Het cumulverbod: een Belgische processie van Echternach

De commissie Binnenlandse zaken van het Brusselse parlement keurde vandaag een voorstel van ordonnantie goed waardoor Brusselse burgemeesters of schepenen voortaan niet tegelijk parlementslid mogen zijn. Als de plenaire vergadering van het Brusselse parlement dit voorstel goedkeurt, beslechten de Franstaligen, sneller dan de Vlamingen, een discussie die al meer dan twintig jaar de kop opsteekt. Vandaag in het Brusselse parlement, maar evengoed gisteren bijvoorbeeld, op een kopstukkendebat in Gent, naar aanleiding van de lokale verkiezingen. 

Alle partijen, op de N-VA na, spraken zich op dat debat uit voor een cumulverbod tussen een parlementair mandaat en een uitvoerend mandaat in een stad als Gent. En dat is op zich merkwaardig: zo cumuleert de lijstrekker van Open VLD, Mathias De Clerck, op dit moment zijn ambt als eerste schepen in Gent met een mandaat als Vlaams Parlementslid. Zijn partijgenoot Christophe Peeters kantte zich daar gisteren radicaal tégen. En Mieke Van Hecke van CD&V pleitte voor een volledig cumulverbod, en vond dat haar partij zich daar heeft vergist. Ze vindt dat haar partij het standpunt daarover (voor de CD&V geldt een cumulverbod alleen voor burgemeesters in gemeenten van meer dan 50.000 inwoners) moet herzien.

Nieuwe Politieke Cultuur

De discussie over dat cumulverbod gaat al 20 jaar mee en is een erfenis van de ‘NPC’, de ‘Nieuwe Politieke Cultuur’, die ontstaat in de jaren ’90. Onder het mom van het ‘dichten van de kloof tussen burger en politiek’ worden allerlei voorstellen geformuleerd. Die ‘kloof’ duikt voor het eerst op na de verkiezingsdoorbraak van het Vlaams Blok in november 1991, die herdoopt werd tot ‘Zwarte Zondag’. De politieke schandalen versterken en versnellen het denkproces: het Agustaschandaal (1994) gaat over corruptie bij politieke partijen, en de Witte Mars (1996) na de zaak-Dutroux klaagt aan hoe slecht politie en justitie functioneren op dat moment. 

Enkele politieke partijen proberen in die tijd een antwoord te formuleren op die kritieken. De voortrekkers zijn de liberaal Guy Verhofstadt, Bert Anciaux van de Volksunie en de groene politicus Jos Geysels. Ze komen bij elkaar in de legendarische ‘zaal F’ van de Senaat. Allerlei voorstellen passeren er de revue: over de deontologie en integriteit van politici, zoals het invoeren van een deontologische code en een cumulverbod; over de versterking van de directe democratie en de hervorming van de kieswetgeving, met voorstellen als de invoering van een referendum op alle niveaus, het afzwakken van het gewicht van de lijststem, de vervanging van opkomstplicht door kiesrecht en de rechtstreekse verkiezing van de burgemeester; en over een mogelijke herverkaveling van het politieke landschap in Vlaanderen. 

Op dat moment is de discussie over die NPC een uitsluitend Vlaamse discussie

Het is de tijd van het herdopen van de PVV tot VLD, als een manier om de liberale partij te verruimen; het is de tijd van ID21 als vehikel van Bert Anciaux om de Volksunie te verruimen, en het is de tijd waarin politici als Jos Geysels dromen van een Sienjaal, waarbij verschillende partijen aan de linkerzijde zouden samensmelten. Op dat moment is de discussie over die NPC een uitsluitend Vlaamse discussie. De meeste Franstalige partijen zien weinig brood in dergelijke maatregelen. 

Financieel plafond voor cumulerende politici

De meeste van die initiatieven lopen uiteindelijk wel met een sisser af. Om de dadendrang van de oppositiepartijen in ‘zaal F’ te ontmijnen, besliste de regering-Dehaene om een werkgroep bijeen te brengen, onder leiding van de christendemocraat Raymond Langendries. Die komt uiteindelijk met het idee van een financieel plafond voor cumulerende politici: voortaan mag een politicus maar 1,5 de wedde van een parlementslid opstrijken wanneer hij mandaten als burgemeester of schepen tegelijk uitoefent.

