100 jaar geleden: "Duitse vrede" is misdaad tegen het Russische volk

In deze reeks brengen we grote en kleine gebeurtenisen tijdens de Eerste Wereldoorlog 100 jaar geleden, deze week van 14 tot 20 maart 1918: de leiders van de Geallieerde landen veroordelen het Duits-Russische vredesakkoord als een misdaad tegen het Russische volk, de bolsjewieken vergroten hun machtsgreep, opnieuw zes Belgische burgers gefusilleerd, munitiedepot bij Parijs ontploft...

De eerste ministers en ministers van Buitenlandse Zaken van de Geallieerde landen zijn opnieuw bijeen geweest, ditmaal in Londen.

Daar hebben ze een verklaring afgelegd over het recente vredesverdrag met Rusland. Volgens de Entente is die “Duitse vrede” een politieke misdaad tegenover het Russische volk.

De Geallieerde regeringen zeggen dat ze dan ook de vredesverdragen met Rusland en met Roemenië niet erkennen. Ze beloven een vrede die gebaseerd is op rechtvaardigheid en recht.

De Italiaanse premier Orlando, de Franse premier Clemenceau, de Franse minister van buitenlandse zaken Pichon en helemaal rechts de Franse stafchef generaal Foch, samen op de boot op weg naar Londen

Van de huidige Russische regering verwacht de Entente niets meer. Er gaan meer en meer stemmen op om in Rusland tussen te komen. Zeker Japan heeft plannen in die richting.

Concrete afspraken zijn er in Londen niet gemaakt. Van de militaire samenwerking waartoe op een eerdere top werd besloten, is niet veel terechtgekomen.

Links, "de Duitse vrede, wat de Franse premier Clemenceau niet wil". Rechts, "hoe Duitsland omgaat met de vrijheid van de volkeren". Beginillustratie: "Hoe Duitsland zich vrienden maakt in het ossten". Uit het Franse satirische weekblad 'Le Rire',  23 en 30 maart 1918.

Vredesverdrag leidt tot breuk in Russische regeringscoalitie

In Moskou heeft een buitengewoon Congres van Sovjets dat vredesverdrag van Brest-Litovsk met Duitsland bekrachtigd. Dat gebeurde met een ruime meerderheid : 704 stemmen tegen 261.

De linkse socialisten-revolutionairen, die tot nu toe een coalitie met de bolsjewieken vormden, stemden tegen. Meteen daarop zijn de linkse socialisten-revolutionairen uit de Raad van Volkscommissarissen (de regering) gestapt.

Binnen de “linkse SR’en” heerste al lang een ongenoegen omdat ze in de regering volledig overschaduwd werden door de bolsjewieken (of communisten), die niet alleen veel talrijker zijn, maar ook beter georganiseerd en gedisciplineerd.

Posters van de linkse socialisten-revolutiairen tijdens de campagne voor een grondwetgevende vergadering in november 1917: "Vervoeg onze strijd voor uw land en vrijheid"  (Collectie IISH)

Daardoor regeren de bolsjewieken nu alleen. Dat brengt weinig problemen mee, want meer dan 60 % van de congresafgevaardigden zijn bolsjewieken.

De linkse socialisten-revolutionairen, die nog altijd de op een na grootste partij vormen, blijven wel loyaal aan het Sovjetbewind. Ze werken mee in de lokale sovjets en in diverse staatscommissies.  De andere partijen (rechtse socialisten-revolutionairen en mensjewieken) spelen nauwelijks nog een rol.

Duitsland erkent Koerland als “zelfstandige” staat

Het Duitse Rijk erkent het Hertogdom Koerland als “vrije en zelfstandige staat” en wil er “enge economische en militaire banden” mee vormen.

Dat staat in een tekst die keizer Willem II op 15 maart stuurde aan de vertegenwoordigers van de Koerlandse Landraad.

De Landraad riep op 8 maart de Duitse keizer uit tot hertog van Koerland, een Baltische provincie waar Rusland door het recente vredesverdrag volledig afstand van deed. De hoofdstad is Riga.

Duitse officieren in het centrum van Riga en het wapen van het nieuwe hertogdom

De Geallieerden doen schamper over deze nieuwe staat. Ze wijzen erop dat de Landraad volledig bestaat uit leden van de Duitstalige elite in Koerland (de Duitse Balten) en zelf door de Duitse bezetter werd samengesteld. De Letten, die de grote meerderheid van de bevolking vormen, tellen voor de Duitsers blijkbaar niet mee.

Voor de Geallieerde pers wordt Koerland een Duitse vazalstaat, net als het eerder geproclameerde “onafhankelijke” Litouwen. Het Belgische conservatieve blad ‘Le XXe Siècle’ ziet een gelijkenis tussen wat er in Koerland en Litouwen gebeurt en de oprichting van de Raad van Vlaanderen.

