Video player inladen ...

Jean-Baptiste Madou: de bon vivant die voor de ogen van de koning bezwijkt

Tijdens de paasvakantie neemt VRT NWS metrolijn 2 in Brussel om halt te houden bij stations die de naam dragen van enkele illustere figuren uit de geschiedenis van België. Wie waren ze en welke rol hebben ze gespeeld? Vandaag: metrostation Madou.

Een plein, een tunnel, een toren én een metrostation: liefst 4 bakens in Sint-Joost-ten-Node dragen sinds jaar en dag de naam Madou. Ze zijn vernoemd naar Jean-Baptiste Madou, een Belgische lithograaf en schilder, maar bovenal een Brusselaar en bon vivant.

Madou wordt op 3 februari 1796 in Brussel in een bescheiden gezin geboren. 1 jaar eerder heeft de Nationale Conventie de Zuidelijke Nederlanden bij Frankrijk geannexeerd en op het ontstaan van België is het nog ruim 30 jaar wachten.

Amper 12 is Madou wanneer zijn vader sterft. Plots moet hij mee helpen de kost te verdienen voor zijn moeder en zijn 4 jongere broers en zussen. Hoewel ze het niet breed hebben, mag hij van zijn moeder tekenlessen volgen. Algauw trekt hij naar de kunstacademie van Brussel. Hij gaat onder anderen bij Antoine Brice en Pierre-Céléstin François in de leer.

Salon van Brussel

De soldaten van Napoleon prikkelen de verbeelding van de jonge Madou. Hij tekent ze bij bosjes en wint een prijs op het Salon van Brussel van 1813. Hoewel hij barst van talent, moet hij zijn artistieke ambities hierna noodgedwongen in de koelkast steken om brood op de plank te krijgen.

Tegen 1814 is de rol van Napoleon bijna uitgespeeld en begint het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden vorm te krijgen. Madou versiert een baan bij het departement Financiën en gaat in 1818 aan de slag als tekenaar bij de topografische dienst van het ministerie van Oorlog in Kortrijk. Daar moet hij onder meer nieuwe grenskaarten tekenen. Later brengt hij installaties langs het kanaal van Bergen-Condé in kaart.

Zowel in Kortrijk als in Bergen treedt Madou willens nillens tot de artistieke kringen toe. Dankzij connecties in die wereld krijgt hij in 1820 de kans om (anoniem) als lithograaf in het atelier van Marcellin Jobard in Brussel te werken. Daar maakt hij zich meester van de steendruk.

"Voyage pittoresque"

In 1825 treedt Madou uit de anonimiteit met de publicatie van "Voyage pittoresque dans le royaume des Pays-Bas (1822-1825)" van Jean-Joseph de Cloet. Hij mag de illustraties bij dit drieluik maken en krijgt hiervoor lof uit binnen- en buitenland.

Steendruk van de Sint-Niklaaskerk in Gent uit "Voyage pittoresque" (flandrica.be)

Madou maakt stilaan naam als lithograaf. In de jaren die volgen brengt hij verschillende albums uit, zoals "Album de douze petits sujets pour l'année 1830". Wanneer de Belgische revolutie losbreekt, brengt hij ook die in beeld. In 1836 krijgt hij de gouden medaille op het Salon van Brussel voor "La physionomie de la société en Europe depuis 1400 jusqu'à nos jours".

Adolphe Quetelet

Ondertussen denkt Madou ook aan trouwen. Dat doet hij op 4 september 1833 in Brussel met Mélanie Lannuyer. Zij is de halfzus van Adolphe Quetelet, de astronoom en statisticus die aan de basis van de Koninklijke Sterrenwacht van België lag.

Adolphe Quetelet

Wanneer het succes van de lithografie rond 1840 begint af te nemen, is het Lannuyer die Madou aanmoedigt om te beginnen schilderen. Hij legt zich toe op genrestukken met een hoog gehalte aan nostalgie en romantiek. Zijn tijdgenoten vergelijken hem al snel met de Duitse schilder Adolphe Menzel, maar eigenlijk haalt hij zijn inspiratie bij oude meesters uit de 17e eeuw als Adriaen Brouwer en Jan Steen.

Fenakistiscoop

Rond 1850 ontdekt Madou een nieuwe passie met de fenakistiscoop, een animatietoestel dat de illusie van bewegend beeld schept door schijven met tekeningen snel te laten draaien. De Belg Joseph Plateau heeft het in 1831 uitgevonden en samen bedenken ze verschillende schijven die Madou illustreert.

Voorbeeld van een schijf voor een fenakistiscoop uit 1893

Madou is intussen een gevierde kunstenaar in het jonge België en dat ontgaat de koninklijke familie niet. Koning Leopold II koopt zijn schilderij "La chasse au rat" uit 1857 en de vorst vraagt hem zijn kinderen tekenles te geven. Daarnaast geeft hij les aan de Koninklijke Militaire School.

Tot op hoge leeftijd blijft Madou bijzonder actief. Hij decoreert de wanden en plafonds van zijn huis in Brussel met taferelen uit de fabels van Jean de la Fontaine. Ook Leopold II vraagt hem in de jaren 1870 decoratieve panelen te ontwerpen en wel voor het kasteel van Ciergnon in de Ardennen.

Beroerte

Sterven doet Madou met enige zin voor drama. Op 31 maart 1877 is hij samen met de koning aanwezig op de opening van het Salon des Aquarellistes in het Academiënpaleis in Brussel. Tijdens de plechtigheden krijgt hij een beroerte. 3 dagen later overlijdt hij. Hij krijgt een laatste rustplaats op de begraafplaats van Sint-Joost-ten-Node. Even later vernoemt de gemeente een plein vlak bij zijn huis naar hem.

De Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België hebben verschillende schilderijen van Madou in hun collectie, waaronder "Feest op het kasteel" (1851), "De spelbreker" (1854) en "Dorpspolitiek" (1871). Wegens renovatiewerkzaamheden zijn die momenteel niet te zien.

"Madouce"

Het metrostation Madou is in 1970 in gebruik genomen, toen nog als onderdeel van de premetro. Sinds 1988 is het een volwaardig onderdeel van het metronet.

(Toen nog) kroonprins Albert opent het (toen nog) premetrostation Madou in 1970

Opmerkelijk: in tegenstelling tot in zo goed als alle andere metrostations van de MIVB, is in Madou lange tijd geen kunst te zien. Dat verandert in 2015 wanneer de openbaarvervoermaatschappij het metrostation een "vrouwelijke toets" geeft en tijdelijk tot "Madouce" omdoopt. Daarbij hangt ze 4 portretten van vrouwen van de hand van Nora Theys op. Die zijn er nog steeds.

MIVB

Op 28 augustus 1976 gaat "Terloops" langs in het metrostation Madou waar de oud-rooms-katholieke kerk (niet te verwarren met de rooms-katholieke kerk) een kapel heeft ingericht. Het levert deze eigenaardige beelden op: 

Video player inladen ...