgevers zwaaien met een recente opiniepeiling waarin maar liefst 76 procent van de Polen de zondagsrust onnodig en onwenselijk vindt. Veel mensen associëren gesloten winkels met het vermaledijde communisme en hebben visioenen van rijenlang aanschuivende klanten. Eén categorie tegenstanders zijn alvast de studenten. Veel Poolse jongelui werken in het weekend om hun studies te (helpen) betalen. Die groep, die het geld van het zondagswerk zo nodig heeft, zou het eerste worden getroffen door de verplichte zondagsrust.

Zal de e-commerce in het gat springen, ten koste van de klassieke winkels en diensten? 

Ook in academische kringen rijzen er twijfels. Zullen de Polen hun beschikbare budget voortaan in zes dagen spenderen in plaats van in zeven, of zullen ze gewoon minder kopen? Zal de e-commerce in het gat springen, ten koste van de klassieke winkels en diensten? Zal de economische groei, die ook dit jaar alweer een fraaie 4 procent bedraagt, vertragen of stoppen? Het zijn open vragen die velen bezorgd maken.

Na dat lange en bijwijlen bitse maatschappelijke debat heeft de regering beslist om de zondagsrust stapsgewijs in te voeren. Dit jaar moet de zondagsrust slechts gedurende twee zondagen per maand worden gerespecteerd. In 2019 mogen winkels en diensten nog één zondag (de laatste) per maand open zijn. Pas in 2020 wordt de zondagsrust veralgemeend, al blijven er ook dan zeven zondagen waarop men open mag zijn: de drie zondagen in de aanloop naar Kerstmis en telkens twee zondagen in de winter- en zomerkoopjes.

Uitzonderingen bij de vleet

Het geval wil dat de auteur van de wet op de zondagsrust, Jarek Lichocki, een van onze beste vrienden in Polen is. Jarek werkt bij de Sejm, het Poolse parlement. Zijn taak als jurist is om de verlangens van de politici om te zetten in sluitende wetteksten. “Voor die zondagsrust kwamen ze de hele tijd met nieuwe uitzonderingen aandraven”, lacht Jarek. “Als ik niet oplette, vond een kat haar jongen niet terug in al die uitzonderingsbepalingen.” Ook de media maken zich vrolijk. Daar luidt het: “Het langste artikel van die hele wet op de zondagsrust is de lijst met uitzonderingen.”

Die uitzonderingen zijn inderdaad niet min. Dat de horeca open blijft, is evident. Voor andere sectoren is het raden waarom ze niet hoeven te sluiten. Van apothekers tot verkopers van religieuze parafernalia, van postkantoren tot begrafenisondernemers, voor hen geldt de zondagsrust niet. Ook bakkerijen mogen open blijven. Het lijkt dan ook geen toeval dat verschillende warenhuisketens de voorbije maanden plots vers, ter plaatse gebakken brood begonnen aan te bieden. Mogelijk proberen ze op die manier, als ‘bakkerij’, vrijstelling te krijgen. Ook winkels bij tankstations mogen op zondag open blijven. Nu al denkt ORLEN, de meest aanwezige distributeur van benzine en diesel, eraan om bij zoveel mogelijk vestigingen grotere winkels te bouwen.

Nachtwerk in plaats van zondagswerk

Eerst legde de wet de termijn voor zondagsrust op tot maandagochtend 6 uur. “Maar ook dat is veranderd”, blaast Jarek. In de definitieve versie geldt de zondagsrust slechts tot middernacht van zondag op maandag. Een keten zoals de Portugese prijsbreker Biedronka zou er volgens Poolse media aan denken om dan meteen kort na middernacht te openen ofwel om de kuisploegen en rekkenvullers al om middernacht te laten opdraven zodat de winkel in de allerprilste ochtenduren al open kan.

Ik heb geen auto en ’s nachts is er geen openbaar vervoer. Hoe geraak ik naar mijn werk? En mijn kind?

Een Poolse alleenstaande moeder

Als dergelijke plannen bewaarheid worden, dan zou een deel van het huidige zondagswerk verschuiven naar regelrecht nachtwerk. Het is nog maar de vraag of de werknemers daarmee beter af zijn dan in zondagswerk. Op de radio hoorde ik een vrouw jammeren dat nachtwerk voor haar een ramp zou zijn: “Ik heb geen auto en ’s nachts is er geen openbaar vervoer”, klaagde ze. “Hoe geraak ik naar mijn werk? En mijn kind? Ik ben alleenstaande moeder. Ik heb niemand om mijn kind naar school te brengen wanneer ik zelf al om middernacht naar het werk moet.” Misschien moet deze arme vrouw een zondagsmis tegen de wet laten opdragen?