Pro-Duitse premier in Roemenië

In Roemenië is de conservatieve oud-minister en grootgrondbezitter Alexandru Marghiloman tot nieuwe premier benoemd. Hij volgt generaal Averescu op, die amper vijf weken aan het bewind is geweest.

Marghiloman is altijd voorstander geweest van samenwerking met Duitsland en Oostenrijk-Hongarije. Hij was er dan ook tegen dat Roemenië ten oorlog trok tegen die landen, met alle gevolgen van dien.

Marghiloman leidde tot nu toe het Roemeense Rode Kruis in Boekarest, in het bezette deel van Roemenië. Op die wijze fungeerde hij als contact tussen de Duitsers en de Roemeense regering in het onbezette Iasi.

Van links naar rechts: Alexandru Marghiloman, veldmaarschalk von Mackensen, koning Ferdinand en oud-premier Brătianu

De nieuwe premier wil snel een definitieve vrede met de Centralen. Intussen stelt de Duitse veldmaarschalk von Mackensen bijkomende eisen. Zo zouden een twintigtal politici, waaronder oud-premier Brătianu naar Zwitserland moeten worden gedeporteerd. Marghiloman wil in elk geval voorkomen dat ook koning Ferdinand zou moeten aftreden.  

Von Mackensen heeft intussen de wapenstilstand met Roemenië verlengd, die op 19 maart afliep.

Weer Belgische burgers gefusilleerd

In de ochtend van 16 maart zijn zes burgers gefusilleerd in het fort van Edegem.

Het gaat om Henri Van Bergen, Felix Moons, Arthur Wattiez, Jozef Jespers, Jozef Leroy en August Naelaerts.

Vier van de zes hadden vrouw en kinderen. Moons was pastoor in Winksele. Kort voor hun executie droeg hij een mis op waar zijn vijf lotgenoten aan deelnamen, hoewel drie ervan niet gelovig waren.

Een groot Antwerps hotel had de zes veroordeelden gratis een copieus avondmaal gestuurd.

Van linksboven naar rechtsonder: Jozef Jespers, Jozef Leroy, Felix  Moons, August Naelaerts,  Henri Van Bergen en Arthur Wattiez

De zes waren een week eerder veroordeeld door een Duitse krijgsraad na een proces waar een zestigtal mensen moesten terechtstaan. Ze maakten deel uit van een spionagenetwerk.

Henri Van Bergen (42), die nog als diplomaat in China heeft gewerkt, was vorig jaar naar Nederland gevlucht, maar keerde snel terug in opdracht van de Britse inlichtingendienst. Hij en Wattiez, een ambtenaar bij de spoorwegen, leidden het netwerk dat vooral het spoorwegverkeer in de gaten hield.

In augustus 1917 werden ze verklikt en gearresteerd.

Liefst 22 beklaagden kregen de doodstraf, maar voor 16 van hen – waaronder een andere geestelijke en drie vouwen - werd de straf in levenslang omgezet. Eén van die vrouwen is Margriet Ballegeer uit Kontich, de geliefde van Van Bergen, die als secretaris van het netwerk fungeerde.

De graven van de zes in het fort van Edegem en Margriet Ballegeer

Ter dood veroordeelde senator begenadigd

In een ander spionageproces in Antwerpen is de socialistische senator Léon Colleaux ter dood veroordeeld.

Colleaux is zowat de pionier van de socialistische beweging in de provincie Luxemburg en staat bekend om zijn sociaal engagement. Om de zwakkeren te helpen stak hij regelmatig clandestien  de Nederlandse grens voor het aankopen van voedsel. Daardoor viel de beschuldiging van spionage op hem.

Tijdens het proces weigerde Colleaux namen van medeplichtigen te geven en nam hij alle schuld op zich.

Léon Colleaux en het bericht van de pauselijke tussenkomst op de voorpagina van 'Le XXe Siècle'  van 4 maart 1918

Colleaux is het eerste parlementslid dat de doodstraf kreeg. De internationale verontwaardiging was groot. De Nederlandse socialistenleider Troelstra drong er bij de Duitse sociaaldemocraten op aan om te pleiten voor gratie. De paus zou ten gunste van Colleaux een telegram naar de Duitse keizer hebben gezonden.

Uiteindelijk werd zijn straf in levenslange dwangarbeid omgezet, die hij mag uitzitten in de gevangenis van Vilvoorde.

Brusselse beurs weer open

Voor het eerst sinds het begin van de oorlog werkt de Beurs van Brussel weer. De effectenhandel verloopt weer bijna helemaal normaal.

