Video player inladen ...

Charles Rogier: de "anti-Vlaamse" grondlegger van België

Tijdens de paasvakantie neemt VRT NWS metrolijn 2 in Brussel om halt te houden bij stations die de naam dragen van enkele illustere figuren uit de geschiedenis van België. Wie waren ze en welke rol hebben ze gespeeld? Vandaag: metrostation Rogier.

8 perronsporen die aansluiting bieden op 2 metrolijnen, 5 tramlijnen en tientallen bussen van de MIVB en De Lijn: dit alles gaat schuil in het metrostation Rogier onder het gelijknamige plein in Sint-Joost-ten-Node. Ook bovengronds is het een levendig kruispunt dat de Kleine Ring rond Brussel, de Adolphe Maxlaan, de Nieuwstraat en de Vooruitgangstraat met elkaar verbindt.

Zowel het plein als het metrostation ontleent zijn naam aan Charles Rogier, een van de grondleggers van België. Van ons land is nog lang geen sprake wanneer hij op 17 augustus 1800 in Saint-Quentin in Frankrijk wordt geboren. Napoleon Bonaparte zwaait op dat moment de plak in grote delen van Europa en het is tijdens een van zijn veldtochten in Rusland dat de vader van Rogier om het leven komt.

Rogier verhuist samen met zijn moeder naar Luik waar hij in 1826 aan de universiteit tot doctor in de rechten promoveert. Op dat moment maakt de stad deel uit van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden, een land dat in 1815 op het Congres van Wenen in het leven is geroepen na de val van Napoleon en dat min of meer het grondgebied van het huidige Nederland, België en Luxemburg omvat.

Het Rogierplein in 1925 (met links het oude Noordstation) This content is subject to copyright.

Willem I

In de loop van de jaren 1820 werpt Rogier zich op als een liberale opposant van Willem I, de koning van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden. Wanneer eind augustus 1830 de Belgische revolutie losbarst, blijft hij niet bij de pakken zitten. Samen met 300 medestanders trekt hij van Luik naar Brussel om de opstandelingen te steunen.

Rogier leidt zijn medestanders van Luik naar Brussel (schilderij van Charles Soubre).

Eind september sluit hij zich aan bij het Voorlopig Bewind dat op 4 oktober de onafhankelijkheid van België uitroept. Een maand later raakt hij verkozen als lid van het Nationaal Congres, de voorloper van de Kamer van Volksvertegenwoordigers.

Het Voorlopig Bewind

Premier en minister

In de decennia die volgen, bekleedt Rogier tal van functies op het hoogste niveau van het staatsbestel in ons land dat hij op die manier vormgeeft. Zo is hij tot aan zijn dood bijna onafgebroken volksvertegenwoordiger, afwisselend voor de arrondissementen Turnhout, Antwerpen, Brussel en Doornik. In de jaren 1830 is hij ook een poos gouverneur van de provincie Antwerpen.

Belangrijker zijn de verschillende ministerposten die hij aaneenrijgt. Hij is achtereenvolgens minister van Binnenlandse Zaken (1832-1834), minister van Openbare Werken (1840-1841), premier én minister van Binnenlandse Zaken (1847-1852), opnieuw minister van Binnenlandse Zaken (1857-1861) en tot slot premier én minister van Buitenlandse Zaken (1861-1868).

In juni 1846 komen alle liberale en antiklerikale krachten op zijn aansturen samen voor een congres waarop de liberale partij het levenslicht ziet, de eerste nationale politieke organisatie in ons land. Het is echter Walthère Frère-Orban die op het voorplan treedt en zich tot voorman van de liberalen ontpopt. Toch blijft koning Leopold I vooral op Rogier vertrouwen als staatsman. 

Walthère Frère-Orban

Karl Marx

In 1848 waart de revolutie rond in verschillende Europese naties zoals Frankrijk, Nederland, het Habsburgse rijk en de Duitse en Italiaanse vorstendommen. Bij onze zuiderburen leidt die onder meer tot de afschaffing van de zogenoemde Julimonarchie ten voordele van de Tweede Republiek.

In België blijft het grotendeels rustig en dat is in niet onbelangrijke mate het gevolg van verschillende maatregelen die Rogier als premier doorvoert. Hij zet Karl Marx het land uit, hij verlaagt de kiescijns zodat meer mensen stemrecht krijgen en hij schaft het zegelrecht op dagbladen af.

Karl Marx. Roger Viollet Collection

Later schaft hij de oude wet "le Chapelier" af waardoor werknemersorganisaties als vakbonden recht van bestaan krijgen. Voorts geeft hij de overheid het recht om middelbare scholen op te richten, naast die van het katholieke onderwijs.