Het is een kleine vooruitgang, maar een cumulverbod komt er dus niet.

Het cumulverbod is niet dood

Sindsdien werd het stil rond de ‘Nieuwe Politieke Cultuur’. Even is er een opflakkering, verleden jaar, na de vermeende ‘cumul’ van Kamervoorzitter Siegfried Bracke bij het telecombedrijf Telenet. Die leidde tot een werkgroep Politieke Vernieuwing, en die besliste de wedde van de parlementsvoorzitter te verminderen. Verder werd dat financiële plafond voor cumulerende parlementsleden ook uitgebreid naar de vergoedingen voor de speciale functies in het parlement. Die extra vergoedingen voor bijzondere functies, zoals fractievoorzitters of commissievoorzitters, werden tot nu toe niet meegeteld voor het plafond.*

Toch is de discussie over een cumulverbod nog niet dood. Het zijn de recente schandalen in Franstalig België die de discussie nieuw leven hebben ingeblazen. CDH-voorzitter Benoît Lutgen roept op tot een ‘propere politiek’, en weigert nog samen met de PS te besturen. Een maneuver dat slecht afloopt voor het CDH, dat gedwongen wordt te blijven besturen met de PS in sommige regeringen, maar de toon is gezet. En merkwaardig genoeg vindt nu het cumulverbod wel genade in de ogen van enkele Franstalige partijen. Ecolo past het systeem al toe, en na de schandalen rond Publifin en Samusocial roept ook de PS een congres bij elkaar om een cumulverbod in te voeren. De leden van de PS verwerpen het cumulverbod, maar voeren wel een financieel cumulverbod in. Met andere woorden, PS-parlementsleden mogen ook tegelijk burgemeester of schepen zijn, maar ze moeten die tweede job wel gratis doen.

Aan Vlaamse zijde heeft de SP.A intussen een cumulverbod ingevoerd, weliswaar met uitzonderingen. Het partijbureau kan die eenmalig toestaan voor burgemeesters van een gemeente met minder dan 20.000 inwoners en schepenen en OCMW-voorzitters in gemeenten met minder dan 30.000 inwoners. Bovendien legt de SP.A mandatarissen een loonplafond op van 6.600 euro netto per maand.

Halen de Franstaligen ons in?

En nu is er dat cumulverbod in de commissie Binnenlandse Zaken van het Brusselse parlement. Meestal betekent een meerderheid in een commissie vanzelf een meerderheid in de voltallige vergadering. De adder onder het gras is dat in het Brusselse parlement bij dit dossier met dubbele meerderheden wordt gerekend: er moet dus een meerderheid zijn aan Franstalige zijde en aan Vlaamse zijde. De Franstalige partijen PS, Ecolo en Défi die het voorstel goedkeuren hebben een meerderheid; aan Vlaamse zijde is er alleen de steun van de SP.A (meerderheid) en Groen (oppositie). Meerderheidspartij Open VLD is tegen, terwijl CD&V en N-VA geen stemrecht hebben in de commissie. Zij zullen hun tegenstem wel laten gelden in de plenaire vergadering.

En dus na twintig jaar discussie zouden het wel eens de Franstalige partijen en politici kunnen zijn die, sneller dan hun Vlaamse tegenhangers, een cumulverbod zullen goedkeuren. Wat dat betreft zijn de posities in 20 jaar tijd helemaal omgekeerd. Tenzij de situatie in het Brusselse parlement leidt tot een blokkering. Zonder meerderheid aan Vlaamse zijde wordt dat cumulverbod toch niet meteen goedgekeurd.

Politieke beslissingen nemen is in ons land toch zo vaak een processie van Echternach, maar wellicht komt ook die processie ooit aan.

* De nieuwe regeling voor het loonplafond voor parlementsleden gaat pas in vanaf de nieuwe legislatuur, dus ergens halfweg 2019. Dat uitstel komt er vooral op aandringen van enkele liberale parlementsleden, die anders nu al minder zouden verdienen.

Meer nieuws