Onder de Duitse bezetting ontmoetten wisselagenten elkaar vaak in cafés rond de beurs om informeel effecten te verhandelen. De bezettende overheid wilde daar een einde aan maken en de beurs opnieuw openen. Maar de Beurscommissie wilde zomaar niet voor de Duitse eisen plooien en nam ontslag, wat de Duitsers dan weer verboden.

Duitse militairen op de trappen van de Brusselse beurs (Collecte Stadsarchief Brussel)

Na advies van onder meer een oud-minister van Financiën zijn de wisselagenten toch bereid de beurs weer te laten functioneren. Anders zouden wel eens alle transacties verboden kunnen worden. Dan  zouden de banken moeten sluiten en de bedrijven moeilijker aan geld geraken, wat de ellende in het land alleen nog maar zou doen vergroten.

Een nieuwgekozen Beurscommissie zal erop toezien dat de Duitse overheid de beurs niet zal misbruiken voor transacties die de Geallieerden benadelen.

Munitiedepot bij Parijs ontploft

Opnieuw heeft een ongeval met opgeslagen munitie voor een ramp gezorgd.

Ditmaal ging het om een fabriek van handgranaten in La Courneuve, een gemeente bij Saint-Denis ten noorden van Parijs.

Zo’n 28 miljoen opgeslagen granaten zijn ontploft. De explosie was tot 65 km verder te horen. 14 mensen werden gedood en zowat 1500 zijn gewond geraakt. Veel gewonden konden gelukkig tijdig worden verzorgd in een Parijs ziekenhuis.

Foto's van La Courneuve, links en rechts onmiddellijk na de twee eerste ontploffingen, in het middenna twee dagen later  (Le Miroir, maart 1918)

Velen vinden het een wonder dat er niet meer slachtoffers zijn gevallen. De explosie vernielde een nabijgelegen kraamkliniek, maar geen enkele pasgeborene raakte gewond. Vijf kilometer verder sneuvelden alle ramen van een kerk tijdens een kerkdienst, maar de aanwezigen liepen hoogstens lichte verwondingen op.

Sommigen beweren dat het ontstekingsmechanisme van een van de handgranaten die in een kist werd vervoerd, plots in gang schoot. De mannen die de kist vervoerden, hoorden de klik en konden zich nog uit de voeten maken, maar de granaat ontplofte en veroorzaakte een kettingexplosie.

Een bijkomend probleem is dat heel wat niet ontplofte granaten en ontstekers over de omgeving zijn verspreid en nu door iedereen worden opgeraapt.

Foto's van de naweeën van de ramp op de voorpagina's van Excelsior op 18 en 19 maart 1918 (BnF Gallica)

Zon niet in het centrum van de Melkweg

Onze zon ligt niet in het centrum van de Melkweg, maar op een flinke afstand daarvan.

Tot deze conclusie komt de Amerikaanse astronoom Harlow Shapley, na waarnemingen op de Mount Wilson-sterrenwacht in Californië. Daar is sinds vorig jaar een telescoop van 2,5 meter diameter actief, de grootste tot nu toe.

Toen Galilei drie eeuwen geleden voor het eerst een kijker op de Melkweg richtte, ontdekte hij dat die lichtende band aan de hemel uit een zeer groot aantal afzonderlijke sterren bestaat. Verder onderzoek leerde dat onze zon en alle omliggende sterren die we zien samen met de Melkweg één grote schijf van miljarden sterren vormt (het Melkwegstelsel).

Harlow Shapley en de cover van een van zijn boeken

Door het schatten van het aantal sterren op verschillende afstanden nam men aan dat de zon ongeveer in het centrum moet staan. Metingen van Shapley tonen aan dat het Melkwegstelsel een diameter van zowat 300.000 lichtjaar heeft en dat de zon zo’n 50.000 lichtjaar van het centrum staat. Het licht dat uit het centrum komt doet er dus 50.000 jaar over om ons te bereiken.

De ontdekking van Shapley kan worden vergeleken met die van Copernicus in de 16de eeuw. Copernicus toonde aan dat de aarde niet het centrum van het universum ligt, maar rond de zon draait. Maar ook de zon neemt geen bevoorrechte positie in het heelal in. Hij is maar één van de honderden miljarden sterren in ons Melkwegstelsel, aldus de Amerikaanse sterrenkundige.

Naschrift: tegenwoordig weet men dat het Melkwegstelsel 100.000 lichtjaar diameter heeft en dat de zon op 30.000 lichtjaar van het centrum ligt.

Stripverhaal over het leven van Harlow Shapley in het Amerikaanse 'Popular Science', april 1941