Duel

Tussendoor vindt hij de tijd om een heus duel aan te gaan, schrijft historica Isa Van Dorsselaer in 2005 in De Standaard. "In 1833 kreeg hij het in het parlement aan de stok met Alexandre Gendebien, over de langdurige afwezigheid van een parlementslid", gaat het verhaal.

"De mannen vochten hun ruzie in het Zoniënwoud uit. Rogier kreeg daarbij een kogel door de wang. De arts raapte twee tanden op en schraapte hagel uit de mond van Rogier, die niet eens flauwviel. Enkele dagen later was hij alweer aan het werk."

Alexandre Gendebien

Op vlak van economie en infrastructuur boekt Rogier enkele belangrijke successen. Zo staat hij in 1834 aan de wieg van de spoorlijn tussen Mechelen en Brussel, de eerste op het Europese vasteland. In 1863 weet hij opnieuw als premier de Scheldetol van Nederland af te kopen. Rond die tijd sluit hij België bij 2 vrijhandelsverdragen aan. Hij staat ook aan het roer bij de oprichting van zowel het Gemeentekrediet (1860) als de ASLK (1865).

Eind 1867 bereiken de spanningen tussen Rogier en Frère-Orban een hoogtepunt waardoor een samenwerking niet langer mogelijk is. Kort na Nieuwjaar neemt Rogier ontslag. Het betekent de facto het einde van zijn rol als politicus. Wel schopt hij het nog tot minister van Staat. In 1878 is hij ook even voorzitter van de Kamer. Hij overlijdt in 1885.

Brabançonne

De erfenis van Rogier op communautair vlak is niet eenduidig. Weinig historici spreken tegen dat hij een fervente Belgische patriot was. In 1860 moeit hij zich onder meer met de Brabançonne. Hij meent dat de (Franstalige) tekst te anti-Nederlands klinkt en schrijft een nieuwe strofe.

Over zijn opvattingen over de rol van het Nederlands (en bij uitbreiding de Vlaamse cultuur binnen België) lopen de meningen uiteen. Sommige flaminganten menen dat hij de germaanse elementen in ons land wou uitroeien. Daarbij halen ze vaak 2 anti-Vlaamse brieven aan die hij zou hebben geschreven.

Jean-Joseph Raikem

In een eerste brief zou hij aan de toenmalige Britse premier Palmerston hebben gezegd "dat de regering de Vlaamse taal moet vernietigen zodat België met het grote vaderland Frankrijk kan samensmelten". In een andere brief uit 1834 zou hij minister van Binnenlandse Zaken Jean-Joseph Raikem hebben aangeraden zoveel mogelijk Franstaligen in Vlaanderen te benoemen om de Nederlandstaligen zo te verplichten om Frans te spreken.

In een bijdrage voor Wetenschappelijke Tijdingen in 2005 haalt Raf De Mey het bestaan en de inhoud van deze brieven onderuit. "De invloed van de brieven is onderbelicht en leidt nog steeds tot foutieve interpretaties", schrijft hij in zijn besluit.

De Mey wijst ook op de context waarin Rogier leefde. "Rogier vertegenwoordigde een burgerlijke elite die zowel in Vlaanderen als Wallonië Franstalig was. De verfransing van de Vlamingen was volgens hem wenselijk omdat dit hun eigen economische en culturele ontwikkeling ten goede zou komen."

Cordier, Roobjee en Tondat

De afgelopen jaren zijn het Rogierplein en het metrostation grondig gerenoveerd. Nu valt vooral de luifel met een diameter van liefst 64 meter op als centrale structuur. Binnenin het station is lange tijd het kunstwerk "Zigzagramme" van Pierre Cordier te zien. Vandaag bevindt het zich in het metrostation Naamsepoort.

In 2004 schenken Welzijnszorg en Beweging.net het mozaïek "Geef kleur aan solidariteit" van Pjeroo Roobjee en Gino Tondat aan het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Sindsdien hangt het in de lokettenzaal van metrostation Rogier.

Martinitoren

Sinds 2006 domineert de zogenoemde Belfiustoren (voorheen Dexiatoren) het Rogierplein. Voor de bouw van het kantoorgebouw moet de iconische Martinitoren wijken, een multifunctioneel torengebouw uit 1958 met kantoren, appartementen, een theater en een bar.

De plannen om de Martinitoren af te breken, leiden rond de eeuwwisseling tot hevig (maar vergeefs) protest. Op 13 maart 2001 wijdt "Terzake" deze reportage aan de kwestie:

Video player inladen ...