"Zeehonden opvangen is slecht voor de soort"

In Nederland adviseren wetenschappers zieke en ondervoede zeehonden niet langer op te vangen. Het gaat zo goed met de soort dat de natuur weer haar gang moet kunnen gaan, aldus de wetenschappers.

In Nederland werden de afgelopen jaren tot wel 1.000 zeehonden per jaar opgevangen, voornamelijk jonge dieren. Dat is veel te veel volgens de wetenschappers, die op vraag van de overheid hebben onderzocht of die opvang wel nodig is. De zeehondenpopulatie is intussen zo sterk dat de soort gerust zichzelf in stand kan houden.   

Natuurlijke selectie

Zieke en ondervoede dieren moeten daarom aan hun lot worden overgelaten. Enkel als ze gewond zijn geraakt door toedoen van menselijke activiteit - bijvoorbeeld visvangst -, mogen ze geholpen worden, aldus de wetenschappers. In alle andere gevallen is opvang nadelig voor de populatie, omdat er dan geen natuurlijke selectie meer is.  

"Zeehonden zijn wilde dieren die gedurende duizenden jaren hebben weten te overleven. De omstandigheden voor zeehonden zijn momenteel gunstig, de zeehondenpopulatie heeft zich hersteld en heeft mogelijk zelfs de grenzen van haar draagkracht bereikt", schrijven de wetenschappers in hun rapport.  Ze benadrukken dat het idee om zeehonden met rust te laten niet is ingegeven door onverschilligheid, maar wel door "de overtuiging dat dit meestal de beste strategie is vanuit het oogpunt van hun welzijn en van de populatie." 

Sea Life in Blankenberge

In het zeehondenopvangcentrum Sea Life in Blankenberge - het enige in België - heeft dierenverzorgster Caroline Van den Bossche gemengde gevoelens bij het advies van de Nederlandse wetenschappers. "Als ik  rationeel denk moet ik hen gelijk geven, maar emotioneel heb ik het er toch moeilijk mee omdat wij dagelijks met die dieren bezig zijn."   

Van den Bossche wijst erop dat Sea Life veel minder dieren opvangt dan de Nederlandse opvangcentra - momenteel zijn het er 14 - en dat het ook uitsluitend om jonge dieren gaat. "Als pups aanspoelen, zullen we ze niet meteen meenemen. We wachten eerst een tijd af of de moeder toch niet opdaagt, want die kan intussen gewoon op zoek zijn naar voedsel."

Strenge moeders

In die zin volgen Van den Bossche en haar collega's het advies van de Nederlandse wetenschappers. Die raden aan om aangespoelde pups pas na 24 uur naar een opvangcentrum te brengen. De wetenschappers wijzen erop dat pups sowieso al na een paar weken door hun moeder verlaten worden, nog voor ze zelf vis kunnen vangen. In de natuur moeten ze dat zelf aanleren. Als ze in een opvangcentrum belanden, dan leren ze dat niet en kunnen ze zich later ook moeilijk aanpassen aan hun natuurlijke omgeving.