China boekt spectaculaire vooruitgang in strijd tegen luchtvervuiling

De afgelopen 4 jaar is de luchtkwaliteit in China spectaculair verbeterd waardoor de levensverwachting met 2,4 jaar is gestegen. Dat concludeert de universiteit van Chicago op basis van cijfers van de Chinese overheid. Toch heeft het land nog een lange weg te gaan.

Niet alleen bij ons is luchtvervuiling een hot topic, ook in China is het een van de grootste kopzorgen van zowel de bevolking als de overheid. 4 jaar geleden was de situatie nog ronduit dramatisch, maar uit onderzoek van het Energy Policy Institute van de universiteit van Chicago (EPIC) moet blijken dat de Chinezen vandaag aanzienlijk schonere lucht inademen.

In Peking bedroeg de concentratie fijn stof (met een diameter van 2.5 micrometer) in 2013 gemiddeld 91 microgram per kubieke meter. Dat was 9 keer meer dan de maximumnorm van 10 microgram per kubieke meter die de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) voorschrijft en ver boven de Chinese norm van 35 microgram per kubieke meter.

De Verboden Stad in Peking onder een dikke laag smog (2013).

Begin 2014 was de situatie in de hoofdstad zo mogelijk nog erger. De luchtvervuiling was 35 tot 40 hoger dan de dagelijkse maximumnorm. Shanghai kampte met concentraties van 63 microgram fijn stof per kubieke meter of ruim 6 keer meer dan de maximumnorm van de WHO.

EPIC nam in 2013 alles samen 204 prefecturen in China onder de loep, goed voor 70 procent van de bevolking. Gemiddeld bedroeg de concentratie fijn stof 73 microgram per kubieke meter. In de praktijk betekende dit dat de levensverwachting in China gemiddeld met liefst 6,5 jaar zou dalen.

Actieplan

De alarmerende cijfers (én het groeiende ongenoegen onder de bevolking) deden de Chinese autoriteiten het geweer van schouder veranderen. Jaren had de overheid economische groei op luchtkwaliteit laten primeren, maar in 2013 pakte ze met een nationaal actieplan voor luchtkwaliteit uit. Daarin stonden  specifieke doelstellingen om tegen 2017 schonere lucht te hebben. Begin 2014 verklaarde premier Li Keqiang luchtvervuiling zelfs openlijk de oorlog.

Het actieplan kostte 270 miljard dollar (bijna 220 miljard euro) en moest de gemiddelde concentraties fijn stof in de dichtbevolkte driehoek Peking-Tianjin-Hebei op jaarbasis met 25 procent doen afnemen.

Voor de eveneens dichtbevolkte delta's van de Parelrivier (met miljoenensteden als Hongkong en Shenzhen) en de Jangtse (met miljoenensteden als Shanghai) lagen de streefcijfers op een daling met respectievelijk 15 en 20 procent.

Hongkong onder een dikke laag smog (2004). AP2004

Peking trok bijkomend een budget van 120 miljard dollar (97 miljard euro) uit om de gemiddelde concentraties fijn stof onder de 60 microgram per kubieke meter te krijgen, of een daling met 34 procent ten opzichte van het gemiddelde van 91 microgram per kubieke meter in 2013.

Meer algemeen moest het actieplan in alle stedelijke gebieden samen leiden tot een daling van de gemiddelde concentraties fijn stof (met een diameter van 10 micrometer) van 10 procent ten opzichte van de niveaus van 2012.

Steenkool

De overheid nam zich voor deze doelstellingen te halen door China minder afhankelijk van steenkool te maken, door de uitstoot van wagens te beperken, door volop op hernieuwbare energie in te zetten en door uitstootnormen strenger te implementeren. Ze beloofde ook transparanter over de luchtkwaliteit te communiceren.

De bouw van nieuwe steenkoolcentrales in de driehoek Peking-Tianjin-Hebei en de delta's van de Parelrivier en de Jangtse werd verboden. Bestaande steenkoolcentrales moesten hun uitstoot van fijn stof beperken. Grote steden lieten minder wagens op hun wegen toe.

De overheid nam ook enkele bedenkelijke maatregelen. Toen de driehoek Peking-Tianjin-Hebei de streefcijfers halfweg 2017 niet dreigde te halen, drongen de autoriteiten manu militari in huizen binnen om verwarming op steenkool weg te halen. In ruil kregen de inwoners verwarming op gas of elektriciteit, maar soms moesten ze daar vele koude wintermaanden op wachten.

Resultaten

Al deze maatregelen samen werpen vandaag hun vruchten af. EPIC onderzocht cijfers van meer dan 200 meetpunten verspreid in het land en concludeert dat de luchtkwaliteit drastisch is verbeterd. Sommige gebieden doen het zelfs beter dan vooropgesteld. Zo zijn de concentraties fijn stof in de driehoek Peking-Tianji-Hebei met 37 microgram per kubieke meter afgenomen, of een daling van 36 procent ten opzichte van 2013.

De delta's van de Parelrivier en de Jangtse tekenden dalingen van respectievelijk 27 en 34 procent op. Voor de 70 procent van de bevolking waarvan data voorhanden zijn, namen de gemiddelde concentraties fijn stof met 23 microgram per kubieke meter af. Dat is goed voor een daling van 32 procent. 

Shanghai op 23 februari 2018, nog steeds met flink wat smog AFP or licensors

Ondanks deze puike cijfers, ligt de gemiddelde luchtvervuiling in China nog steeds ver boven de norm die de WHO voorschrijft. Ook de eigen nationale normen zijn nog veraf. Toch hebben de Chinezen nu al baat bij de vooruitgang. Als het land de huidige koers aanhoudt, zal de levensverwachting gemiddeld met 2,4 jaar stijgen. Inwoners van Peking zullen gemiddeld zelfs 3,3 jaar langer leven.

Snelheid

Volgens EPIC is vooral de snelheid waarmee China vooruitgang boekt fenomenaal. De VS had 12 jaar en een recessie nodig om een gelijkaardige verbetering van luchtkwaliteit te bereiken na de Clean Air Act uit 1970.

De Chinese overheid broedt intussen op een nieuw actieplan om de luchtkwaliteit nog meer te verbeteren. De regering noemt het een van de zwaarste veldslagen, naast het terugdringen van de armoede.